Mediatheorieën
Theorie Focus Kritiek Namen
1) Massamaatschappijtheorie - samenspel van ideeën uit de psychologie, - weinig empirische bewijzen
sociologie en politicologie - nostalgisch idealiseren verleden
- rode draden: destructieve kracht, - simplistische visie wijzigingen in westerse
beïnvloeding, ontvanger passief & kritiekloos, maatschappij
kwetsbaas &hulpeloos, sociale chaos, - biased op ontvangen
langetermijn gevolgen, cultureel verval communicatiewetenschappelijke
geschiedschrijving
- negeren alternatieve visie en opgelegde
periodisering
- negeren complexiteit en nuances
inspiratiebronnen
- negeren kritiek stimulus-respons-model
2) Functionalistische - Het functioneren van de media in productie, - Te algemeen idee van systemen - Parsons
mediatheorie handhaving en/of verandering van sociale - Te vage concepten en doelstellingen - Laswell
formaties - Conservatieve bias ten dienste van - Lazarsfeld &
- Maatschappij = totaalsysteem met heersende macht merton
subsystemen - Wright
- Centrale doelstelling = zelfhandhaving - McQuail
- Volk aanvaardt kritiekloos status quo
- Media sociaal instrument om individuele
behoeften te vervullen
- Functies van media: surveillance, correlatie,
transmissie, conformiteits, statusverlenende,
narcotiserende, onstpanning/amusement,
mobilisatie
- Manifeste/latente functie
3) Kritische theorie (Frankfurter - Focus ligt op fouten en problemen in de - Pessimistische kijk op cultuur: geen - Adorno,
schule) maatschappij en er alternatief wordt analyse van de populaire cultuur (moet Horkheimer,
Theorie Focus Kritiek Namen
1) Massamaatschappijtheorie - samenspel van ideeën uit de psychologie, - weinig empirische bewijzen
sociologie en politicologie - nostalgisch idealiseren verleden
- rode draden: destructieve kracht, - simplistische visie wijzigingen in westerse
beïnvloeding, ontvanger passief & kritiekloos, maatschappij
kwetsbaas &hulpeloos, sociale chaos, - biased op ontvangen
langetermijn gevolgen, cultureel verval communicatiewetenschappelijke
geschiedschrijving
- negeren alternatieve visie en opgelegde
periodisering
- negeren complexiteit en nuances
inspiratiebronnen
- negeren kritiek stimulus-respons-model
2) Functionalistische - Het functioneren van de media in productie, - Te algemeen idee van systemen - Parsons
mediatheorie handhaving en/of verandering van sociale - Te vage concepten en doelstellingen - Laswell
formaties - Conservatieve bias ten dienste van - Lazarsfeld &
- Maatschappij = totaalsysteem met heersende macht merton
subsystemen - Wright
- Centrale doelstelling = zelfhandhaving - McQuail
- Volk aanvaardt kritiekloos status quo
- Media sociaal instrument om individuele
behoeften te vervullen
- Functies van media: surveillance, correlatie,
transmissie, conformiteits, statusverlenende,
narcotiserende, onstpanning/amusement,
mobilisatie
- Manifeste/latente functie
3) Kritische theorie (Frankfurter - Focus ligt op fouten en problemen in de - Pessimistische kijk op cultuur: geen - Adorno,
schule) maatschappij en er alternatief wordt analyse van de populaire cultuur (moet Horkheimer,