Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 28 pages
Resume

Samenvatting hoofdstuk 10: Spermatophyta

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 28 pages

Dit is een samenvatting van H10 van de biosfeer: Planten gegeven in de 1ste bachelor geologie en de 2de bachelor geografie en geomatica. Het bevat alle geziene leerstof van de les en de cursus + uitleg over het theoretisch examen

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 10: Afdeling Spermathophyta
= zaadplanten




De zaadplanten = spermatofyten
➔ alles wat groen is
Angiospermen: een monofyetische groep
De andere zaadplanten hebben geen gemeenschappelijke voorouder
➔ veel missing links, en fossielen
De groepen die nu nog leven = GYMNOSPERMEN


Deel 1: progymnospermen (fossiel)
Dit waren nog geen Zaadplanten, maar waren er mogelijk wel voorouders van

• Ontwikkelt uit een fossiele groep varenachtige planten
• Produceerden pycnoxylisch hout (cf. Naalbomen)
➔ groot aantal relatief smalle tracheïden en een beperkte hoeveelheid smalle
mergstralen
 fossiele varens en varenachtige, deze produceren manoxylisch hout
➔ weinig, maar brede tracheïden, ingebed in brede mergstralen
• Bekendste genus: Archaeopteris

, Deze groep wordt beschouwd als een parallelle ontwikkelingslijn met de microfylle
Pteridofyten en de macrofyle varens




Gymnospermen: de organisatie van de sporofyten worden steeds gestructureerder


Deel 2: zaadplanten
“De zaadplanten zijn de eerste landplanten die een werkelijk revolutionaire innovatie
hebben meegemaakt: de ontwikkeling van zaden” (zie H1)

Zaad = verpakking voor het embryo
➔ betere bescherming tegen koude en droge periodes
➔ ontwikkeld sinds na het Carboon, maar pas echt in het Perm

De zaadknop = ovulum bestaat uit:

1. De nucellus = macrosporangium: hierin ontwikkelt zich 1 macrospore
moedercel (2n), die na een meiose 4 haploïde macrosporen geeft
➔ meestal is maar 1 macrospore functioneel
Deze macrospore komt niet vrij in het milieu, maar groeit in situ uit tot de
(intrasporaal en als dan niet sterk gereduceerd) vrouwelijke gametofyt =
macroprothallium
DE GAMETOFYT ONTWIKKELT ZICH VOLLEDIG INTRASPORAAL

, o Gymnospermen: de macroprothallium is goed ontwikkeld
➔ er vormen zich 2/2++ archegonia
o Angiospermen: de macrospore ontwikkelt zich tot een embryozak (is de
vrouwelijke gametofyt)
➔ er worden hier geen archegonia gevormd
2. 1/2 integumenten: deze omgeven de nucellus en vormen een kleine opening aan
de top v/h ovulum = micropyle
o Bij de Gymnospermen en een deel v/d Angiospermen is er 1 integument
o Bij de meeste Angiospermen zijn er 2 integumenten

Microsporen = pollenkorrels
➔ kunnen:

1. Op de micropyle van de ovula belanden GYMNOSPERMEN
➔ pollinatiedruppel: vochtdruppel die afgescheiden wordt door de micropyl,
deze vangt de pollenkorrel en leidt hem naar de pollenkamer
2. Op de stempel met papillen belanden ANGIOSPERMEN

Eenmaal ‘geland’ kiemen de microsporen en groeien ze uit tot een pollenbuis
➔ vorming mannelijke gametofyt

➢ Zoïdagamie: de pollenbuis brengt nog 2 spermatozoïden voort
➔ bij sommige Gymnospermen Er is geen nood meer
➢ Sifonogamie: de pollenbuis vervoert 2 spermacellen aan extern water voor
➔ bij alle Angiospermen en de meeste Gymnospermen de verplaatsing



Na bevruchting: de zaadknoppen ontwikkelen zich tot zaden
*Zaden: complexe structuren die, binnenin in een beschermende zaadhuid =testa*, een
kiem of embryo bevatten + voedend weefsel voor de verdere ontwikkeling v/d kiem
➔ ze blijven aan de moederplant gehecht totdat een zekere rijpheid en leefbaarheid
verzekerd zijn
* Testa: beschermende zaadhuid, ontwikkeld uit 1/2 integumenten



Deze manier van voortplanten is de reden dat de Spermatophyta momenteel de
meest succesrijke afdeling V/h plantenrijk is

, Deel 3: ontwikkeling v/h ovulum
= een belangrijke, revolutionaire evolutieve stap

Evolutieve stappen die leidden tot de ontwikkeling v/h ovulum

1. Macrosporangium met 1 macrosporencel
+ degeneratie van 3 v/d 4 macrosporen
2. De macrospore ontwikkelt in situ, hij wordt niet meer vrijgelaten
3. De vorming van een integument met micropyle rond het macrosporangium
4. De vorming van het macroprothallium binnenin de nucellus
5. Vorming v/h microprothallium
6. Ontwikkeling van een receptief apparaat
o Aan de top v/h ovulum – Gymnospermen
o Aan de top v/d carpellen – Angiospermen

Opm.: de zaadcel is bewegelijk, de pollenbuis brengt het niet tot bij de eicel, hij moet het
laatste deel zelf overbruggen

Infos sur le Document

Publié le
17 mai 2024
Fichier mis à jour le
7 juin 2024
Nombre de pages
28
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€7,06

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
manartahri
5,0
(1)
Vendu
4
Abonnés
2
Éléments
57
Dernière vente
7 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions