Hoofdstuk 5: de huid
Keypoints van dit hoofdstuk
1. Geef de twee verschillende lagen van de huid alsook hun verdere onderverdeling van superficieel naar profundus.
• Diepste epidermislaag: stratum/basale/kiemlaag/stratum genminativam
- Cellen: hemidesmosomen, met basale membraan verbonden
- Het vormt epideskannen à contactopp vergroten
- Uitstulpingen vd huid: dermale papillae. Epidermis heegt geen bloedvaten à
voedingsstoffen opnemen via bloedvaten in dermis.
• Stratum spinosum: stamcellen delen zich à dochtercellen gaan hier binnen; stekelcelen; cellen
delen zich à dekweefsel wordt dikker
• Stratum granulosom: cellen uit stratum spinosum. Cellen delen niet meer à maken eitwit
karatine aan. Korrelige laag.
• Stratum lucidum: bedekt stratum granulosum in dikke huid. Glasachtige, doorzichtige laag.
Cellen: afgeplat, dicht opeen, met keratine gevuld.
• Buitenste laag: stratum corneum. 15-20 lagen afgevlakte dode cellen met keratine à
verhoornd. Via desmosomen stevig verbonden. Duurt 7-10 dagen om van stratum basale à
hoornlaag te gaan
• De 2 lagen van de dermis is superficieel naar profundus
- Papilaire laag: losmazig bindweefsel, ondersteunt & voedt epidesmis. Bevat haarvaten
en zenuwen die nr opp vd huid lopen
- Reticulaire laag: dieper. Verbonden netwerkt v. dicht, onregelmatig bindweefsel.
Elastische vezels (stevigheid) & collagene vezels (beperken buigzaamheid)
2. Bespreek de functie van de epidermis en van de dermis aan de hand van hun anatomische bouw.
• Dermis (= lederhuis): weefsellaag die epidermis ondersteunt. Andere orgaanstelsel
communiceren met de huid via verbindingen met dermis. Regelt voedingsstoffen voor
epidermis/ opperhuid en zorgt voor stevigheid en elasticiteit. Ook belangrijke voor
verdediging
• Epidermis (=opperhuid): buitenste, zichtbare laag. Ververst voortdurend 2 onderdelen:
hoornlaag (stevigheid en beschemring) en slijmlaag ( onder hoornlaag, nieuwe cellen groeien
en vervangen afgestorven cellen)
3. Welke factoren zijn van invloed op de huidskleur?
• Kleur v/d huid bepaald door interavtie tss pgmentatie vd epidermis & doorbloeding vd dermis
• Pigmentatie van epidermis: caroteen ( in epidermiscellen ophoopt, oranjegele kleurstof à ka
huid beetje oranje kleuren, kan in vit A worden omgezet), melanine (bruin, geelbruin, zwart
pigment; gevormd door melanocyten)
• Doorbloeding van dermis: zuurstofrijk bloed à helderrood à rode tint vd huid. Als vaten
verwijderen à rode kleur opvallender. Vaten vernauwd à bleke huid; langdurige afname v
bleodtoevoer à zuurstofarm bloed à donkere huid & uiteindelijk blauw = cyanose
Keypoints van dit hoofdstuk
1. Geef de twee verschillende lagen van de huid alsook hun verdere onderverdeling van superficieel naar profundus.
• Diepste epidermislaag: stratum/basale/kiemlaag/stratum genminativam
- Cellen: hemidesmosomen, met basale membraan verbonden
- Het vormt epideskannen à contactopp vergroten
- Uitstulpingen vd huid: dermale papillae. Epidermis heegt geen bloedvaten à
voedingsstoffen opnemen via bloedvaten in dermis.
• Stratum spinosum: stamcellen delen zich à dochtercellen gaan hier binnen; stekelcelen; cellen
delen zich à dekweefsel wordt dikker
• Stratum granulosom: cellen uit stratum spinosum. Cellen delen niet meer à maken eitwit
karatine aan. Korrelige laag.
• Stratum lucidum: bedekt stratum granulosum in dikke huid. Glasachtige, doorzichtige laag.
Cellen: afgeplat, dicht opeen, met keratine gevuld.
• Buitenste laag: stratum corneum. 15-20 lagen afgevlakte dode cellen met keratine à
verhoornd. Via desmosomen stevig verbonden. Duurt 7-10 dagen om van stratum basale à
hoornlaag te gaan
• De 2 lagen van de dermis is superficieel naar profundus
- Papilaire laag: losmazig bindweefsel, ondersteunt & voedt epidesmis. Bevat haarvaten
en zenuwen die nr opp vd huid lopen
- Reticulaire laag: dieper. Verbonden netwerkt v. dicht, onregelmatig bindweefsel.
Elastische vezels (stevigheid) & collagene vezels (beperken buigzaamheid)
2. Bespreek de functie van de epidermis en van de dermis aan de hand van hun anatomische bouw.
• Dermis (= lederhuis): weefsellaag die epidermis ondersteunt. Andere orgaanstelsel
communiceren met de huid via verbindingen met dermis. Regelt voedingsstoffen voor
epidermis/ opperhuid en zorgt voor stevigheid en elasticiteit. Ook belangrijke voor
verdediging
• Epidermis (=opperhuid): buitenste, zichtbare laag. Ververst voortdurend 2 onderdelen:
hoornlaag (stevigheid en beschemring) en slijmlaag ( onder hoornlaag, nieuwe cellen groeien
en vervangen afgestorven cellen)
3. Welke factoren zijn van invloed op de huidskleur?
• Kleur v/d huid bepaald door interavtie tss pgmentatie vd epidermis & doorbloeding vd dermis
• Pigmentatie van epidermis: caroteen ( in epidermiscellen ophoopt, oranjegele kleurstof à ka
huid beetje oranje kleuren, kan in vit A worden omgezet), melanine (bruin, geelbruin, zwart
pigment; gevormd door melanocyten)
• Doorbloeding van dermis: zuurstofrijk bloed à helderrood à rode tint vd huid. Als vaten
verwijderen à rode kleur opvallender. Vaten vernauwd à bleke huid; langdurige afname v
bleodtoevoer à zuurstofarm bloed à donkere huid & uiteindelijk blauw = cyanose