Practicum PCR
DNA-profiel: DNA fingerprint
o DNA-profiel dat wordt verkregen, vergelijken met dat van de verdachte
Vingerafdrukken: dactyloscopie
‘match’ of ‘geen match’: verdachte wordt gelinkt of uitgesloten
DNA in de cel
In de kern = nucleair DNA/Genomisch DNA
Chromosomen
Uniek
In het cytosol = mitochondriaal DNA
Genomisch DNA
Coderend DNA (‘genen’)
Genetische informatie
Coderen voor eiwitten
Niet-coderend DNA (‘extra genetisch’)
Junk DNA
Grootste deel van het genoom
Geen fenotypische kenmerken
o Uitzondering: het geslacht
We zoeken naar regio’s in het DNA die verschillen tussen personen
Variabele regio’s in het
DNA = Short Tandem Repeats (STRs)
Identieke, repetitieve units
o Analyse van kleine fragmenten
Zeer polymorf
Merkers selecteren zover mogelijk van elkaar
in het genoom, op verschillende
chromosomen
Geslacht: Amelogenine merker op het
geslachtschromosoom: XX of XY
Locus: plaats op het genoom, waar de merker zich bevindt
Allel: varianten van een merker (aantal repeats)
Homozygoot: allelen op beide chromosomen zijn gelijk
Heterozygoot: Allelen van een bepaalde merker op beide chromosomen zijn verschillend
Opstellen DNA-profiel
, Cellen losweken van de dragen (bv. speekselcellen)
DNA extraheren uit de cellen mvb Chelex
o Chelex: hars, in de oplossing zullen minder ionen zitten
Osmotische kracht: cel neemt water op
Concentratie aan ionen in de cel daalt, en
wordt gelijk aan de concentratie van ionen
buiten de cel
Door de osmotische druk zal de cel barsten
Zachte lyse bij 56°C osmose (cellen komen allemaal op barsten te
staan)
Harde lyse bij kooktemperatuur openbreken cellen en denaturatie
van de proteïnen (DNA is vrijgekomen)
Vrijgekomen DNA beschermen voor afbraak door DNasen
o Afcentrifugeren: zware materiaal (bv. Chelex) op de bodem, DNA opgelost in de
waterige oplossing (= supernatans)
Goed scheiden want Chelex zal ionen capteren die het enzym tijdens de PCR
nodig heeft
DNA vermenigvuldigen adhv PCR:
o Detectie van de DNA-fragmenten mbv capillaire electroforese
o = DNA-amplificatie
o DNA-polymerase nodig (Taq)
Organisme dat bij kooktemperaturen overleeft,
polymerase zal niet denatureren
o Enkelstrengig DNA nodig als ‘template’ voor synthese van
complementaire nieuwe streng
o Klein stukje dubbelstrengig DNA nodig om de polymerase te
starten (primers toevoegen)
Cycli van denaturatie, annealing en elongatie
Denaturatie van een dubbelstrengige helix,
enkelstrengig DNA maken
Annealing: kleine regio’s met nieuw dubbelstrengig DNA wordt gemaakt
Hiervoor primers (enkelstrengig DNA) aangemaakt: zijn
complementair met fragment van template DNA
Temperatuur verlagen naar 58°C zodat enkel de primers kunnen
binden/hybridiseren op het DNA
Polymerase bindt op deze nieuw gevormde stukjes
Annealing T: primers binden = smelttemperatuur v. DNA
Smelttemperatuur v. DNA
o 50% primers gebonden aan DNA
o Afh. v. [C] en [G] gehalte (hebben 3 H-bruggen ipv. 2 H-
bruggen bij A en T)
o Hoe meer H-bruggen, hoe sterker de reactie, hoe meer
energie nodig, hoe hoger smelttemperatuur
Voor elk fragment bij het begin en einde een primer toevoegen
o Smelttemperatuur v. beide primers moet gelijk zijn zodanig
dat er geen aspecifieke bindingen kunnen plaatsvinden
o Tm te laag (tov. Ta) : geen annealing
DNA-profiel: DNA fingerprint
o DNA-profiel dat wordt verkregen, vergelijken met dat van de verdachte
Vingerafdrukken: dactyloscopie
‘match’ of ‘geen match’: verdachte wordt gelinkt of uitgesloten
DNA in de cel
In de kern = nucleair DNA/Genomisch DNA
Chromosomen
Uniek
In het cytosol = mitochondriaal DNA
Genomisch DNA
Coderend DNA (‘genen’)
Genetische informatie
Coderen voor eiwitten
Niet-coderend DNA (‘extra genetisch’)
Junk DNA
Grootste deel van het genoom
Geen fenotypische kenmerken
o Uitzondering: het geslacht
We zoeken naar regio’s in het DNA die verschillen tussen personen
Variabele regio’s in het
DNA = Short Tandem Repeats (STRs)
Identieke, repetitieve units
o Analyse van kleine fragmenten
Zeer polymorf
Merkers selecteren zover mogelijk van elkaar
in het genoom, op verschillende
chromosomen
Geslacht: Amelogenine merker op het
geslachtschromosoom: XX of XY
Locus: plaats op het genoom, waar de merker zich bevindt
Allel: varianten van een merker (aantal repeats)
Homozygoot: allelen op beide chromosomen zijn gelijk
Heterozygoot: Allelen van een bepaalde merker op beide chromosomen zijn verschillend
Opstellen DNA-profiel
, Cellen losweken van de dragen (bv. speekselcellen)
DNA extraheren uit de cellen mvb Chelex
o Chelex: hars, in de oplossing zullen minder ionen zitten
Osmotische kracht: cel neemt water op
Concentratie aan ionen in de cel daalt, en
wordt gelijk aan de concentratie van ionen
buiten de cel
Door de osmotische druk zal de cel barsten
Zachte lyse bij 56°C osmose (cellen komen allemaal op barsten te
staan)
Harde lyse bij kooktemperatuur openbreken cellen en denaturatie
van de proteïnen (DNA is vrijgekomen)
Vrijgekomen DNA beschermen voor afbraak door DNasen
o Afcentrifugeren: zware materiaal (bv. Chelex) op de bodem, DNA opgelost in de
waterige oplossing (= supernatans)
Goed scheiden want Chelex zal ionen capteren die het enzym tijdens de PCR
nodig heeft
DNA vermenigvuldigen adhv PCR:
o Detectie van de DNA-fragmenten mbv capillaire electroforese
o = DNA-amplificatie
o DNA-polymerase nodig (Taq)
Organisme dat bij kooktemperaturen overleeft,
polymerase zal niet denatureren
o Enkelstrengig DNA nodig als ‘template’ voor synthese van
complementaire nieuwe streng
o Klein stukje dubbelstrengig DNA nodig om de polymerase te
starten (primers toevoegen)
Cycli van denaturatie, annealing en elongatie
Denaturatie van een dubbelstrengige helix,
enkelstrengig DNA maken
Annealing: kleine regio’s met nieuw dubbelstrengig DNA wordt gemaakt
Hiervoor primers (enkelstrengig DNA) aangemaakt: zijn
complementair met fragment van template DNA
Temperatuur verlagen naar 58°C zodat enkel de primers kunnen
binden/hybridiseren op het DNA
Polymerase bindt op deze nieuw gevormde stukjes
Annealing T: primers binden = smelttemperatuur v. DNA
Smelttemperatuur v. DNA
o 50% primers gebonden aan DNA
o Afh. v. [C] en [G] gehalte (hebben 3 H-bruggen ipv. 2 H-
bruggen bij A en T)
o Hoe meer H-bruggen, hoe sterker de reactie, hoe meer
energie nodig, hoe hoger smelttemperatuur
Voor elk fragment bij het begin en einde een primer toevoegen
o Smelttemperatuur v. beide primers moet gelijk zijn zodanig
dat er geen aspecifieke bindingen kunnen plaatsvinden
o Tm te laag (tov. Ta) : geen annealing