• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 60 pages
Resume

Samenvatting politicologie 2023/2024

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 60 pages

Samenvatting van het vak politicologie gedoceerd door Evelien Willems.

Aperçu du contenu

Politicologie
H1: POLITIEK
1. Wat is politiek
DEF: Ordenen en besturen van een territoriaal afgebakende samenleving door middel van
machtsuitoefening
Politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een samenleving.
 Politiek is overal waar er regels bestaan.
Bv: verenigingen, scholen, bedrijven
 Politeia (politika)

Territoriaal Niet-territoriaal
Omvattend en dwingend Functioneel en vrijblijvender
Bv: Gemeenten, regio’s, landen, EU, NAVO, VN Bv: Vrijetijdsverenigingen, bedrijven, scholen
Variatie

 Staatsinrichting & instellingen
 Gedrag: strategie & conflict/samenwerking (doelbewust optreden)
 Beleid


2. Evolutie reikwijdte van politiek
 Nachtwakersstaat – 19e eeuw
 Politiek = beperkte aangelegenheid (minimal)
 Burgerlijke rechten en vrijheid, basisregels (bv eigendomsrecht) + waken:
justitie, binnenlandse zaken
 Bescherming grenzen: defensie, buitenlandse zaken
 Belastingen: financiën
 Sociale welvaartstaat – 20ste eeuw
o Politiek = ingrijpende aangelegenheid – nanny
o Arbeidersbeweging  tegengaan van nefaste gevolgen vrij economisch
handelen door sociale bescherming
o Verzorgingsstaat: gezondheid, onderwijs, werkgelegenheid, sociale zekerheid
 Regulerende staat – 21ste eeuw
o Politiek = allesomvattende impact op dagelijks leven

H2: STAAT EN MACHT
1. Wat is macht?
Bindende regels

 Politieke regelgeving kan alleen functioneren (effectief sturen) als ze ook opgelegd
worden aan de leden van de samenleving
o Gevolgen van de niet-naleving regels: sancties, dwangmiddelen
 Burgerlijke ongehoorzaamheid: Individuele burgers of groepen burgers
verzetten zich principieel tegen een aantal regels, en geven daarmee aan dat



1

, zij het er niet mee eens zijn. Middel dat gebruikt wordt om fundamenteel
onrecht aan te klagen.
1) Vorm van protest die steunt op morele overwegingen en die stelt een
vorm van fundamenteel onrecht aan te klagen.
2) Vreedzaam protest: geen geweld, redenen om wet te overtreden
worden toegelicht aan bestuur & media, principe van politiek
pluralisme wordt gerespecteerd en actievoerders erkennen dat
anderen het recht hebben er een andere mening op na te houden.
3) Aanvaarden van gevolgen niet-naleving bindende regels
Bv: Spijbelen voor het klimaat, Klimaatklevers, Vrachtwagens op autostrade tegen
stikstofdecreet

 We volgen de regels zonder na te denken (geïnternaliseerd)
Bv: Rookverbod in café, gordel in auto, mondmasker (Regels onbewust volgen)


 Om de regels op te leggen en af te dwingen oefenen politieke gemeenschappen dus
macht uit over hun leden.

Macht versus gezag

Wanneer burgers zich geen of weinig vragen stellen bij de uitoefening van macht spreken
we van gezag.

 Robert Dahl
o Macht: actor A heeft de mogelijkheid om ervoor te zorgen dat actor B een
handeling verricht die B anders niet zou verrichten.
 Handeling B is niet noodzakelijk in overeenstemming met wat A wil
(onbedoelde effecten)
 Max Weber
o Macht: Mogelijkheid van actor om wil op te leggen aan anderen, ook tegen
eventuele weerstand in.
o Gezag: Verwijst naar machtsuitoefening die aanvaard wordt, die als legitiem
wordt gezien en in de praktijk ook wordt gevolgd.
o 3 vormen van gezag
 Traditioneel gezag: Traditie en gewoonte (erfopvolging)
 Charismatisch gezag: Persoonlijkheid van de machthebber, aan wie
bijzondere eigenschappen worden toegeschreven.
Bv: Bart de Wever, er wordt voor hem gestemd omwille van zijn karakter
 Rationeel-legalistisch gezag: Gezag niet gebonden aan de persoon van
de machthebber, maar berust op respect voor de regels.

Het rationele gezag zal in een moderne samenleving veel zwaarder wegen
dan het traditioneel gezag. In de moderne samenleving vragen we redenen
of rechtvaardigingen voor het uitoefenen van macht eerder dan
machtsuitoefening zomaar te aanvaarden.

 Vermogen, veronderstelling en conflict => Macht vindt altijd plaats in een sociale situatie
=> Als we ons niet tegen elkaar verhouden, is er ook geen macht

Legitieme machtsuitoefening uit respect voor de regels: bronnen/types
(democratische) legitimiteit

2

,  Input: Met welke signalen uit de samenleving worden allemaal rekening gehouden?
Voorkeuren laten horen via verkiezingen of participatie, representatie.
Bv: Burgerpanels
 Troughput: Hoe worden die regels gemaakt?
Kwaliteit besluitvormingsprocedures
Bv: Burgerparticipatie
 Output: De regels die gemaakt zijn efficiënt? Moet die regel dan aanvaard worden?
Probleemoplossend, welvaarts-verhogend vermogen, responsiviteit

Macht omdenken

3 faces of power - Steven Lukes

1) Power of decision-making/beslissen en bevelen
 ‘Naakte’ machtsuitoefening, zichtbaar
 Sancties, dwangmiddelen
 Steeds vaker geproblematiseerd
Bv: Maximumsnelheid
2) Non-decision-making power/agenda-setting (Bachrach & Baratz)
 Prioriteit van thema’s op politieke agenda (≠ richting van beleid)
 Positief: Aandacht genereren, zichtbaar
Bv: Boek over uitbuiting bevolking
 Negatief: Verhinderen dat bepaalde thema’s worden behandeld, onzichtbaar
 Uitoefening van macht is minder zichtbaar
Bv: Reguleren luchtverontreiniging versus vrijwaren van werkgelegenheid
3) Ideological power/ideologische hegemonie
 Bepalen wat er gedacht wordt, bestaande orde niet ter discussie stellen,
onzichtbaar
 Cultureel kader
Bv: Neoliberale, kapitalistische marktlogica


 De macht behoort niet exclusief toe aan de overheidsinstellingen of wordt niet exclusief
op een top-down manier uitgevoerd.

Amartya Sen

 Ongelijkheid: macht (onderdrukking) waardoor mensen niet al hun mogelijkheden
ontwikkelen dus geen ‘echte’ vrijheid.
Bv: Ontwikkelingslanden versus rijke landen



2. Macht meten
Macht aantonen en bewijzen is moeilijk

 Veel machtsuitoefening is onzichtbaar
o Anticipatie op gevolgen van acties
 Macht zit in machtsstrijd tussen actoren, wisselwerking – wederzijds
o Causaliteit van macht vaststellen is bijzonder lastig
Bv: Politieke agenda-setting
o Macht van één actor isoleren is problematisch
Bv: Partijen in een coalitieregering



3

,  Macht is vaak alleen negatief
Bv: Veto players



3. Macht van de staat
Niet enkel de staat voert macht uit; andere actoren, zoals burgers en bedrijven, oefenen ook
macht uit. Als het over zichtbare macht (beslissingen en bevelen) gaat, dan is het wel
duidelijk dat de staat over veel machtsinstrumenten beschikt. Doorheen de tijd stapelde de
staat veel macht.

Staat concentreert veel macht

Proces van staatsvorming: Natiestaat is langzaam gegroeid doorheen de tijd

1) Steeds grotere concentratie van machtsmiddelen (geld, expertise) om in te zetten
voor het reguleren van de samenleving. Ten koste van concurrenten: kerk, adel,…
waardoor het politieke systeem vrij spel heeft gekregen.
2) Verwerving van legitimiteit: Aanvaarding van de overheid als een geldige
gezagsdrager. Ten koste van andere bronnen van gezag: lokale elites, kerk.
3) Depersonalisatie van gezag (rationaal-legalistisch): De legitimiteit is niet langer
afhankelijk van het charisma of de populariteit van één bepaalde leider, maar wordt
bepaald door het geheel van regels en instellingen.
Evolutie van de 3 vormen van gezag.
4) Homogenisering: politieke systemen streven ernaar de regels op eenzelfde manier
toe te laten passen op het gehele grondgebied.

 Moderne natiestaat die een grote mate van legitimiteit geniet en bijzonder veel
machtsmiddelen kan inzetten om zijn regels te laten naleven.
 Natiestaat want bevolking, taal en cultuur (‘de natie’, ‘het volk’) vallen samen onder
één staat.
 Er valt niet aan staatsmacht te ontkomen (ondanks vervagende grenzen): er is steeds
politiek (en dus machtsuitoefening) daar waar mensen samenleven.

Art 33. GW: “Alle machten gaan uit van de natie. Zij worden bepaald op de wijze bij de
Grondwet bepaald.”

Staat= “human community that successfully claims the monopoly of the legitimate use of
physical force within a given territory” (Weber)

Monopolie op legitiem geweld
= De staat mag al enige geweld gebruiken om de regels van de samenleving op te leggen en af
te dwingen. Burgers of niet-overheidsorganisaties mogen in principe nooit geweld gebruiken
tenzij in heel duidelijk afgebakende gevallen, bijvoorbeeld het recht op wettelijke
zelfverdediging. Als ze dat toch doen, maken ze zich schuldig aan een strafbaar feit.

 Staatsgeweld moet proportioneel zijn: Het geweld moet in verhouding zijn met de
daad. Als de verdachte is aangehouden, moet het gebruik van geweld onmiddellijk
ophouden.
Bv: Politie mag niet aan etnische profilering doen. (George Floyd)
 Alleen geweld dat nodig is voor doel (noodzakelijkheid)
Bv: Foltering


4

Infos sur le Document

Cours
Publié le
13 février 2024
Nombre de pages
60
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€6,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
1 année de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions