Inleiding (Begripsbepaling)
Nierinsufficiëntie is een aandoening waarbij de nieren hun normale werk: het filteren van het bloed
en uitscheiden van afvalstoffen in de urine, niet meer naar behoren kunnen doen. Er kunnen
verschillende oorzaken zijn voor het falen van de nieren. Dit is een aanslepende ziekte waarbij de
functionele delen (nefronen) van de nieren langzaam afsterven. De oorzaken zijn hier slecht gekend.
Epidemiologie (voorkomen, verspreiding)
Het aantal Nederlanders met een nieraandoening wordt geschat op ongeveer 40.000. Bij hen werken
de nieren niet goed of helemaal niet meer.
Het aantal patiënten met een nierfunctievervangende therapie (dialyse en transplantatie) bedraagt
circa 11.000.
Etiologie (oorzaak)
Mogelijke oorzaken van nierinsufficiëntie
Nierfilterontsteking (glomerulonefritis)
Hoge bloeddruk
Suikerziekte
Afsluitingen van de urinewegen in combinatie met infecties
Erfelijke cystenieren
Jarenlang gebruik van grote hoeveelheden pijnstillers
Pathosfysiologie (anatomie/fysiologie)
Chronische nierinsufficiëntie kan ontstaan na acuut nierfalen, aangeboren of erfelijke aandoeningen.
Ze kunnen ook het gevolg zijn van verkregen aandoeningen die de nierfunctie beïnvloeden en zich
gedurende een periode van maanden of jaren ontwikkeld hebben. De meest voorkomende
onderliggende ziekte die in verband wordt gebracht met chronische nieraandoeningen bij de kat is
een ”tubulo-interstitiële” nefritis. In de meeste gevallen wordt er geen primaire oorzaak gevonden
maar de geassocieerde letsels zijn onomkeerbaar en verlopen progressief.
De overblijvende niet aangetaste nefronen zullen compenseren door groter te worden
(hypertrofiëren) om de nierfunctie te behouden. Het mechanisme dat optreedt als gevolg van de
voortschrijdende schade aan de nefronen draagt bij tot de verdere (progressieve) achteruitgang van
de nierfunctie. Verstoringen in de mineralen- en waterhuishouding (homeostase) die kunnen
bijdragen aan de verergering van het nierfalen, zijn onder andere vasthouden van fosfor
(fosforretentie), en daardoor vergroten van de bijschildklier (secundaire hyperparathyreoïdie) en een
verhoogde bloeddruk, die door slechtwerkende nieren wordt veroorzaakt (renale hypertensie).
Hoewel er geen behandeling beschikbaar is die de onomkeerbare (irreversiebele) nierschade kan
herstellen, kunnen de klinische gevolgen van een verminderde nierfunctie geminimaliseerd worden
met de juiste medische behandeling.