1. Het literatuurstudie = archiefwerk
soort document : soort document :
geschreven persoonlijk niet persoonlijk
Niet-geschreven
voordelen nadelen
+ goede manier om je in te werken in - tijdrovend
het onderwerp - erg veel informatie, moeilijk om
+ overbodig onderzoek vermijden overzicht te houden
+ achterhalen over welk onderwerp - gevonden informatie, niet altijd
onderzoek noodzakelijk is. specifiek genoeg voor je onderwerp
2. Observatie
= observeren is het opzettelijk, doelbewust en gericht kijken en of luisteren. Het is een
taakgericht interactie tussen een persoon en een situatie.
→Als onderzoeker ben je bewust van wat je wilt weten en je richt je aandacht er
volledig op.
Daarbij moet je wat je hebt waargenomen op zo een objectief mogelijke manier registreren
en in de juiste context plaatsen.
soorten
observaties :
natuurlijke omgeving
kunstmatige omgeving
gesloten open observatie :
observatie : Het Het studieobject is
studieobject $ weet zich ervan bewust
niet dat hij/zij dat hij/zij
participerende Niet-participerende
geobserveerd geobserveerd wordt
observatie : Als de observatie : de
wordt.
oservator mee deel observator neemt
neemt aan de geen deel uit van de
activiteiten observatie.
het is gebeurt van hij is een
binnenuit buitenstaander
Invloed :
antropologen
Reactieve
gebruiken deze Niet- Reactieve
observatie : de
soort observatie observatie : De
aanwezigheid van observator heeft geen
de observator heeft invloed op het gedrag
een invloed op het van de personen die
geobserveerd hij/zij observeert.
gedrag →onopvallende
vermijden : zoveel technieken zoeken
mogelijk tijd vbn. Verborgen
doorbrengen met de camera maar :
groep inbreuk op privacy
proefpersonen Deze reactie is het
meest gewenst
, →Gedrag krijgt een betekenis in de context. Als observator is het belangrijk om je
bewust te zijn van de situatie en de geobserveerde gedragingen daarmee in
verband te brengen. Je moet dus de omgevingsfactoren noteren.
voordelen nadelen
+ Als er nog geen gegevens zijn - tijdrovend
+ Gedrag interpreteren in de juiste - Mentale processen zijn niet te
context observeren, enkel gedrag en dat
+ Mens in zijn natuurlijke omgeving blijft soms interpretatie
bestuderen - objectiviteit moeilijk garanderen
- moeilijk te herhalen en te
controleren
- Niet goed als je een grote groep
mensen wilt bestuderen
3. Het interview en de enquête
= een geordend gesprek waarbij de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde.
2 soorten vragen =
1. Open vragen = degene die antwoord kan volledig zelf kiezen hoe hij
zijn antwoord zal formuleren. bv. Interview →vragen zijn gevarieerd
2. gesloten vragen = Ja/Nee vragen, vragen die worden gevolgd door een lijst
van antwoordmogelijkheden. bv. Enquête →vragen zijn gestructureerd,
gaan een specifieke richting uit
Waarop moet je letten bij het afnemen van een enquête ?
- je stelt een lijst op met gesloten vragen
- je legt je vragen voor aan een grote groep respondenten
- je stelt de vragen steeds in dezelfde volgorde
→heel erg geschikt als je een grote groep mensen diepgaand wilt bevragen over
een bepaald onderwerp.
Waarop moet je letten bij het afnemen van een interview ?
- je stelt een lijst op met open vragen
- je bevraagd eerder een kleine groep mensen
- je hebt niet noodzakelijk een bepaalde structuur in het opbouw van het gesprek
→erg geschikt om een onderwerp te verkennen
Aandachtspunten bij het formuleren van vragen :
- eenduidig
- enkelvoudig
- antwoord niet suggereren
- privacy eerbiedig
Gesloten vragen : nadelen
- minder info, weinig inzicht, beperkte keuzemogelijkheden, we gaan soms de
respondent in een bepaalde richting duwen.
Open vragen : nadelen
- sociaal wenselijk, privacy gedeeltelijk weggenomen, moeilijk om informatie te
verwerken door overvloed aan informatie, moeilijk om tot patroon/verbanden
te komen