• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 18 pages
Resume

samenvatting theorie

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 18 pages

In het eerste jaar criminologie krijgt u statistiek. Ik kreeg dit vak van Lieven Pauwels en zijn twee assistenten. In deze samenvatting heb ik de theorie bij elkaar gebundeld. Zowel het boek als de powerpoints zijn hierin verwerkt. Opgelet, leerstof kan variëren doorheen de jaren (meer/minder). Het kan dus zijn dat u dit document zelf moet bijwerken. Alvast veel succes met dit vak!!

Aperçu du contenu

Statistiek: theorie "Inleidende begrippen" <--

Inleiding

Wie of wat = onderzoekseenheden

Kenmerken = variabelen (met spreiding, verschillen voorspellen, afhank./onafhank.)

Onderzoekspopulatie = De verzameling van individuen waarover we een uitspraak willen doen.

Steekproef = Een staal uit de onderzoekspopulatie (random= aselect)

Respondenten = personen die we uiteindelijk bevragen.

Representatief =Een kenmerk even goed vertegenwoordigd is in de steekproef als in de
populatie. (Oververtegenwoordigd/ ondervertegenwoordigd) (afbakening)

Beschrijven, schatten en veralgemenen als statistische bedrijvigheid

Beschrijvende statistiek = Weergeven, datareductie-techniek, … (kwantitatieve reductie!!)

--> resultaten mogen niet veralgemeend worden of gebruikt worden om causaliteit vast te stellen.

Inferentiële statistiek = Veralgemenen

--> onderzoekshypothese = Positieve formuleren dus wel een verband.

Alternatieve hypothese = //

Nulhypothese = Er is geen verband.

Inductieve statistiek = waarheidsgehalte van hypothese nagaan



Statistiek en de beantwoording van beschrijvende en verklarende onderzoeksvragen

Beschrijvende onderzoeksvraag = kwantitatieve beschrijving (makkelijker dan verklarende)

--> opsomming en verband, maar zonder verklaring.

Verkennend/ exploratief onderzoek = het aftasten van veronderstellingen

Verklarende onderzoeksvraag = geobserveerde verschillen/ veranderingen in uitkomstvariabelen
te verklaren vanuit kenmerken die eigen zijn aan een theoretisch paradigma.

Univariate, bivariate en multivariate beschrijvende analyse

Uni = 1 kenmerk --> maten van centraliteit en spreiding

Bi = 2 kenmerken --> samenhang

Multi= meer dan 2 kenmerken -->regressie

Meetniveaus variabelen

Nominaal:

- Elkaar uitsluitende categorieën
- Categorische gegevens = naam/ categorie

, - Intern homogene categorieën
- Geen relatie of rangorde
- Exclusiviteit en exhaustiviteit!!!!

Ordinaal:

- Ordenbaarheid (de mate waarin ze een bepaald kenmerk bevatten)
- Continuüm
- Categorische variabelen --> dichotoom/ polytoom

Interval:

- Intervallen tussen de variabelen hebben een waarde/ exacte betekenis.
- Geen natuurlijk nulpunt
- Afstanden tussen de intervallen zijn altijd even groot.

Ratio:

- Rangordening
- Intervallen hebben betekenis
- Wel nulwaarde!!!! (geen negatieve waarde)

Discreten en continue variabele

Continue = alle mogelijke uitkomsten

Discreet = beperkt tot een telbaar aantal eenheden. (gehele getallen)

Data-matrix

Rijen --> statistische eenheden kolommen= kenmerken van personen

Afrondingsregels

Beneden --> 1 tot 4

Boven --> 5 tot 9

Somatieteken

I = index

M = ondergrens

N = bovengrens

I=m = beginwaarde

I=n = eindwaarde

Tabellen

Frequentietabellen = hoe vaak een variabele voorkomt

Kruistabellen = hoe vaak er een combinatie voorkomt

Variatie

Geen variatie= constante --> kunnen we niets mee

, Statistiek: theorie "univariate beschrijvende statistiek" <--

Over absolute en relatieve freqenties

Onderscheid geldende waarde (degene die niet antw tellen niet mee) en ontbrekende waarden!!!

Percentage = absoluut/ n . 100

N = som van absolute frequenties

Relatieve freq = absoluut/ n

Geldende percentage = absoluut/ niet antw wordt afgetrokken van totaal

Cumulatieve // = de percentages van elke volgende waarde wordt bij de voorgaande
opgeteld. Niet doen op nominaal niv. !!! (Absoluut = K, relatief= k)

Incidentie = nieuwe aantal gevallen in bepaalde periode binnen bepaalde populatie

Prevalentie = totaal aantal personen in een bepaalde conditie binnen een populatie

Staafdiagram

 x-as = categorieën
 y-as = aantallen
 Opp= absolute aantallen/ percentages
 Driedimensionaal = blokgrafiek
 Nominaal/ ordinaal niv. -->Staafjes los van elkaar
 Metrisch niv. --> Staafjes aan elkaar (continuüm)

Cumulatief frequentietabel

- Ordinaal

Histogram

- Metrische niv
- Breedte = klasselengte
- Hoogte = aatal gegevens
- Balkjes moeten raken

Lijndiagram

- Frequentie

Frequentiepolygoon

- Klassemiddens

Parameters van centraliteit

ALGEMENE REGEL: Parameters die op een lager niveau kunnen worden gebruikt, kunnen dit ook op
een hoger niveau, maar in principe nooit omgekeerd.

Modus

Infos sur le Document

Publié le
3 septembre 2023
Nombre de pages
18
Écrit en
2022/2023
Type
Resume
€6,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions