ANATOMIE EN FYSIOLOGIE VAN DE LUCHTWEGEN
De trachea vormt een rechter en linker hoofd bronchi (primair). Elke hoofd bronchi wordt onderverdeeld in
kwabbronchiën (secundair). 3 kwabbronchiën aan de rechterzijde en 2 aan de linkerzijde, welke verdeeld
worden in nog kleinere bronchiën.
Passages met een kleinere diameter dan 1 mm, worden bronchiolen genoemd.
De weefselsamenstelling van de wanden van de hoofdbronchiën verandert wanneer de buizen smaller worden:
- Ondersteunende structuren veranderen: onregelmatge platen kraakbeen vervangen de kraakbeenringen, wanneer de bronchiolen bereikt zijn
bevat de wand geen ondersteunend kraakbeen meer. Echter bevat het overal elastsche vezels.
- Epitheel typen veranderen: mucosale epitheel wordt dunner. Mucus producerende cellen en cilia zijn dun in de bronchiolen.
- Hoeveelheid glad spierweefsel stjgt: de relateve hoeveelheid glad spierweefsel wordt hoger, wanneer de passages smaller worden.
Alveoli: dunwandige luchtzakjes. De lucht komt vanuit de kleinste bronchiolen via alveolaire buizen in
alveolaire sacs of saccules (bestaat uit meerdere alveoli). De wanden van de alveoli zijn samengesteld uit een
enkele laag plaveiselepitheelcellen omgeven met een dun basement membraan-> type I alveolaire cellen. Het
externe oppervlak van de alveoli is dicht bedekt met pulmonaire capillairen. Gas uitwisseling gebeurt
eenvoudig d.m.v. difusie over het ademhalingsmembraan. O 2 gaat van de alveolus naar het bloed en CO 2 van
het bloed naar de gas-gevulde alveolus.
Type II alveolaire cellen scheiden surfactant (vloeistof)uit, welke de aan gas blootgestelde alveolaire
oppervlakken bedekt. Daarnaast scheiden type II alveolaire cellen een aantal antmicrobiële eiwiten uit.
,INADEMEN
- Het diafragma (=middenrif) contracteert, waardoor het volume van de borstholte groter wordt en het
volume van de buikholte afneemt.
- De tussenribspieren trekken samen, waardoor de ribbenkast en borstbeen worden opgetld. De
ribben zwaaien naar buiten, waardoor de diameter van de borstholte vergroot wordt.
Het intra pulmonaire volume wordt groter, de intra pulmonaire druk daalt en is kleiner dan de atmosferische
druk. Lucht vloeit de intra pulmonaire ruimte binnen volgens het drukgradiënt.
, UITADEMEN
Uitademen is een passief proces. De ademhalingsspieren relaxeren. Het intrapulmonaire volume wordt kleiner,
waardoor de alveoli minder samen gedrukt worden. Als P pul>Patm, dan vloeit de lucht via het drukgradiënt de
long uit.