Les 12 – Zoutbalans – Toepassingen en oefeningen
- Dia 2: Er zijn verschillende klassen van geneesmiddelen die inwerken op het
RAAS en zullen zorgen dat de bloeddruk daalt:
o 1e klasse: ACE inhibitoren zullen in competitie treden met het ACE,
waardoor angiotensine II niet gevormd kan worden.
Een neveneffect van deze geneesmiddelen is dat bradykinine gaat
opstapelen. Bradykinine zal bij sommige mensen aanleiding geven tot een
droge prikkelhoest.
o 2e klasse: Sartanen blokkeren de angiotensine receptoren; angiotensine II
zal wel gevormd worden, maar kan zijn functie niet uitoefenen.
o 3e klasse: Bepaalde medicatie zal renine blokkeren.
- Dia 3: ACE inhibitoren blokkeren de vorming van angiotensine II. Door de
verminderde reabsorptie van natrium in afwezigheid van angiotensine II,
hebben deze stoffen een bloeddruk verlagend effect.
Wanneer angiontensine II zijn werking niet kan uitvoeren, zal de hydrostatische
bloeddruk dalen waardoor de glomerulaire filtratie vermindert. De glomerulaire
filtratie kan tot 20-30 % dalen wanneer men ACE inhibitoren inneemt.
Wanneer angiotensine II daalt, zal er ook minder aldosterone geproduceerd
worden. Als aldosterone geblokkeerd wordt, zal de reabsorptie van natrium
verminderen, en dit is een gewenst effect. Het andere effect van aldosterone is
echter secretie van kalium. Wanneer de kaliumsecretie thv de nier geblokkeerd
wordt, kan hyperkaliëmie ontwikkelen. Heel wat patiënten die ACE inhibitoren
innemen, ontwikkelen hyperkaliëmie.
- Dia 6: Door de aderverkalking zal de flow in de afferente arteriole dalen,
waardoor er minder perfusie is. Hierdoor zal de hydrostatische druk en bijgevolg
de glomerulaire filtratie dalen. Hierdoor zal ook de flow thv de stijgende lis van
Henle dalen, en zal er een signaal naar de granulaire cellen worden gestuurd om
renine te produceren.
Stel dat de arts niet goed door heeft wat er scheelt, en een ACE-inhibitor
voorschrijft voor de bloeddruk, zal de glomerulaire filtratie nog meer dalen. De
efferente arteriole zal immers niet meer in constrictie gaan, doordat angiotensine
II niet meer werkt, waardoor de hydrostatische druk in de filter wegvalt. Er zal
ernstige daling van de nierfunctie optreden, en in sommige zeldzame gevallen zal
de nierfunctie zelfs volledig wegvallen.
- Dia 7: BNP wordt geproduceerd in het ventrikel van het hart wanneer de
ventrikelcellen uitrekken en hierdoor verstoord zijn in hun contractiliteit. Als het
BNP verhoogt is, wijst dit op verhoogde bloeddruk en zal hartfalen aan de basis
liggen van de kortademigheid. Bij een longprobleem zal er geen stijging van het
BNP zijn.
- Dia 8: Hoe slechter patiënten met gevorderd hartfalen of leverfalen eraan
toe zijn, hoe ernstiger de hyponatriëmie zal zijn; hyponatriëmie heeft zelfs
een prognostische betekenis bij deze patiënten.
Mensen met hart- en leverfalen hebben oedeem en hebben vocht in overmaat
maar hun baroreceptoren systeem gaat dit waarnemen als een gedaald
circulerend volume. De patiënten hebben een klinisch waarneembare
vochttoename; er zal dilutie hyponatriëmie optreden. Hyponatriëmie wordt
- Dia 2: Er zijn verschillende klassen van geneesmiddelen die inwerken op het
RAAS en zullen zorgen dat de bloeddruk daalt:
o 1e klasse: ACE inhibitoren zullen in competitie treden met het ACE,
waardoor angiotensine II niet gevormd kan worden.
Een neveneffect van deze geneesmiddelen is dat bradykinine gaat
opstapelen. Bradykinine zal bij sommige mensen aanleiding geven tot een
droge prikkelhoest.
o 2e klasse: Sartanen blokkeren de angiotensine receptoren; angiotensine II
zal wel gevormd worden, maar kan zijn functie niet uitoefenen.
o 3e klasse: Bepaalde medicatie zal renine blokkeren.
- Dia 3: ACE inhibitoren blokkeren de vorming van angiotensine II. Door de
verminderde reabsorptie van natrium in afwezigheid van angiotensine II,
hebben deze stoffen een bloeddruk verlagend effect.
Wanneer angiontensine II zijn werking niet kan uitvoeren, zal de hydrostatische
bloeddruk dalen waardoor de glomerulaire filtratie vermindert. De glomerulaire
filtratie kan tot 20-30 % dalen wanneer men ACE inhibitoren inneemt.
Wanneer angiotensine II daalt, zal er ook minder aldosterone geproduceerd
worden. Als aldosterone geblokkeerd wordt, zal de reabsorptie van natrium
verminderen, en dit is een gewenst effect. Het andere effect van aldosterone is
echter secretie van kalium. Wanneer de kaliumsecretie thv de nier geblokkeerd
wordt, kan hyperkaliëmie ontwikkelen. Heel wat patiënten die ACE inhibitoren
innemen, ontwikkelen hyperkaliëmie.
- Dia 6: Door de aderverkalking zal de flow in de afferente arteriole dalen,
waardoor er minder perfusie is. Hierdoor zal de hydrostatische druk en bijgevolg
de glomerulaire filtratie dalen. Hierdoor zal ook de flow thv de stijgende lis van
Henle dalen, en zal er een signaal naar de granulaire cellen worden gestuurd om
renine te produceren.
Stel dat de arts niet goed door heeft wat er scheelt, en een ACE-inhibitor
voorschrijft voor de bloeddruk, zal de glomerulaire filtratie nog meer dalen. De
efferente arteriole zal immers niet meer in constrictie gaan, doordat angiotensine
II niet meer werkt, waardoor de hydrostatische druk in de filter wegvalt. Er zal
ernstige daling van de nierfunctie optreden, en in sommige zeldzame gevallen zal
de nierfunctie zelfs volledig wegvallen.
- Dia 7: BNP wordt geproduceerd in het ventrikel van het hart wanneer de
ventrikelcellen uitrekken en hierdoor verstoord zijn in hun contractiliteit. Als het
BNP verhoogt is, wijst dit op verhoogde bloeddruk en zal hartfalen aan de basis
liggen van de kortademigheid. Bij een longprobleem zal er geen stijging van het
BNP zijn.
- Dia 8: Hoe slechter patiënten met gevorderd hartfalen of leverfalen eraan
toe zijn, hoe ernstiger de hyponatriëmie zal zijn; hyponatriëmie heeft zelfs
een prognostische betekenis bij deze patiënten.
Mensen met hart- en leverfalen hebben oedeem en hebben vocht in overmaat
maar hun baroreceptoren systeem gaat dit waarnemen als een gedaald
circulerend volume. De patiënten hebben een klinisch waarneembare
vochttoename; er zal dilutie hyponatriëmie optreden. Hyponatriëmie wordt