Systemische oxygenatie
Saturatie = Geoxygeneerd Hb / totale Hb, uitgedrukt in %
Oxyhemoglobine dissociatie curve:
- S vorm: de arteriele PO2 zit in het bovenste deel
vlakke gedeelte : bij een daling van PaO2 zorgt voor weinig verandering in arteriele SaO2
- Onderste deel is cappilair: zorgt voor goede uitwisseling van O2 aan weefsel
Verschillende zaken kunnen zorgen voor veranderingen in de curve;
een rechts verschuiving zorgt voor meer O2 in de cappilairen
verschuiving naar links zorgt voor meer opname in pumonaire cappilairen
positie van de curve wordt bepaald op P50( rond de 27mmHg)
bij rechtsverschuiving zal de PO2 stijgen.
Linksverschuiving waargenomen bloed dat is opgeslagen in ACD
Veranderingen in de curve hebben pulmonair en systemisch een tegenovergesteld effect;
een rechts verschuiving veroorzaakt door acidemie zorgt voor meer O2 release in het systeem en
hindert uptake in pulmonaire cappillairen, maar dit is in het dalende stuk dus verhindert uptake
minder dan verwacht.
Hb-gebonden zuurstof = 1.34* [Hb]*SaO2
Simpele zuurstof gehalte:
Zuurstof gehalte = 1.34*[Hb]*So2
Belangrijk om te weten:
50% daling van Hb zorgt voor een daling van 50% in concentratie van arteriele zuurstof.
terwijl een daling van 50% in PaO2 ( SaO2 van 98% naar 78%) voorkomt uit een daling van 20% in
concentratie arteriele zuurstof.
Anemie heeft een grotere rol op arteriele oxygenatie dan hypoxemie.
PaO2 meten is goed om gaswisseling te meten niet de oxygenatie van het bloed.
Systemische zuurstof balans
Zuurstof delivery afhankelijk van cappilaire flow en afgifte van O2 en opname van O2 van zuurstof.
als de VO2 onvoloende is kunnen er niet 36 ATP’s gemaakt worden per mol glucose ( VO2< MR)
dan wordt er vanuit lactaat ATP gevormd
Types van hypoxemie:
beperkte oxygenatie = dysoxie klinische presentatie = MOF
te weinig zuurstof in de mitochondrien = cytopatische hypoxie
weefsel hypoxie MOF door hypovolemische en cardiogene shock
in diepe sepsis en septische shock cytopatische hypoxie
Saturatie = Geoxygeneerd Hb / totale Hb, uitgedrukt in %
Oxyhemoglobine dissociatie curve:
- S vorm: de arteriele PO2 zit in het bovenste deel
vlakke gedeelte : bij een daling van PaO2 zorgt voor weinig verandering in arteriele SaO2
- Onderste deel is cappilair: zorgt voor goede uitwisseling van O2 aan weefsel
Verschillende zaken kunnen zorgen voor veranderingen in de curve;
een rechts verschuiving zorgt voor meer O2 in de cappilairen
verschuiving naar links zorgt voor meer opname in pumonaire cappilairen
positie van de curve wordt bepaald op P50( rond de 27mmHg)
bij rechtsverschuiving zal de PO2 stijgen.
Linksverschuiving waargenomen bloed dat is opgeslagen in ACD
Veranderingen in de curve hebben pulmonair en systemisch een tegenovergesteld effect;
een rechts verschuiving veroorzaakt door acidemie zorgt voor meer O2 release in het systeem en
hindert uptake in pulmonaire cappillairen, maar dit is in het dalende stuk dus verhindert uptake
minder dan verwacht.
Hb-gebonden zuurstof = 1.34* [Hb]*SaO2
Simpele zuurstof gehalte:
Zuurstof gehalte = 1.34*[Hb]*So2
Belangrijk om te weten:
50% daling van Hb zorgt voor een daling van 50% in concentratie van arteriele zuurstof.
terwijl een daling van 50% in PaO2 ( SaO2 van 98% naar 78%) voorkomt uit een daling van 20% in
concentratie arteriele zuurstof.
Anemie heeft een grotere rol op arteriele oxygenatie dan hypoxemie.
PaO2 meten is goed om gaswisseling te meten niet de oxygenatie van het bloed.
Systemische zuurstof balans
Zuurstof delivery afhankelijk van cappilaire flow en afgifte van O2 en opname van O2 van zuurstof.
als de VO2 onvoloende is kunnen er niet 36 ATP’s gemaakt worden per mol glucose ( VO2< MR)
dan wordt er vanuit lactaat ATP gevormd
Types van hypoxemie:
beperkte oxygenatie = dysoxie klinische presentatie = MOF
te weinig zuurstof in de mitochondrien = cytopatische hypoxie
weefsel hypoxie MOF door hypovolemische en cardiogene shock
in diepe sepsis en septische shock cytopatische hypoxie