Begrippenlijst TOE kwalitatief
Boek
Topic list = lijst van onderwerpen voor interview
Probes = aanmoediging voor antwoorden, stiltes laten vallen etc.
Content mining questions = volledige beschrijving van fenomeen en iemands attitude
begrijpen
Amplificatory probes = respondent aanmoedigen om ergens dieper op in te gaan
Exploratory probes = respondent aanmoedigen kijk/ gevoelens te beschrijven
Explanatory probes = respondent aanmoedigen gedrag uit te leggen
Clarifactory probes = details achterhalen, respondent na laten denken over alternatief,
inconsistentie tegengaan
Saturatie = nieuwe data leveren geen nieuwe inzichten
Inductief onderzoek = theorie gevormd op basis van data
Deductief onderzoek = data bevestigd/ ontkracht theorie
Abductief onderzoek = inductief <-> deductief
Grounded theory = kwalitatieve onderzoeken moeten richten op conceptuele relaties uit de
data
Manifeste data = direct zichtbaar, objectief, duidelijk, beschrijvend
Latente data = interpretatie nodig, diepere betekenis
Open coderen = data reductie, overzicht creëren, topics identificeren
Axiaal coderen = structureren, overkoepelende thema’s identificeren, hoofd- en subcodes
maken
Selectief coderen = model bouwen, overkoepelend verhaal vinden, onderzoeksvraag
beantwoorden
Rigor = kwaliteit van onderzoek; plausibel, stabiel, niet beïnvloed door onderzoeker & brede
context
Reflexiviteit = kritische zelfreflectie
Boek
Topic list = lijst van onderwerpen voor interview
Probes = aanmoediging voor antwoorden, stiltes laten vallen etc.
Content mining questions = volledige beschrijving van fenomeen en iemands attitude
begrijpen
Amplificatory probes = respondent aanmoedigen om ergens dieper op in te gaan
Exploratory probes = respondent aanmoedigen kijk/ gevoelens te beschrijven
Explanatory probes = respondent aanmoedigen gedrag uit te leggen
Clarifactory probes = details achterhalen, respondent na laten denken over alternatief,
inconsistentie tegengaan
Saturatie = nieuwe data leveren geen nieuwe inzichten
Inductief onderzoek = theorie gevormd op basis van data
Deductief onderzoek = data bevestigd/ ontkracht theorie
Abductief onderzoek = inductief <-> deductief
Grounded theory = kwalitatieve onderzoeken moeten richten op conceptuele relaties uit de
data
Manifeste data = direct zichtbaar, objectief, duidelijk, beschrijvend
Latente data = interpretatie nodig, diepere betekenis
Open coderen = data reductie, overzicht creëren, topics identificeren
Axiaal coderen = structureren, overkoepelende thema’s identificeren, hoofd- en subcodes
maken
Selectief coderen = model bouwen, overkoepelend verhaal vinden, onderzoeksvraag
beantwoorden
Rigor = kwaliteit van onderzoek; plausibel, stabiel, niet beïnvloed door onderzoeker & brede
context
Reflexiviteit = kritische zelfreflectie