Tussentoets algemeen management
Beslissingen nemen vergt veel overleg en inspraak. Dit overleg gebeurt in overleggroepen. Ook moet
de ondernemersraad aan overleg en inspraak doen. Hoe groter de beslissing, hoe belangrijker het
overleg is.
Beslissingen in organisaties heb je op strategisch, tactisch en operationeel niveau.
Het proces van een besluit nemen bestaat uit 4 fases:
Fase 1: beeldvorming en probleemstelling duidelijk beeld krijgen van het probleem. Via
gesprekken krijg je beeld van de kleinere deelproblemen. Het probleem moet voor iedereen
duidelijk zijn. Het probleem moet goed zijn gesteld omdat je het anders niet goed kan
oplossen
Fase 2: ontwikkelingsfase als er een duidelijke probleemstelling is moet je je afvragen
oplossingsmogelijkheden zijn. Via een brainstorm worden er zo veel mogelijk opties voor het
oplossen aangedragen
Fase 3: oordeelsvorming als er een aantal mogelijke oplossingen zijn, wordt er gekeken
naar het gevolg van deze oplossingen.
Er moet worden gekeken of de gevolgen volledig zijn, of de analyses juist zijn en welke
oplossing de beste is. Dit wordt getoetst aan de hand van ervaring, informatie en
uitvoerbaarheid.
Er moet worden voorkomen dat één teamlid te veel invloed heeft. Dan kan het besluit
verkeerd worden genomen
Fase 4: beslissen het toetsen van de mogelijke oplossingsmogelijkheden aan de
keuzecriteria.
Het bereiken van het einddoel kan op verschillende manieren. Daarom zijn er
randvoorwaarden waaraan de oplossing ook moet voldoen. Dit kan zijn:
- Termijn waarop aan het doel wordt
- Middelen die de organisatie ter beschikkingen stelt
- Risico’s
Dit is een iteratief proces als een voorgaande fase toch fout blijkt te zijn, wordt het proces vanaf
de foute fase verbeterd en verder verwerkt
Bij de uitvoering van de beslissingen moeten de organisatieleden ook nog samenwerken. Ze kunnen
de verantwoordelijkheid niet zomaar op een ander schuiven. Er moet naar een zo goed mogelijk
resultaat worden gestreefd.
Het bedrijf moet daarom ook kijken of de individuele doelstellingen nog wel overeenkomen met
bedrijfsdoelstelling. Als deze afwijken kan het voorkomen dat organisatieleden de nieuwe
beslissingen weigeren uit te voeren
Bij de uitvoering van de beslissingen moet je na blijven denken of de gemaakte beslissingen wel goed
zijn. Als het nodig is kun je nog steeds van strategie veranderen
, Het proces houdt geen rekening met andere factoren die wel invloed hebben op een proces. Er moet
rekening worden gehouden met belangenconflicten.
In het bedrijf zijn er factoren die invloed hebben op de processen:
Organisatiestructuur opbouw van de organisatie
Kwaliteit van communicatie kwaliteit van de organisatieleden, open
communicatiekanalen, communiceren op het juiste moment
Motivatie van organisatieleden duidelijk maken wel gewenst en ongewenst gedrag is.
Wijzen van totstandkoming van een besluit kan op verschillende manieren:
Democratische besluitvorming de helft + 1
Meerderheidsbesluit 2/3 moet het eens zijn
Unanimiteitsbeginsel iedereen moet het er mee eens zijn
Consensusbeginsel doorvoeren als niemand principieel bezwaar heeft
Besluit met recht van veto 1 iemand heel veel invloed
Delegatie 1 of meer personen besluiten
Autoriteit 1 persoon besluit
Groupware computerprogrammatuur: hierdoor kan er kennis worden gewonnen door veel
mensen (elektronisch vergaderen, data verzamelen via internet enz.). dat is kennismanagement
Creativiteit in een organisatie hangt niet af van creatieve personen. De nuttige creativiteit is verdeeld
over het gehele personeel. Het is dus niet nodig om creativiteit binnen te halen. De organisatie moet
wel zo ingericht worden dat iedereen zijn creativiteit kan uitten.
Kennismanagement gericht op het realiseren van een hoog rendement van de productiefactor
kennis. Het gaat hierbij zowel om het leerrendement als financieel rendement.
Beslissingen nemen vergt veel overleg en inspraak. Dit overleg gebeurt in overleggroepen. Ook moet
de ondernemersraad aan overleg en inspraak doen. Hoe groter de beslissing, hoe belangrijker het
overleg is.
Beslissingen in organisaties heb je op strategisch, tactisch en operationeel niveau.
Het proces van een besluit nemen bestaat uit 4 fases:
Fase 1: beeldvorming en probleemstelling duidelijk beeld krijgen van het probleem. Via
gesprekken krijg je beeld van de kleinere deelproblemen. Het probleem moet voor iedereen
duidelijk zijn. Het probleem moet goed zijn gesteld omdat je het anders niet goed kan
oplossen
Fase 2: ontwikkelingsfase als er een duidelijke probleemstelling is moet je je afvragen
oplossingsmogelijkheden zijn. Via een brainstorm worden er zo veel mogelijk opties voor het
oplossen aangedragen
Fase 3: oordeelsvorming als er een aantal mogelijke oplossingen zijn, wordt er gekeken
naar het gevolg van deze oplossingen.
Er moet worden gekeken of de gevolgen volledig zijn, of de analyses juist zijn en welke
oplossing de beste is. Dit wordt getoetst aan de hand van ervaring, informatie en
uitvoerbaarheid.
Er moet worden voorkomen dat één teamlid te veel invloed heeft. Dan kan het besluit
verkeerd worden genomen
Fase 4: beslissen het toetsen van de mogelijke oplossingsmogelijkheden aan de
keuzecriteria.
Het bereiken van het einddoel kan op verschillende manieren. Daarom zijn er
randvoorwaarden waaraan de oplossing ook moet voldoen. Dit kan zijn:
- Termijn waarop aan het doel wordt
- Middelen die de organisatie ter beschikkingen stelt
- Risico’s
Dit is een iteratief proces als een voorgaande fase toch fout blijkt te zijn, wordt het proces vanaf
de foute fase verbeterd en verder verwerkt
Bij de uitvoering van de beslissingen moeten de organisatieleden ook nog samenwerken. Ze kunnen
de verantwoordelijkheid niet zomaar op een ander schuiven. Er moet naar een zo goed mogelijk
resultaat worden gestreefd.
Het bedrijf moet daarom ook kijken of de individuele doelstellingen nog wel overeenkomen met
bedrijfsdoelstelling. Als deze afwijken kan het voorkomen dat organisatieleden de nieuwe
beslissingen weigeren uit te voeren
Bij de uitvoering van de beslissingen moet je na blijven denken of de gemaakte beslissingen wel goed
zijn. Als het nodig is kun je nog steeds van strategie veranderen
, Het proces houdt geen rekening met andere factoren die wel invloed hebben op een proces. Er moet
rekening worden gehouden met belangenconflicten.
In het bedrijf zijn er factoren die invloed hebben op de processen:
Organisatiestructuur opbouw van de organisatie
Kwaliteit van communicatie kwaliteit van de organisatieleden, open
communicatiekanalen, communiceren op het juiste moment
Motivatie van organisatieleden duidelijk maken wel gewenst en ongewenst gedrag is.
Wijzen van totstandkoming van een besluit kan op verschillende manieren:
Democratische besluitvorming de helft + 1
Meerderheidsbesluit 2/3 moet het eens zijn
Unanimiteitsbeginsel iedereen moet het er mee eens zijn
Consensusbeginsel doorvoeren als niemand principieel bezwaar heeft
Besluit met recht van veto 1 iemand heel veel invloed
Delegatie 1 of meer personen besluiten
Autoriteit 1 persoon besluit
Groupware computerprogrammatuur: hierdoor kan er kennis worden gewonnen door veel
mensen (elektronisch vergaderen, data verzamelen via internet enz.). dat is kennismanagement
Creativiteit in een organisatie hangt niet af van creatieve personen. De nuttige creativiteit is verdeeld
over het gehele personeel. Het is dus niet nodig om creativiteit binnen te halen. De organisatie moet
wel zo ingericht worden dat iedereen zijn creativiteit kan uitten.
Kennismanagement gericht op het realiseren van een hoog rendement van de productiefactor
kennis. Het gaat hierbij zowel om het leerrendement als financieel rendement.