Vaccins (Debyser)
Immuniteit
Cellulaire (celgebonden) immuniteit: gemedieerd door T-lymfocyten
Natuurlijke (natieve/innate) immuniteit:
o Niet-specifiek
o Aangeboren
o Blijft gelijk bij herhaalde contacten
o Adjuvants prikkelt aangeboren immuunsysteem
o Bestaat uit
Intrinsieke barrières (bv. epitheel, enzymen)
Immuuncellen (bv. macrofagen)
Cytokines en eiwitten (vaak signaal via interferon vb. Toll-like receptoren)
Verworven (adaptieve) immuniteit:
o Specifiek (opgebouwd bij eerste contact)
o Geheugenfunctie reactie sterker bij daaropvolgende contacten
o Bestaat uit
Antigenen
Antistoffen
B-cellen
T-cellen
MHC-moleculen
Major histocompatibility complex (HLA bij mensen)
Vingerafdruk van eigen immuunsysteem
Antigen (op macrofaag) + MHC-cel binding helper T-cel deling +
productie cytokines
Antigen-presenterende cellen (APC)
o Tolerantie
Genherschikking ook self-reactieve B- en T-cellen controlemechanisme van
thymus self vs non-self
Neemt af met leeftijd door verkleining thymus minder naïeve T-cellen
Humorale immuniteit: gemedieerd door antilichamen, geproduceerd door B-lymfocyten
o Vaccins
Hoge antistoftiter belangrijk voor werkzaamheid (welke conc nodig om virus te
neutraliseren?)
Kwaliteit antistoffen belangrijk
Aviditeit = kwaliteit binding antistof-antigen
o IgM (zwakke binding + kort leven) IgG (sterke binding + lang
leven)
Maturatie tijd is belangrijk beter beschermd een aantal maanden
na vaccin
Immuniteit
Cellulaire (celgebonden) immuniteit: gemedieerd door T-lymfocyten
Natuurlijke (natieve/innate) immuniteit:
o Niet-specifiek
o Aangeboren
o Blijft gelijk bij herhaalde contacten
o Adjuvants prikkelt aangeboren immuunsysteem
o Bestaat uit
Intrinsieke barrières (bv. epitheel, enzymen)
Immuuncellen (bv. macrofagen)
Cytokines en eiwitten (vaak signaal via interferon vb. Toll-like receptoren)
Verworven (adaptieve) immuniteit:
o Specifiek (opgebouwd bij eerste contact)
o Geheugenfunctie reactie sterker bij daaropvolgende contacten
o Bestaat uit
Antigenen
Antistoffen
B-cellen
T-cellen
MHC-moleculen
Major histocompatibility complex (HLA bij mensen)
Vingerafdruk van eigen immuunsysteem
Antigen (op macrofaag) + MHC-cel binding helper T-cel deling +
productie cytokines
Antigen-presenterende cellen (APC)
o Tolerantie
Genherschikking ook self-reactieve B- en T-cellen controlemechanisme van
thymus self vs non-self
Neemt af met leeftijd door verkleining thymus minder naïeve T-cellen
Humorale immuniteit: gemedieerd door antilichamen, geproduceerd door B-lymfocyten
o Vaccins
Hoge antistoftiter belangrijk voor werkzaamheid (welke conc nodig om virus te
neutraliseren?)
Kwaliteit antistoffen belangrijk
Aviditeit = kwaliteit binding antistof-antigen
o IgM (zwakke binding + kort leven) IgG (sterke binding + lang
leven)
Maturatie tijd is belangrijk beter beschermd een aantal maanden
na vaccin