8: MIDDELEN DIE HET
AUTONOME ZENUWSTELSEL
BEÏNVLOEDEN
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
Impulsoverdracht
• De werking en bijwerkingen van deze en andere groepen
geneesmiddelen kunnen pas begrepen worden als het mechanisme
van impulsvorming, impulsgeleiding via zenuwbanen en de
impulsoverdracht tussen cellen gekend is.
Actiepotentiaal
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
De primaire kernen van het
autonome zenuwstelsel liggen
dan ook in de hypothalamus.
Dit orgaan maakt deel uit van het
limbische systeem, de delen van
de hersenen die de emotionaliteit
regelen.
Sympatyische: s van stress
Parasympatische: paralyse –
verlamd – rust
1
,ANALGETICA, ANITPYRETICA EN ANTIINFLAMMATOIRE MIDDELEN
Nociceptieve pijn
= pijn door weefselschade
Deze pijn vermindert of verdwijnt na genezing
Niet-nociceptieve pijn
= pijn door beschadiging van de pijnbanen in de hersenen, ruggenmerg of
zenuwen of door wortelbeklemming
Nocisensoren
= pijnsensoren
Pijn en de WHO-pijnladder:
NIET-OPIOÏDE ANALGETICA(= PIJNSTILLEND) EN ANTIPYRETICA
(KOORTSVERLAGEND)
Paracetamol
Acetylsalicylzuur
NSAID’s (= nonsteroidal anti-inflammatory drugs)
PARACETAMOL
2
, o Pijnstillend
o Antipyretisch
o Niet anti-inflammatoir, werkt niet bij een ontsteking (beter NSAID)
Dosis: 1-3/4 g tot max 4x per dag
Bij chronische gebruik (3-4gr per dag) kan nier- en leverbeschadiging
veroorzaken
Wordt ook gebruikt als suicidemiddel
• Antidotum: N-acetylcysteïne (Lysomucil®)
• Chronisch gebruik: paracetamol geïnduceerde hoofdpijn
ACETYLSALICYLZUUR
• Beperkte plaats als pijnmedicatie
• Vooral gebruikt als cardiovasculaire
preventie
• Door effect op trombocytenaggregatie (zie
NSAID)
• Dosis als pijnmedicatie: max. 4 g/dag
• Bijwerkingen
• Overgevoeligheidsreacties: bronchoconstrictie (astma!)
• Bloedingsrisico stijgt
• Maagletsel (bij de maaltijd innemen)
COMBINATIEPREPARATEN
• ASA + paracetamol (vb. Afebryl®)
• Vaak meer bijwerkingen
• Coffeïne: versterkende werking
• Vit. C (ascorbinezuur): niet bewezen snellere opname
NSAID’S OF COX REMMERS
• Analgetisch én anti-inflammatoir
• Dus vooral igv ontsteking
• Minder antipyretisch ivg paracetamol
• Werkingsmechanisme:
• Bij weefselschade komt arachidonzuur vrij
• Enzym COX zet arachidonzuur om in prostagladines
• Prostaglandines versterken de ontsteking!
• NSAID’s: remmen COX => ontsteking wordt geremd
3
, COX-1 is een enzym met een beschermende werking op slijmvliezen,
waaronder de maagwand
COX-2: zorgt voor ontsteking
Ibuprofen remt beide cox enzymen
Mensen krijgen vaak extra maagbescherming voorgeschreven
NSAID’S , bijwerkingen:
• Maaglast (door remming COX-1)
• Combineren met maagbeschermer (PPI)
• Meer kans bij ouderen en icm alcohol of corticosteroïden
• Verhoogd bloedingsrisico (door remming COX-1)
• Trombocytenaggregatie wordt geremd
COX-2 selectieve SNAID’s
• Stofnaam eindigt op –coxib (vb. Celecoxib)
• Voordeel: minder GI-bijwerking
• Nadeel: verhoogd risico op AMI en CVA
• Vooral bij reumatoïde artritis nog voorgeschreven
4
AUTONOME ZENUWSTELSEL
BEÏNVLOEDEN
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
Impulsoverdracht
• De werking en bijwerkingen van deze en andere groepen
geneesmiddelen kunnen pas begrepen worden als het mechanisme
van impulsvorming, impulsgeleiding via zenuwbanen en de
impulsoverdracht tussen cellen gekend is.
Actiepotentiaal
AUTONOOM ZENUWSTELSEL
De primaire kernen van het
autonome zenuwstelsel liggen
dan ook in de hypothalamus.
Dit orgaan maakt deel uit van het
limbische systeem, de delen van
de hersenen die de emotionaliteit
regelen.
Sympatyische: s van stress
Parasympatische: paralyse –
verlamd – rust
1
,ANALGETICA, ANITPYRETICA EN ANTIINFLAMMATOIRE MIDDELEN
Nociceptieve pijn
= pijn door weefselschade
Deze pijn vermindert of verdwijnt na genezing
Niet-nociceptieve pijn
= pijn door beschadiging van de pijnbanen in de hersenen, ruggenmerg of
zenuwen of door wortelbeklemming
Nocisensoren
= pijnsensoren
Pijn en de WHO-pijnladder:
NIET-OPIOÏDE ANALGETICA(= PIJNSTILLEND) EN ANTIPYRETICA
(KOORTSVERLAGEND)
Paracetamol
Acetylsalicylzuur
NSAID’s (= nonsteroidal anti-inflammatory drugs)
PARACETAMOL
2
, o Pijnstillend
o Antipyretisch
o Niet anti-inflammatoir, werkt niet bij een ontsteking (beter NSAID)
Dosis: 1-3/4 g tot max 4x per dag
Bij chronische gebruik (3-4gr per dag) kan nier- en leverbeschadiging
veroorzaken
Wordt ook gebruikt als suicidemiddel
• Antidotum: N-acetylcysteïne (Lysomucil®)
• Chronisch gebruik: paracetamol geïnduceerde hoofdpijn
ACETYLSALICYLZUUR
• Beperkte plaats als pijnmedicatie
• Vooral gebruikt als cardiovasculaire
preventie
• Door effect op trombocytenaggregatie (zie
NSAID)
• Dosis als pijnmedicatie: max. 4 g/dag
• Bijwerkingen
• Overgevoeligheidsreacties: bronchoconstrictie (astma!)
• Bloedingsrisico stijgt
• Maagletsel (bij de maaltijd innemen)
COMBINATIEPREPARATEN
• ASA + paracetamol (vb. Afebryl®)
• Vaak meer bijwerkingen
• Coffeïne: versterkende werking
• Vit. C (ascorbinezuur): niet bewezen snellere opname
NSAID’S OF COX REMMERS
• Analgetisch én anti-inflammatoir
• Dus vooral igv ontsteking
• Minder antipyretisch ivg paracetamol
• Werkingsmechanisme:
• Bij weefselschade komt arachidonzuur vrij
• Enzym COX zet arachidonzuur om in prostagladines
• Prostaglandines versterken de ontsteking!
• NSAID’s: remmen COX => ontsteking wordt geremd
3
, COX-1 is een enzym met een beschermende werking op slijmvliezen,
waaronder de maagwand
COX-2: zorgt voor ontsteking
Ibuprofen remt beide cox enzymen
Mensen krijgen vaak extra maagbescherming voorgeschreven
NSAID’S , bijwerkingen:
• Maaglast (door remming COX-1)
• Combineren met maagbeschermer (PPI)
• Meer kans bij ouderen en icm alcohol of corticosteroïden
• Verhoogd bloedingsrisico (door remming COX-1)
• Trombocytenaggregatie wordt geremd
COX-2 selectieve SNAID’s
• Stofnaam eindigt op –coxib (vb. Celecoxib)
• Voordeel: minder GI-bijwerking
• Nadeel: verhoogd risico op AMI en CVA
• Vooral bij reumatoïde artritis nog voorgeschreven
4