OVERHEIDSINFORMATISERING
SAMENVATTING
,BUSINESS PROCES MANAGEMENT
1. SITUERING VAN DE CURSUS
De vijf domeinen van e-Government met drie centrale relaties
Samenhang tussen de pilaren binnen deze cursus
1776: Adam Smith (An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations)
o Prototype ‘pin factory’: arbeidsverdeling en specialisatie
o Vrije markt: invisible hand
Industriële revoluties
o Eerste revolutie
Eind 18e – begin 19e eeuw
Innovatie: gietijzer en stoommachine
Revolutie: landbouw en ambachten fabrieken, mechanisering
o Tweede revolutie
Eind 19e – begin 20e eeuw
Innovatie: staal, elektriciteit, petroleum, turbines en verbrandingsmotor
Revolutie: opkomst lopende band en massaproductie
o Derde revolutie
2e helft 20e eeuw
Innovatie: kernenergie, communicatie en computer
, Revolutie: opkomst dienstensector en informatica
Historiek
o 20e eeuw: management scholen
Classical management school
Taylor (scientific management), Ford, Fayol, Weber
Organisatie als machine
Functionaliteit van elk onderdeel apart besturen
interne verbeteringen i.f.v. hogere productiviteit
HR school
Mayo, Maslow, Herzberg
Organisatie als menselijk lichaam
Functionaliteit van elk onderdeel is afhankelijk van het geheel (interactie)
interne verbeteringen i.f.v. hogere werknemersvoldoening
o Wereldoorlog II (1939 – 1945): bombardementen op Japan nood aan wederopbouw
, 2. ORGANISATIE VAN WERKPROCESSEN
2.1 Wat?
Veel definities gemeenschappelijke elementen:
o Opvolging van activiteiten: herhaalbaar <-> eenmalig project
Per activiteit: 1 plaats, 1 tijdsperiode, 1 persoon
o Duidelijke afbakening: begin en einde n.a.v. business events (van… tot…)
o End-to-end, vaak overheen departementen = van leverancier tot klant (intern/extern)
o Voorgedefinieerde, meetbare output = waardevol product/dienst voor stakeholders
o Transformatie/coördinatie: van input naar output via gebruik van diverse middelen
Uitkomst: bepaald door business regels, visie, strategie zelfde proces kan verschillend zijn
in diverse organisaties (bv terugbetalen onkosten in overheidssector vs consultancy)
Naam bedrijfsproces = werkwoord + zelfstandig naamwoord (bv. aangeven van belastingen)
Soorten bedrijfsprocessen
o Operationele business processen (core business)
Directe impact op klant
Bv. departementen als productontwikkeling, verkoop, marketing,…
o Ondersteunende business processen
Ondersteunen de werking van kernprocessen
Bv. departementen als ICT, financiën, HR,…
o Management business processen
Leiden en controleren de operationele en ondersteunende processen
Bv. gerelateerd aan directie, zoals dagelijkse leiding en strategiebepaling
Eigenschappen bedrijfsprocessen
o Value adding (= operationele business processen): essentiële stappen om product/dienst te
leveren:
Transformatie tot een afwerkt product of geleverde dienst
Klant dient bereid te zijn om hiervoor te betalen (indien nodig)
Van de eerste keer correct, zonder rechtzettingen
o Value enabling (= ondersteunende business processen)
Stappen die geen waarde toevoegen voor klant, maar efficiëntie en effectiviteit
toelaten
Synoniemen: necessary non-value adding of business value adding
o Non-value adding (= management business processen)
Alle stappen die niet behoren tot de voorgaande twee eigenschappen
= verspilling bekeken vanuit perspectief van de klant (Lean)
o Top-down: hoofdproces vs subproces vs activiteit vs taak
Voorbeeld: beheren van budget terugbetalen van onkosten valideren door manager
handtekening plaatsen
Verticale, traditionele organisatie (top-down, KPI’s) program manager (center of excellence)
vs horizontale, procesgeoriënteerde organisatie (BPM) process owner (optimalisatieteam)
Impact op organisatiestructuur (maar advies i.v.m. processtructuur hangt ook af van cultuur)
SAMENVATTING
,BUSINESS PROCES MANAGEMENT
1. SITUERING VAN DE CURSUS
De vijf domeinen van e-Government met drie centrale relaties
Samenhang tussen de pilaren binnen deze cursus
1776: Adam Smith (An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations)
o Prototype ‘pin factory’: arbeidsverdeling en specialisatie
o Vrije markt: invisible hand
Industriële revoluties
o Eerste revolutie
Eind 18e – begin 19e eeuw
Innovatie: gietijzer en stoommachine
Revolutie: landbouw en ambachten fabrieken, mechanisering
o Tweede revolutie
Eind 19e – begin 20e eeuw
Innovatie: staal, elektriciteit, petroleum, turbines en verbrandingsmotor
Revolutie: opkomst lopende band en massaproductie
o Derde revolutie
2e helft 20e eeuw
Innovatie: kernenergie, communicatie en computer
, Revolutie: opkomst dienstensector en informatica
Historiek
o 20e eeuw: management scholen
Classical management school
Taylor (scientific management), Ford, Fayol, Weber
Organisatie als machine
Functionaliteit van elk onderdeel apart besturen
interne verbeteringen i.f.v. hogere productiviteit
HR school
Mayo, Maslow, Herzberg
Organisatie als menselijk lichaam
Functionaliteit van elk onderdeel is afhankelijk van het geheel (interactie)
interne verbeteringen i.f.v. hogere werknemersvoldoening
o Wereldoorlog II (1939 – 1945): bombardementen op Japan nood aan wederopbouw
, 2. ORGANISATIE VAN WERKPROCESSEN
2.1 Wat?
Veel definities gemeenschappelijke elementen:
o Opvolging van activiteiten: herhaalbaar <-> eenmalig project
Per activiteit: 1 plaats, 1 tijdsperiode, 1 persoon
o Duidelijke afbakening: begin en einde n.a.v. business events (van… tot…)
o End-to-end, vaak overheen departementen = van leverancier tot klant (intern/extern)
o Voorgedefinieerde, meetbare output = waardevol product/dienst voor stakeholders
o Transformatie/coördinatie: van input naar output via gebruik van diverse middelen
Uitkomst: bepaald door business regels, visie, strategie zelfde proces kan verschillend zijn
in diverse organisaties (bv terugbetalen onkosten in overheidssector vs consultancy)
Naam bedrijfsproces = werkwoord + zelfstandig naamwoord (bv. aangeven van belastingen)
Soorten bedrijfsprocessen
o Operationele business processen (core business)
Directe impact op klant
Bv. departementen als productontwikkeling, verkoop, marketing,…
o Ondersteunende business processen
Ondersteunen de werking van kernprocessen
Bv. departementen als ICT, financiën, HR,…
o Management business processen
Leiden en controleren de operationele en ondersteunende processen
Bv. gerelateerd aan directie, zoals dagelijkse leiding en strategiebepaling
Eigenschappen bedrijfsprocessen
o Value adding (= operationele business processen): essentiële stappen om product/dienst te
leveren:
Transformatie tot een afwerkt product of geleverde dienst
Klant dient bereid te zijn om hiervoor te betalen (indien nodig)
Van de eerste keer correct, zonder rechtzettingen
o Value enabling (= ondersteunende business processen)
Stappen die geen waarde toevoegen voor klant, maar efficiëntie en effectiviteit
toelaten
Synoniemen: necessary non-value adding of business value adding
o Non-value adding (= management business processen)
Alle stappen die niet behoren tot de voorgaande twee eigenschappen
= verspilling bekeken vanuit perspectief van de klant (Lean)
o Top-down: hoofdproces vs subproces vs activiteit vs taak
Voorbeeld: beheren van budget terugbetalen van onkosten valideren door manager
handtekening plaatsen
Verticale, traditionele organisatie (top-down, KPI’s) program manager (center of excellence)
vs horizontale, procesgeoriënteerde organisatie (BPM) process owner (optimalisatieteam)
Impact op organisatiestructuur (maar advies i.v.m. processtructuur hangt ook af van cultuur)