Stoppen met mechanische ventilatie/ weanen
snel en niet fijne ervaring voor patienten. Bijna de helft van de tijd voor ventilatie is gedurende
weanen.
Voorzorgsmaatregelen.
Ventilatie support strategieen:
duur van bentilatie is bepaald door de ernst van cardiopulmonaire beeld.
Patient triggered ventilatie:
Door mechanische ventilatie kan het diafragma zwak worden omdat deze niet meer wordt gebruikt.
Bij patient getriggerde ventilatie doet diafragma wel mee. --? 40% reductie van kracht van diafragma
bij controlled mechanische ventilatie.
20% bij assisted.
Fysieke rehabilitatie:
lange bed rust en inactiviteit tijdens mechanische beadeing zorgt voor slecht conditie van patient en
spierzwakte. Dit maakt de stap groter van beademing naar zelf ademen.
patienten zo snel mogelijk ambulant krijgen krotere beademingsduur. Bij patienten die nog
hemodynamisch stabiel zijn.
Sedatie:
diepe sedatie en gebruik van benzo’s( midazolam en lorazepam) vertragen weanen.
behoud lichte sedatie bij onrustige patienten
vermijd of beperk gebruik van benzo’s.
Niet benzo sedativa zijn propofol en dexmedetomide
Readiness criteria:
Stoppen met ventilatie:
goede bloedgassen PaO2/FIO2 >150-200 mmHg en normale PCO2, niet toxische niveas van O2
ademen. En lage PEEP levels. Geen myocard ischemie, ernstige tachycardie. Shock of sepsis/koorts.
, Bij voldoen aan de criteria dan moet patient van de ventilator af. Waarna de volgende metingen
worden verricht.( weaning parameters). likelihood van succes of falen bij spontane of assisted
ademen.
Spontaan ademen:
Spontaneous breathing trials worden gedaan zonder ventilatoire support.
Twee maneiren van SBT:
Gebruik van ventilatoire circuits:
vaak ademen door ventilator circuit teugvolume kan worden bijgehouden en AHF ook.
RR/Vt ratio is een ademhalingspatroon dat vaak vorkomt bij patienten die SBT gana falen.
Nadeel is dat ademen door circuit ademarbeid verhoogd.
om de weerstand van admen door apparaat te verminderen kunnen lage niveaus van pressure
support worden gegeven( 5cm H2O)
Loskoppelen van ventilator:
SBT kunnen worden gedaan wanneer de patient wordt losgekoppeld van de ventilator. Door gebruik
te maken van ene simpel circuit.( T splitsing) hierbij O2 uit muur komt met hogere flow dan insp flow
rate. Ademarbeid is minder door T circuit,
nadeel monitoring kan niet.
Welke van de 2?
geen klinisch bewijzen voordel van deze 2 methoden.
T heeft theoretische voordelen:
beter voor patienten met hogere ventilatoire demands.
Succes vs falen:
Respiratoire distress; agitatie, diaphorese, snel admeen en gebruik hulp ademhalingsspieren
Spierzwakte; paradoxale inwaardse beweging van abdomen
adequaatheid gaswisseling; PaO2 sat. PAo2/FIO2 ratio, arteriele PCO2 gradient van end-tidal en
PaCO2.
adequaatheid systemische oxygenatie; centraal veneuze O2 sat.
80% van patienten die 2 uur zonder ventilator kunnen kunnen permanent van de ventilator af.
langer dan 3 weken aan de beadmeing langere SBT trials.
snel en niet fijne ervaring voor patienten. Bijna de helft van de tijd voor ventilatie is gedurende
weanen.
Voorzorgsmaatregelen.
Ventilatie support strategieen:
duur van bentilatie is bepaald door de ernst van cardiopulmonaire beeld.
Patient triggered ventilatie:
Door mechanische ventilatie kan het diafragma zwak worden omdat deze niet meer wordt gebruikt.
Bij patient getriggerde ventilatie doet diafragma wel mee. --? 40% reductie van kracht van diafragma
bij controlled mechanische ventilatie.
20% bij assisted.
Fysieke rehabilitatie:
lange bed rust en inactiviteit tijdens mechanische beadeing zorgt voor slecht conditie van patient en
spierzwakte. Dit maakt de stap groter van beademing naar zelf ademen.
patienten zo snel mogelijk ambulant krijgen krotere beademingsduur. Bij patienten die nog
hemodynamisch stabiel zijn.
Sedatie:
diepe sedatie en gebruik van benzo’s( midazolam en lorazepam) vertragen weanen.
behoud lichte sedatie bij onrustige patienten
vermijd of beperk gebruik van benzo’s.
Niet benzo sedativa zijn propofol en dexmedetomide
Readiness criteria:
Stoppen met ventilatie:
goede bloedgassen PaO2/FIO2 >150-200 mmHg en normale PCO2, niet toxische niveas van O2
ademen. En lage PEEP levels. Geen myocard ischemie, ernstige tachycardie. Shock of sepsis/koorts.
, Bij voldoen aan de criteria dan moet patient van de ventilator af. Waarna de volgende metingen
worden verricht.( weaning parameters). likelihood van succes of falen bij spontane of assisted
ademen.
Spontaan ademen:
Spontaneous breathing trials worden gedaan zonder ventilatoire support.
Twee maneiren van SBT:
Gebruik van ventilatoire circuits:
vaak ademen door ventilator circuit teugvolume kan worden bijgehouden en AHF ook.
RR/Vt ratio is een ademhalingspatroon dat vaak vorkomt bij patienten die SBT gana falen.
Nadeel is dat ademen door circuit ademarbeid verhoogd.
om de weerstand van admen door apparaat te verminderen kunnen lage niveaus van pressure
support worden gegeven( 5cm H2O)
Loskoppelen van ventilator:
SBT kunnen worden gedaan wanneer de patient wordt losgekoppeld van de ventilator. Door gebruik
te maken van ene simpel circuit.( T splitsing) hierbij O2 uit muur komt met hogere flow dan insp flow
rate. Ademarbeid is minder door T circuit,
nadeel monitoring kan niet.
Welke van de 2?
geen klinisch bewijzen voordel van deze 2 methoden.
T heeft theoretische voordelen:
beter voor patienten met hogere ventilatoire demands.
Succes vs falen:
Respiratoire distress; agitatie, diaphorese, snel admeen en gebruik hulp ademhalingsspieren
Spierzwakte; paradoxale inwaardse beweging van abdomen
adequaatheid gaswisseling; PaO2 sat. PAo2/FIO2 ratio, arteriele PCO2 gradient van end-tidal en
PaCO2.
adequaatheid systemische oxygenatie; centraal veneuze O2 sat.
80% van patienten die 2 uur zonder ventilator kunnen kunnen permanent van de ventilator af.
langer dan 3 weken aan de beadmeing langere SBT trials.