Owg 2.5
De baring en álles wat erbij komt kijken
Welke fases zijn er tijdens een bevalling?
De baring wordt onderverdeeld in 4 of 5 fases.
1. De latente fase
In deze fase staat de verstrijking en verweking van de baarmoedermond
centraal. De vrouw heeft al lichte weeën, maar ze zijn nog onregelmatig en
niet erg pijnlijk. De ontsluiting is hier vaak 1 tot 3cm.
2. De actieve ontsluitingsfase
De weeën worden langer, regelmatiger en heviger. Meestal ook de fase
waarin de vliezen breken. De ontsluiting wordt nu langzaam opgebouwd tot de
nodige 10cm.
3. De overgangsfase
Wachten tot de laatste centimeters ontsluiting. Wanneer de vliezen nog niet
gebroken zijn kan de verloskundige die doorprikken in dit stadium. Tijdens
deze fase mag de vrouw nog niet persen. Gaat vaak gepaard met
misselijkheid en overgeven. Vrouwen worden op dit punt vaak bang dat ze het
niet kunnen, wordt als de zwaarste fase van de bevalling ervaren.
4. De uitdrijvingsfase
In deze fase gaat de baby indalen in het geboortekanaal. Tijdens deze fase
krijgt de vrouw persweeën. Dit zijn hevige contracties van de baarmoeder die
ervoor zorgen dat de baby door het geboortekanaal naar buiten gedreven
wordt. De vrouw krijgt reflectoire persrang, dit is een drang tot meepersen die
een vrouw niet kan negeren, alsof ze niets anders meer kan dan persen.
In dit stadium zijn de vordering van de indaling en de conditie van moeder en
kind leidend.
Het hoofdje gaat eerst insnijden, dit betekent dat het hoofdje tijdens een wee
zichtbaar wordt, maar het deinst weer terug. Op een gegeven moment blijft
het hoofdje ‘staan’ in de vagina-opening. Dit noemen we doorsnijden. Het
hoofdje deinst nu niet meer terug. Dit noemen vrouwen ook wel ‘the ring of
fire’.
5. De nageboorte
Dit is de fase waarin de placenta geboren wordt.
De baring en álles wat erbij komt kijken
Welke fases zijn er tijdens een bevalling?
De baring wordt onderverdeeld in 4 of 5 fases.
1. De latente fase
In deze fase staat de verstrijking en verweking van de baarmoedermond
centraal. De vrouw heeft al lichte weeën, maar ze zijn nog onregelmatig en
niet erg pijnlijk. De ontsluiting is hier vaak 1 tot 3cm.
2. De actieve ontsluitingsfase
De weeën worden langer, regelmatiger en heviger. Meestal ook de fase
waarin de vliezen breken. De ontsluiting wordt nu langzaam opgebouwd tot de
nodige 10cm.
3. De overgangsfase
Wachten tot de laatste centimeters ontsluiting. Wanneer de vliezen nog niet
gebroken zijn kan de verloskundige die doorprikken in dit stadium. Tijdens
deze fase mag de vrouw nog niet persen. Gaat vaak gepaard met
misselijkheid en overgeven. Vrouwen worden op dit punt vaak bang dat ze het
niet kunnen, wordt als de zwaarste fase van de bevalling ervaren.
4. De uitdrijvingsfase
In deze fase gaat de baby indalen in het geboortekanaal. Tijdens deze fase
krijgt de vrouw persweeën. Dit zijn hevige contracties van de baarmoeder die
ervoor zorgen dat de baby door het geboortekanaal naar buiten gedreven
wordt. De vrouw krijgt reflectoire persrang, dit is een drang tot meepersen die
een vrouw niet kan negeren, alsof ze niets anders meer kan dan persen.
In dit stadium zijn de vordering van de indaling en de conditie van moeder en
kind leidend.
Het hoofdje gaat eerst insnijden, dit betekent dat het hoofdje tijdens een wee
zichtbaar wordt, maar het deinst weer terug. Op een gegeven moment blijft
het hoofdje ‘staan’ in de vagina-opening. Dit noemen we doorsnijden. Het
hoofdje deinst nu niet meer terug. Dit noemen vrouwen ook wel ‘the ring of
fire’.
5. De nageboorte
Dit is de fase waarin de placenta geboren wordt.