Taalkunde 2 GNGT 1 Bijeenkomst 10: syntaxis III
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Syntaxis III: complexe zinnen
Complexe zinnen
Een complete enkelvoudige zin is altijd gebouwd rond één predikaat
- Een predikaat drukt een relatie uit met andere constituenten of specifceert een eigenschap
van een andere constituent (zie les 9)
Soorten predikaten:
1. Verbaal predikaat: een werkwoord, zelfstandig werkwoord Anne studeert.
1. Niet-verbaal predikaat een naamwoord Anne is arts (znw) / Anne is ziek (bnw)
in sommige talen met koppelwerkwoord
Is een zin gebouwd rond één predikaat?
= Enkelvoudige zin (niet samengesteld)
Heef een zin meer dan één predikaat?
= een complexe zin (samengestelde zin)
Anne komt niet vandaag want ze is ziek.
Ik denk dat Anne ziek is
Twee soorten complexe zinnen
Nevenschikking
= Hoofdzin + hoofdzin
- Bestaan uit twee (of meer) hoofdzinnen;
- Beide zinnen hebben dus hoofdzinswoordvolgorde, dat wil zeggen – pv altijd op de tweede
positie (NL). Allebei hebben ze de S-V-O volgorde.
- Beide zinnen kunnen zelfstandig voorkomen
- De 2e hoofdzin wordt vaak ingeleid met een nevenschikkend voegwoord maar dat hoef
niet; en, maar, want, dus (etc)
Gisteren was Anne ziek maar vandaag is zij weer beter
Onderschikking; subordinatie
= Hoofdzin + bijzin
- Bestaat (minstens) uit hoofdzin en bijzin;
- In hoofdzin de pv altijd op de 2e positie
- In de bijzin pv (ww gez) altijd achteraan
- De bijzin en soms ook de hoofdzin kunnen niet zelfstandig voorkomen;
- De zinnen zijn dus niet gelijkwaardig aan elkaar.
- Bijzin wordt vaak ingeleid met onderschikkend voegwoord of betrekkelijk voornaamwoord
maar dat hoef niet
Ik denk dat Anne niet werkt vandaag
Aantekeningen bij weblecture via HUbl en de PowerPoint van de les.
Syntaxis III: complexe zinnen
Complexe zinnen
Een complete enkelvoudige zin is altijd gebouwd rond één predikaat
- Een predikaat drukt een relatie uit met andere constituenten of specifceert een eigenschap
van een andere constituent (zie les 9)
Soorten predikaten:
1. Verbaal predikaat: een werkwoord, zelfstandig werkwoord Anne studeert.
1. Niet-verbaal predikaat een naamwoord Anne is arts (znw) / Anne is ziek (bnw)
in sommige talen met koppelwerkwoord
Is een zin gebouwd rond één predikaat?
= Enkelvoudige zin (niet samengesteld)
Heef een zin meer dan één predikaat?
= een complexe zin (samengestelde zin)
Anne komt niet vandaag want ze is ziek.
Ik denk dat Anne ziek is
Twee soorten complexe zinnen
Nevenschikking
= Hoofdzin + hoofdzin
- Bestaan uit twee (of meer) hoofdzinnen;
- Beide zinnen hebben dus hoofdzinswoordvolgorde, dat wil zeggen – pv altijd op de tweede
positie (NL). Allebei hebben ze de S-V-O volgorde.
- Beide zinnen kunnen zelfstandig voorkomen
- De 2e hoofdzin wordt vaak ingeleid met een nevenschikkend voegwoord maar dat hoef
niet; en, maar, want, dus (etc)
Gisteren was Anne ziek maar vandaag is zij weer beter
Onderschikking; subordinatie
= Hoofdzin + bijzin
- Bestaat (minstens) uit hoofdzin en bijzin;
- In hoofdzin de pv altijd op de 2e positie
- In de bijzin pv (ww gez) altijd achteraan
- De bijzin en soms ook de hoofdzin kunnen niet zelfstandig voorkomen;
- De zinnen zijn dus niet gelijkwaardig aan elkaar.
- Bijzin wordt vaak ingeleid met onderschikkend voegwoord of betrekkelijk voornaamwoord
maar dat hoef niet
Ik denk dat Anne niet werkt vandaag