CURSUS NKO,MKA EN TANDHEELKUNDE 1
Inhoudstafel
Prof Vanderveken............................................................................................................................................................2
1. Klinische entiteit......................................................................................................................................................2
2. Rhinologie: anatomie en fysiologie..........................................................................................................................4
3. Slaap-gerelateerde ademhalingsstoornissen...........................................................................................................9
4. Inleiding tot neus en sinusaandoeningen incl. traumatische neusafwijkingen......................................................14
Prof Van Laer................................................................................................................................................................. 21
5. Klinische anatomie en onderzoek van hoofd-hals regio en speekselklieren & luchtwegobstructie.......................21
Prof Vandeheyning........................................................................................................................................................26
6. Anatomie en fysiologie van het oor deel 1............................................................................................................26
7. Fysiologie van het oor............................................................................................................................................31
8. Fysio(patho)logie van het gehoor: Audiologie – Audiometrie...............................................................................35
9. Larynx en Farynx....................................................................................................................................................40
10. Aandoeningen van het buitenoor........................................................................................................................43
11. Aandoeningen van het trommelvlies en middenoor...........................................................................................46
12. Binnenoor dysfunctie...........................................................................................................................................49
13. Hoorapparaten – auditieve implantaten.............................................................................................................53
14. Binnenoor dysfunctie: deel 2: vertigo.................................................................................................................55
15. Angina en Faryngitis............................................................................................................................................57
16. Farynx en Larynx pathologie................................................................................................................................61
17. Stemanalyse........................................................................................................................................................67
Prof Nadjmi................................................................................................................................................................... 69
18. Mond-,Kaak- en Aangezichtschirurgie: cranio-maxillofaciale heelkunde (MKCA)...............................................69
19. MKA: mucosaleletsels en ontstekingen...............................................................................................................72
20. MKA: traumatologie van het aangezicht.............................................................................................................72
21. MKA: ontwikkelingsstoornissen...........................................................................................................................72
Prof Parizel.................................................................................................................................................................... 72
22. De paranasale sinussen (zie ppt: niet te kennen?)..............................................................................................72
Prof Wuyts..................................................................................................................................................................... 73
23. Anatomie, fysiologie en functioneel onderzoek van het vestibulair systeem......................................................73
Braem............................................................................................................................................................................ 82
24. Tandheelkundige begrippen...............................................................................................................................82
,Prof Vanderveken
1. Klinische entiteit
A. Epidemiologie van NKO-pathologie
a. 2/3 kinderen ontwikkelen een otitis
b. Prevalentie
10% bevolking heeft gehoorverlies (↑ meer door vergrijzing)
3% vertigo
9% tinnitus
30-40% beroepssprekers stemproblemen
8% rpl huisartspraktijk bovenste luchtweg infectie, keelpijn en faryngitis
↑ % allergische rhinitis (27%)
Ook aspecifieke hyperreactiviteit neemt toe => non- allergic rhinitis = 9%
NINA= non infectious non allergic rhinitis
B. NKO en hoofd-halspathologie: Klinische eenheid
a. Infecties (vaak klacht in NKO maar oorzaak ergens buiten het gebied)
Otitis tgv rhinitis en/of sinusitis
- Acuut
- Sereus
- Chronisch
Bij infectieuze middenoorpathologie moet steeds een rondig etiologisch onderzoek
plaatsvinden van neus, rhinofarynx en neusbijholten
b. Symptomen
Gerefereerde oorpijn
- Cervicaal: zeldzaam
- Supraglottis en tongbasis tumor
- Parotis, temporomandibulaire dysfunctie en tandpathologie
- Tonsillitis, abces en tumor
Amandelloge: bezenuwing naar oor, vaak na operatie gerefereerde pijn
Invaderen in laterale keelholte(/amandel) oorpijn
Rokers met hoofdpijn endoscopie voor tumor !
Embryologie
- Kieuwbogen
1NV
2 N VII
3 N. IX
4-5-6 N. X en N. XI
Somatisch N. XI en N. XII
- Oorpijn met normale otoscopie is meestal gerefereerd uit het hele NKO-
tandkeelkundige gebied
- Morfologische afwijkingen van de oorschelp kunnen indicatief zijn voor andere
afwijkingen vb. gehoorsdaling
- Kleine cysten, putjes of bultjes rond het oor zijn vermoedelijk embryonale resten :
CAVE N. VII
- Kleine cystjes, putjes of secreterende puntjes aan de voorzijde van de m. SCM zijn
vermoedelijk embryonale resten: CAVE huidresectie
- Congenitale halsfistels
Thyroglossus cyste (doorheen hyoid) fibreuze cyste die zich vormt als
resultaat van blijf van ductus thyroglossus ook deel van hyoid
verwijderen om nieuwe ontsteking te vermijden
Linguaal thyoied= thyroid weefsel dat excessief aanwezig is aan tongbasis
DD dermoiedcyste
Craniale zenuwen
, - N. I reuk
- N. VII, IX, X smaak
- N. III, IV, VI VOR
- N. V kauwen en faciale sensibiliteit
- N. VII mimiek, smaak en sensibiliteit
- N. intermedius parasympatische innervatie traanklier en gl submandibularis
- N. VIII gehoor en evenwicht
N. cochlearis
N. vestibularis superior
N. vestibularis inferior
- N. IX motoriek farynx en palatum, sensibiliteit farynx en tongbais (gardijnteken en
braakreflex)
- N. X
motoriek stembanden en constrictie farynx
farynx-larynx sensitiviteit
parasympatische innervatie
normaal slikpatroon + bescherming tegen slikpneumonie
- N. XI motoriek trapezius en SCM
- N. XII motoriek tong, m. infrahyales
Protrusie en retractie
Elektrische neurostimulatie obstructief slaapapneu behandelen
c. Oncologie
Lymfogene metastasering vanuit epitheel en endotheel NKO regio voor
plaatepitheelcarcinomen (=plaveicelcelcarcinoom)
Halsklierregio’s
- Ductus thoracicus
Lymphonodus Virchow Troisier = L supraclaviculair = sentinelklier
Problem in abdominale regio = TEKEN VAN TROISIER
Aan rechter zijde: mediastinum of longen
- 6 regio’s
Preauiriculair of postauriculair
SCM: merker
Submentaal =halsregio I
Submandibulair =halsregio II
Kruising SCM en omohyoid= parajugulair= halsregio III
Kruising onderaan = halsregio IV
Posterieure hals= V in geheel
- Klassieke NKO= bovenaan
Schildklier = onder
Halsklieren in het bovenste 2/3 van de hals: etiologie hoofd-hals gebied in 90%
De onderste 1/3 drainage ductus thoracicus en schildklier
d. Communicatie
Pathologie brughoek
- N. VII en N. VIII (facialis verlamming)
- N. V, IX, X en XI
- Saccus endolymfaticus
- AICA, PICA
Kanalen
- Fissura orbitalis superior V1
- Foramen rotundum V2
- Foramen ovale V3
- Porus acousticus internus VII en VIII
- Foramen jugulare VJI, IX, X en XI
, - Canalis hypoglossus XII
- Foramen spinosum
Sinussen
- Sinus petrosus superior
- Sinus petrosus inferior
- Bulbus jugularis
- Sinus sigmoideus
- Sinus transversus
Slecht behandelde otitis media mastoïtis trombose van veneus sinussysteem
Ruiken en proeven
Horen en verstaan
- Belang bij vertraagde spraak- en taalontwikkeling
- Belang vroege gehoorscreening
- Gehoorsdaling en cognitieve regressie
- Belang cochleaire implantatie (liefst <2j)
- Corticale (re)organisatie
- Bij kinderen met een spraakstoornis dient ook eerst het gehoor testen !!!
Horen en zien
- Spraakverstaan in slechte acoustische omstandigheden
- Bimodale communicatie= spraak en gebaren
- SMOG (spraak met ondersteuning van gebaren)
Horen – zien – spreken (+ slikken)
- Dysartrie = motorcomponent van spraaksysteem slechte articulatie
- Motorische afasie
- Articulatie
- Spasmodische dysfonie (muscle tension)
- stotteren
C. Relatie algemene pathologie
a. Neurologie
Centrale oto-vestibulaire pathologie
Communicatiepathologie (afasie)
b. Voeding en slokdarmpathologie
Verslikken en dysfagie
Chirurgisch of niet (na operatie aan tumoren in farynx dysfagie ontwikkelen)
c. Ademhaling
COPD en sinusitis, ARIA (= allergic rhinitis an its impact on asthma neuspoliepen?), OSAS
(ev. in combi met COPD) communicatie met lagere luchtwegen
d. Immunologie MALT – eerste AG contact
2. Rhinologie: anatomie en fysiologie
A. Funtie en anatomie: anatomische relaties
a. Anatomie schedelbeenderen
b. Schedel- faciaal massief -drie mediale lagen
Maxilla – os sfenoidale :
- fossa pterygopalatina
- art. maxillaris interna
Os palatinum:
- Recessus sfenopalatina
- Arteria sfenopalatina
- Sluder neuralgie
- PS stimulatie traanklier
Inhoudstafel
Prof Vanderveken............................................................................................................................................................2
1. Klinische entiteit......................................................................................................................................................2
2. Rhinologie: anatomie en fysiologie..........................................................................................................................4
3. Slaap-gerelateerde ademhalingsstoornissen...........................................................................................................9
4. Inleiding tot neus en sinusaandoeningen incl. traumatische neusafwijkingen......................................................14
Prof Van Laer................................................................................................................................................................. 21
5. Klinische anatomie en onderzoek van hoofd-hals regio en speekselklieren & luchtwegobstructie.......................21
Prof Vandeheyning........................................................................................................................................................26
6. Anatomie en fysiologie van het oor deel 1............................................................................................................26
7. Fysiologie van het oor............................................................................................................................................31
8. Fysio(patho)logie van het gehoor: Audiologie – Audiometrie...............................................................................35
9. Larynx en Farynx....................................................................................................................................................40
10. Aandoeningen van het buitenoor........................................................................................................................43
11. Aandoeningen van het trommelvlies en middenoor...........................................................................................46
12. Binnenoor dysfunctie...........................................................................................................................................49
13. Hoorapparaten – auditieve implantaten.............................................................................................................53
14. Binnenoor dysfunctie: deel 2: vertigo.................................................................................................................55
15. Angina en Faryngitis............................................................................................................................................57
16. Farynx en Larynx pathologie................................................................................................................................61
17. Stemanalyse........................................................................................................................................................67
Prof Nadjmi................................................................................................................................................................... 69
18. Mond-,Kaak- en Aangezichtschirurgie: cranio-maxillofaciale heelkunde (MKCA)...............................................69
19. MKA: mucosaleletsels en ontstekingen...............................................................................................................72
20. MKA: traumatologie van het aangezicht.............................................................................................................72
21. MKA: ontwikkelingsstoornissen...........................................................................................................................72
Prof Parizel.................................................................................................................................................................... 72
22. De paranasale sinussen (zie ppt: niet te kennen?)..............................................................................................72
Prof Wuyts..................................................................................................................................................................... 73
23. Anatomie, fysiologie en functioneel onderzoek van het vestibulair systeem......................................................73
Braem............................................................................................................................................................................ 82
24. Tandheelkundige begrippen...............................................................................................................................82
,Prof Vanderveken
1. Klinische entiteit
A. Epidemiologie van NKO-pathologie
a. 2/3 kinderen ontwikkelen een otitis
b. Prevalentie
10% bevolking heeft gehoorverlies (↑ meer door vergrijzing)
3% vertigo
9% tinnitus
30-40% beroepssprekers stemproblemen
8% rpl huisartspraktijk bovenste luchtweg infectie, keelpijn en faryngitis
↑ % allergische rhinitis (27%)
Ook aspecifieke hyperreactiviteit neemt toe => non- allergic rhinitis = 9%
NINA= non infectious non allergic rhinitis
B. NKO en hoofd-halspathologie: Klinische eenheid
a. Infecties (vaak klacht in NKO maar oorzaak ergens buiten het gebied)
Otitis tgv rhinitis en/of sinusitis
- Acuut
- Sereus
- Chronisch
Bij infectieuze middenoorpathologie moet steeds een rondig etiologisch onderzoek
plaatsvinden van neus, rhinofarynx en neusbijholten
b. Symptomen
Gerefereerde oorpijn
- Cervicaal: zeldzaam
- Supraglottis en tongbasis tumor
- Parotis, temporomandibulaire dysfunctie en tandpathologie
- Tonsillitis, abces en tumor
Amandelloge: bezenuwing naar oor, vaak na operatie gerefereerde pijn
Invaderen in laterale keelholte(/amandel) oorpijn
Rokers met hoofdpijn endoscopie voor tumor !
Embryologie
- Kieuwbogen
1NV
2 N VII
3 N. IX
4-5-6 N. X en N. XI
Somatisch N. XI en N. XII
- Oorpijn met normale otoscopie is meestal gerefereerd uit het hele NKO-
tandkeelkundige gebied
- Morfologische afwijkingen van de oorschelp kunnen indicatief zijn voor andere
afwijkingen vb. gehoorsdaling
- Kleine cysten, putjes of bultjes rond het oor zijn vermoedelijk embryonale resten :
CAVE N. VII
- Kleine cystjes, putjes of secreterende puntjes aan de voorzijde van de m. SCM zijn
vermoedelijk embryonale resten: CAVE huidresectie
- Congenitale halsfistels
Thyroglossus cyste (doorheen hyoid) fibreuze cyste die zich vormt als
resultaat van blijf van ductus thyroglossus ook deel van hyoid
verwijderen om nieuwe ontsteking te vermijden
Linguaal thyoied= thyroid weefsel dat excessief aanwezig is aan tongbasis
DD dermoiedcyste
Craniale zenuwen
, - N. I reuk
- N. VII, IX, X smaak
- N. III, IV, VI VOR
- N. V kauwen en faciale sensibiliteit
- N. VII mimiek, smaak en sensibiliteit
- N. intermedius parasympatische innervatie traanklier en gl submandibularis
- N. VIII gehoor en evenwicht
N. cochlearis
N. vestibularis superior
N. vestibularis inferior
- N. IX motoriek farynx en palatum, sensibiliteit farynx en tongbais (gardijnteken en
braakreflex)
- N. X
motoriek stembanden en constrictie farynx
farynx-larynx sensitiviteit
parasympatische innervatie
normaal slikpatroon + bescherming tegen slikpneumonie
- N. XI motoriek trapezius en SCM
- N. XII motoriek tong, m. infrahyales
Protrusie en retractie
Elektrische neurostimulatie obstructief slaapapneu behandelen
c. Oncologie
Lymfogene metastasering vanuit epitheel en endotheel NKO regio voor
plaatepitheelcarcinomen (=plaveicelcelcarcinoom)
Halsklierregio’s
- Ductus thoracicus
Lymphonodus Virchow Troisier = L supraclaviculair = sentinelklier
Problem in abdominale regio = TEKEN VAN TROISIER
Aan rechter zijde: mediastinum of longen
- 6 regio’s
Preauiriculair of postauriculair
SCM: merker
Submentaal =halsregio I
Submandibulair =halsregio II
Kruising SCM en omohyoid= parajugulair= halsregio III
Kruising onderaan = halsregio IV
Posterieure hals= V in geheel
- Klassieke NKO= bovenaan
Schildklier = onder
Halsklieren in het bovenste 2/3 van de hals: etiologie hoofd-hals gebied in 90%
De onderste 1/3 drainage ductus thoracicus en schildklier
d. Communicatie
Pathologie brughoek
- N. VII en N. VIII (facialis verlamming)
- N. V, IX, X en XI
- Saccus endolymfaticus
- AICA, PICA
Kanalen
- Fissura orbitalis superior V1
- Foramen rotundum V2
- Foramen ovale V3
- Porus acousticus internus VII en VIII
- Foramen jugulare VJI, IX, X en XI
, - Canalis hypoglossus XII
- Foramen spinosum
Sinussen
- Sinus petrosus superior
- Sinus petrosus inferior
- Bulbus jugularis
- Sinus sigmoideus
- Sinus transversus
Slecht behandelde otitis media mastoïtis trombose van veneus sinussysteem
Ruiken en proeven
Horen en verstaan
- Belang bij vertraagde spraak- en taalontwikkeling
- Belang vroege gehoorscreening
- Gehoorsdaling en cognitieve regressie
- Belang cochleaire implantatie (liefst <2j)
- Corticale (re)organisatie
- Bij kinderen met een spraakstoornis dient ook eerst het gehoor testen !!!
Horen en zien
- Spraakverstaan in slechte acoustische omstandigheden
- Bimodale communicatie= spraak en gebaren
- SMOG (spraak met ondersteuning van gebaren)
Horen – zien – spreken (+ slikken)
- Dysartrie = motorcomponent van spraaksysteem slechte articulatie
- Motorische afasie
- Articulatie
- Spasmodische dysfonie (muscle tension)
- stotteren
C. Relatie algemene pathologie
a. Neurologie
Centrale oto-vestibulaire pathologie
Communicatiepathologie (afasie)
b. Voeding en slokdarmpathologie
Verslikken en dysfagie
Chirurgisch of niet (na operatie aan tumoren in farynx dysfagie ontwikkelen)
c. Ademhaling
COPD en sinusitis, ARIA (= allergic rhinitis an its impact on asthma neuspoliepen?), OSAS
(ev. in combi met COPD) communicatie met lagere luchtwegen
d. Immunologie MALT – eerste AG contact
2. Rhinologie: anatomie en fysiologie
A. Funtie en anatomie: anatomische relaties
a. Anatomie schedelbeenderen
b. Schedel- faciaal massief -drie mediale lagen
Maxilla – os sfenoidale :
- fossa pterygopalatina
- art. maxillaris interna
Os palatinum:
- Recessus sfenopalatina
- Arteria sfenopalatina
- Sluder neuralgie
- PS stimulatie traanklier