Mylab – vragen & oplossingen
Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1 - Inleiding tot management en organisaties ......................... Error! Bookmark not defined.
Hoofdstuk 2 - De veranderende wereld van management ..................................................................... 5
Hoofdstuk 3 - De speelruimte van de manager ...................................................................................... 7
Hoofdstuk 4 - MVO en ethisch handelen ................................................................................................ 9
Hoofdstuk 5 - Innovatie en verandering ............................................................................................... 11
Hoofdstuk 6 - Besluitvorming ................................................................................................................ 13
Hoofdstuk 8 - Strategisch management ................................................................................................ 16
Hoofdstuk 9 - Organisatiestructuur....................................................................................................... 18
Hoofdstuk 12 - Gedrag in organisaties .................................................................................................. 21
Hoofdstuk 14 - Werknemers motiveren ............................................................................................... 23
Hoofdstuk 16 - Procesmanagement ...................................................................................................... 25
Hoofdstuk 17 - Beheersing van kwaliteit............................................................................................... 28
Oplossingen ........................................................................................................................................... 30
Hoofdstukken 7, 10, 11, 13 en 15 staan er niet tussen omdat deze niet deel uitmaakten van de
leerstof.
1
, Mylab – vragen & oplossingen
Hoofdstuk 1 - Inleiding tot management en organisaties
Vraag 1
‘Hoe kunnen we de effectiviteit, productiviteit, flexibiliteit en het innoverend vermogen van
medewerkers verbeteren zodat deze meer tijd overhouden voor taken waar de overheid zicht
terugtrekt? Hoe kunnen we social media, cloud computing, crowdsourcing, het nieuwe werken,
sociale en open innovatie en bring your own device beter duiden, integreren en gebruiken? Hoe kan
ik naast mijn vaste kern van werknemers, een flexibele schil met zelfstandige professionals
organiseren? Hoe zorg ik ervoor dat ik slimmer kan samenwerken met mijn omgeving?’
Deze vragen stelt een manager zichzelf die nadenkt over ___ van zijn bedrijf.
A het organisatieconcept
B de efficiëntie
C de managementrollen
D het communicatiesysteem
Vraag 2
Lees het volgende tekstfragment uit een vacature voor een Teammanager Servicedesk’. Wat voor
soort manager wordt er gezocht?
“Je stuurt het team Servicedesk aan. Hierbij word je ondersteund door twee clusterleiders die
rechtstreeks onder jou vallen. Samen met hen zorg je ervoor dat het team zich doorontwikkelt in de
uniformering van de dienstverlening richting de opdrachtgevers, de stapsgewijze retransitie van de
eerstelijns dienstverlening van de externe leverancier en verdere modernisering.”
A lagere manager
B middenmanager
C hogere manager
D topmanager
Vraag 3
Bij welk type organisatie horen de volgende kernwoorden?
I gericht op het individu, taakgericht, hiërarchische relaties
II dynamisch, tijdelijke aanstellingen, flexibele werktijden, klantgericht, taken bepaald door functie
A. I traditionele organisatie
II nieuwe organisatie
B. I nieuwe organisatie
II traditionele organisatie
C. I innoverende organisatie
II traditionele organisatie
D. I nieuwe organisatie
II innoverende organisatie
2
, Mylab – vragen & oplossingen
Vraag 4
Universaliteit van management wil zeggen dat ___ .
A management in alle organisaties op dezelfde wijze wordt bedreven
B dat er geen verschil is in managementfuncties
C dat management nodig is in organisaties van elk type, elke grootte en in alle gebieden
D dat ook niet-leidinggevend personeel managementtaken vervult
Vraag 5
Marjolein, commercieel manager bij Friesland Yachts, nipt aan haar koffie als ze om 6 uur ’s ochtends haar
agenda doorneemt. Ze geeft die ochtend twee rondleidingen: de eerste aan een journalist die een verhaal
schrijft over de groei die het bedrijf heeft doorgemaakt, en de tweede aan het management van de werf in
Roemenië die voor Friesland Yachts de casco’s maakt.
Onder welke managementrol valt de rondleiding aan het management van de werf in Roemenië?
A leider
B aanspreekpunt
C monitor
D boegbeeld
Vraag 6
Bij welk begrip horen de volgende kernwoorden?
I proces, middelen, maximale productie, dingen goed doen
II einddoel, bedrijfsdoelstellingen, de goede dingen doen
1. I efficiëntie
II effectiviteit
2. I effectiviteit
II efficiëntie
3. I effectiviteit
II creativiteit
4. I creativiteit
II efficiëntie
Vraag 7
Een organisatie heeft drie typerende kenmerken. Deze kenmerken zijn ___ .
A specifiek doel, management en medewerkers
B specifiek doel, mensen en samenhang
C mensen, samenhang en doelbewuste structuur
D specifiek doel, doelbewuste structuur en mensen
Vraag 8
Menselijke vaardigheden zijn vooral belangrijk op de lagere managementniveaus, omdat deze
managers direct met het uitvoerend personeel te maken hebben. Zij zullen dus veelvuldig mensen
moeten motiveren.
A. Waar
B. Onwaar
3
Inhoud
Inhoud ..................................................................................................................................................... 1
Hoofdstuk 1 - Inleiding tot management en organisaties ......................... Error! Bookmark not defined.
Hoofdstuk 2 - De veranderende wereld van management ..................................................................... 5
Hoofdstuk 3 - De speelruimte van de manager ...................................................................................... 7
Hoofdstuk 4 - MVO en ethisch handelen ................................................................................................ 9
Hoofdstuk 5 - Innovatie en verandering ............................................................................................... 11
Hoofdstuk 6 - Besluitvorming ................................................................................................................ 13
Hoofdstuk 8 - Strategisch management ................................................................................................ 16
Hoofdstuk 9 - Organisatiestructuur....................................................................................................... 18
Hoofdstuk 12 - Gedrag in organisaties .................................................................................................. 21
Hoofdstuk 14 - Werknemers motiveren ............................................................................................... 23
Hoofdstuk 16 - Procesmanagement ...................................................................................................... 25
Hoofdstuk 17 - Beheersing van kwaliteit............................................................................................... 28
Oplossingen ........................................................................................................................................... 30
Hoofdstukken 7, 10, 11, 13 en 15 staan er niet tussen omdat deze niet deel uitmaakten van de
leerstof.
1
, Mylab – vragen & oplossingen
Hoofdstuk 1 - Inleiding tot management en organisaties
Vraag 1
‘Hoe kunnen we de effectiviteit, productiviteit, flexibiliteit en het innoverend vermogen van
medewerkers verbeteren zodat deze meer tijd overhouden voor taken waar de overheid zicht
terugtrekt? Hoe kunnen we social media, cloud computing, crowdsourcing, het nieuwe werken,
sociale en open innovatie en bring your own device beter duiden, integreren en gebruiken? Hoe kan
ik naast mijn vaste kern van werknemers, een flexibele schil met zelfstandige professionals
organiseren? Hoe zorg ik ervoor dat ik slimmer kan samenwerken met mijn omgeving?’
Deze vragen stelt een manager zichzelf die nadenkt over ___ van zijn bedrijf.
A het organisatieconcept
B de efficiëntie
C de managementrollen
D het communicatiesysteem
Vraag 2
Lees het volgende tekstfragment uit een vacature voor een Teammanager Servicedesk’. Wat voor
soort manager wordt er gezocht?
“Je stuurt het team Servicedesk aan. Hierbij word je ondersteund door twee clusterleiders die
rechtstreeks onder jou vallen. Samen met hen zorg je ervoor dat het team zich doorontwikkelt in de
uniformering van de dienstverlening richting de opdrachtgevers, de stapsgewijze retransitie van de
eerstelijns dienstverlening van de externe leverancier en verdere modernisering.”
A lagere manager
B middenmanager
C hogere manager
D topmanager
Vraag 3
Bij welk type organisatie horen de volgende kernwoorden?
I gericht op het individu, taakgericht, hiërarchische relaties
II dynamisch, tijdelijke aanstellingen, flexibele werktijden, klantgericht, taken bepaald door functie
A. I traditionele organisatie
II nieuwe organisatie
B. I nieuwe organisatie
II traditionele organisatie
C. I innoverende organisatie
II traditionele organisatie
D. I nieuwe organisatie
II innoverende organisatie
2
, Mylab – vragen & oplossingen
Vraag 4
Universaliteit van management wil zeggen dat ___ .
A management in alle organisaties op dezelfde wijze wordt bedreven
B dat er geen verschil is in managementfuncties
C dat management nodig is in organisaties van elk type, elke grootte en in alle gebieden
D dat ook niet-leidinggevend personeel managementtaken vervult
Vraag 5
Marjolein, commercieel manager bij Friesland Yachts, nipt aan haar koffie als ze om 6 uur ’s ochtends haar
agenda doorneemt. Ze geeft die ochtend twee rondleidingen: de eerste aan een journalist die een verhaal
schrijft over de groei die het bedrijf heeft doorgemaakt, en de tweede aan het management van de werf in
Roemenië die voor Friesland Yachts de casco’s maakt.
Onder welke managementrol valt de rondleiding aan het management van de werf in Roemenië?
A leider
B aanspreekpunt
C monitor
D boegbeeld
Vraag 6
Bij welk begrip horen de volgende kernwoorden?
I proces, middelen, maximale productie, dingen goed doen
II einddoel, bedrijfsdoelstellingen, de goede dingen doen
1. I efficiëntie
II effectiviteit
2. I effectiviteit
II efficiëntie
3. I effectiviteit
II creativiteit
4. I creativiteit
II efficiëntie
Vraag 7
Een organisatie heeft drie typerende kenmerken. Deze kenmerken zijn ___ .
A specifiek doel, management en medewerkers
B specifiek doel, mensen en samenhang
C mensen, samenhang en doelbewuste structuur
D specifiek doel, doelbewuste structuur en mensen
Vraag 8
Menselijke vaardigheden zijn vooral belangrijk op de lagere managementniveaus, omdat deze
managers direct met het uitvoerend personeel te maken hebben. Zij zullen dus veelvuldig mensen
moeten motiveren.
A. Waar
B. Onwaar
3