Hart in nood
Tachyarytmieen
BPM>100,
duratie QRS complex, uniformiteit van R-R interval, karakteristieke atriale activiteit.
Smal complex= < 0.12sec.
Smal-complex tachycardieen:
< 0.12 s komen vanuit een plek boven het AV systeem. supraventriculair. Hieronder valt:
sinus tachycardie, atriale tachycardie, AV nodaal-reentry tachycardie( paroxysmaal supraventriculaire
tachy) , atriale flutter en atriumfibrilleren.
regulair ritme:
als de R-R intervallen uniform zijn in lengte dan kan het een sinus tachycardie zijn, of AV-nodaal re-
entry, atriale flutter met een AV blok zijn.
Atrtiale activiteit:
uniforme p-golven en P-R intervallen sinus tachycardie
afwezigheid van P-golven suggereert dan het een AV-nodale re-entry betreft.
zaagtand= atriale flutter.
Irregulair ritme:
als het R-R interval niet uniform in lengte is( irregulair)
dan is het vaak een multifocale atriale tachycardie en atrium fibrilleren.
meerdere P golf morfologieen met variabele P-R intervals multifocaal atriaal
afwezigheid van P-golven niet georganiseerde atriale activiteit atriumfibrilleren
breed-complex tachycardieen
>0.12 sec. Komen vanuit een plek onder het AV-geleidingssysteem.
supra-ventriculair met verlengde AV geleiding( bundeltakblok)
Atriumfibrilleren:
meest voorkomende cardiale ritme probleem. Kan paroxysmaal voorkomen, of permanent. Meestal
oudere mannen.
Postoperatieve AF
postoperatieve AF is gerapporteerd in meer dan 45% van de cardiale operaties en 30% van de niet
cardiale thorax OK’s. 8% in grote OK’s langere opnames en verhoogde mortaliteit.
vaak door adrenerge activiteit, Mg2+ tekort en oxidatieve stress.
vaak profylaxe met betablokkers en magnesium. Ook bewijs dat profylactisch acetylcysteine geven
effectief is.
Nadelige consequenties:
vermindering hart functie
atriale contractie is voor 25% van het ventriculaire eidn-diastoische volume afhankelijk. bijna
verwaarloosbaar in normaal hart, echter vergroot effect bij kleplijden( mitralis stenose) of
vermidnerde compliance van het hart. Tevens groter effect bij hogere BPM.
thromboembolieen:
Tachyarytmieen
BPM>100,
duratie QRS complex, uniformiteit van R-R interval, karakteristieke atriale activiteit.
Smal complex= < 0.12sec.
Smal-complex tachycardieen:
< 0.12 s komen vanuit een plek boven het AV systeem. supraventriculair. Hieronder valt:
sinus tachycardie, atriale tachycardie, AV nodaal-reentry tachycardie( paroxysmaal supraventriculaire
tachy) , atriale flutter en atriumfibrilleren.
regulair ritme:
als de R-R intervallen uniform zijn in lengte dan kan het een sinus tachycardie zijn, of AV-nodaal re-
entry, atriale flutter met een AV blok zijn.
Atrtiale activiteit:
uniforme p-golven en P-R intervallen sinus tachycardie
afwezigheid van P-golven suggereert dan het een AV-nodale re-entry betreft.
zaagtand= atriale flutter.
Irregulair ritme:
als het R-R interval niet uniform in lengte is( irregulair)
dan is het vaak een multifocale atriale tachycardie en atrium fibrilleren.
meerdere P golf morfologieen met variabele P-R intervals multifocaal atriaal
afwezigheid van P-golven niet georganiseerde atriale activiteit atriumfibrilleren
breed-complex tachycardieen
>0.12 sec. Komen vanuit een plek onder het AV-geleidingssysteem.
supra-ventriculair met verlengde AV geleiding( bundeltakblok)
Atriumfibrilleren:
meest voorkomende cardiale ritme probleem. Kan paroxysmaal voorkomen, of permanent. Meestal
oudere mannen.
Postoperatieve AF
postoperatieve AF is gerapporteerd in meer dan 45% van de cardiale operaties en 30% van de niet
cardiale thorax OK’s. 8% in grote OK’s langere opnames en verhoogde mortaliteit.
vaak door adrenerge activiteit, Mg2+ tekort en oxidatieve stress.
vaak profylaxe met betablokkers en magnesium. Ook bewijs dat profylactisch acetylcysteine geven
effectief is.
Nadelige consequenties:
vermindering hart functie
atriale contractie is voor 25% van het ventriculaire eidn-diastoische volume afhankelijk. bijna
verwaarloosbaar in normaal hart, echter vergroot effect bij kleplijden( mitralis stenose) of
vermidnerde compliance van het hart. Tevens groter effect bij hogere BPM.
thromboembolieen: