• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 7 pages
Autre

Begrippenlijst evolutieleer

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 7 pages

Begrippenlijst van alle voorkomende begrippen in de cursus gesorteerd per hoofdstuk met alle definities van het van evolutieleer en biologische classificatie.

Aperçu du contenu

Begrippenlijst

Hoofdstuk 4: classificatie en fylogenie

 Soort of species: refereert naar een fundamentele, natuurlijke eenheid
 Fenetische soort-concept: een soort is een set organismen die sterk op elkaar
gelijken en verschillen van andere sets
 Typologische of morfologische soortconcept: definiëren soorten door te refereren
naar een type-specimen
 Type specimen: individu gebruikt om een soort te beschrijven (=referentie)
 Biologische soort-concept: soort is een set organismen die de mogelijkheid bezitten
om met elkaar voort te planten
 Gene pool: een groep van zich onderling voortplantende individuen
 Polytypische soort: bestaan uit individuen met zeer verschillende morfologieën
 Cryptische soorten: (sibling species): twee biologische soorten die sterk op elkaar
gelijken
 Paraspecies of pseudospecies: species die zich aseksueel voortplanten
 Fylogenie: studie van de evolutionaire geschiedenis; reconstrueren van een
evolutionaire boom die de historische verwantschappen van de hedendaagse en
uitgestorven organismen weergeeft
 Homologie: dezelfde karakteristieken hebben geërfd van hun gemeenschappelijke
voorouder
 Homeoplasie: onafhankelijk van elkaar, dezelfde karakteristieken
 Ancestrale vorm (van het kenmerk): hoe een bepaalde karakteristiek eruit zag bij de
voorouderlijke soort
 Afleide vormen: vormen die het kenmerk later heeft aangenomen
 Polariteit (van het kenmerk): het afleiden van wat ancestraal en wat afgeleid is
 Clades: aparte subsets van organismen of soorten die afgeleide kenmerken gemeen
hebben
 Plesiomorf: aard van een kenmerk bij de voorouderlijke soort
 Symplesiomorfie: feit dat de leden van een groep die kenmerken delen (niet erg
nuttig)
 Synapomorf: karaktervormen die gedeeld worden door de leden van een clade
 Vergelijkende morfologie: studie van de variatie in de grootte en de vorm van
allerlei structuren van vroege en late levensstadia (macro- en microscopische eig.)
 Vergelijkende biochemie: opstellen van cladogrammen obv variaties in de volgorde
van AZ in eiwitten en in de volgorde van nucleotiden in de nucleïnezuren
 Vergelijkende cytologie: maken gebruik van variaties in het aantal, de vorm en de
grootte van de chromosomen en hun onderdelen. Uitsluitend op levende organismen
 Cladogram: schematische weergaven van de hiërarchie van clades
 Cytologie: te maken met chromosomen en hun onderdelen?
 Monofylie: als meest recente voorouder van een groep omvat én alle nakomelingen
van die voorouder
 Parafylie: omvat de meest recente voorouder van een groep soorten, maar niet alle
nakomelingen
 Polyfylie: wanneer de meest recente voorouder van alle leden er niet toe behoort
 Traditionele evolutionaire taxonomie: hanteert twee criteria, gemeenschappelijke
afkomst en de mate van adaptieve evolutionaire verandering (taxa zowel mono- als
parafyletisch)
 Adaptieve zone: levenswijze, een karakteristiek respons op de omgeving
 Fylogenetische systematiek of cladisme: hanteert enkel gemeenschappelijke
afkomst (alle taxa moeten monofyletisch zijn); analysemethode die gebruikt wordt in
de systematiek van de biologie om de evolutionaire relaties tussen organismen
proberen te bepalen. Puur gebaseerd op de afkomst van de groepen

,  Fenetische taxonomie: organismen worden ingedeeld puur op basis van similariteit,
ongeacht hun fylogenie


Hoofdstuk 2: Micro-evolutie

 Micro-evolutie: de evolutionaire veranderingen die optreden op lager taxonomisch
niveau, met name binnen één populatie of soort
 Natuurlijke selectie: (NS) de biologische entiteiten (individuen) moeten variatie
vertonen in één of ander kenmerk; deze variatie moet een genetische basis hebben; er
moet een consistente relatie bestaan tussen het kenmerk en één of meerdere
componenten van het reproductief succes. NS resulteert niet in perfecte organismen,
enkel in organismen die iets beter zijn dan de onmiddellijke competitoren
 Genotype: erfelijke informatie zoals ze in de chromosomen te vinden is (verschillen in
genotype: verschillen in DNA-sequentie van één of meerdere loci)
 Fenotype: het totaal van alle waarneembare kenmerken van een organisme
 Maternale/ paternale effecten: kenmeren van de moeder (en van de vader) kunnen
het fenotype van de nakomelingen beïnvloeden
 Micro-evolutie: evolutie op genetisch niveau van een individu
 Congenitale variatie: aangeboren variatie, niet noodzakelijk genetisch bepaald
(maternaal of paternaal)
 Monogenetische beïnvloeding: slechts 1 verschil in het genotype veroorzaakt een
verschil in fenotype
 Reactienorm (van een genotype): beschrijft de range van fenotypen die tot expressie
kunnen komen in verschillende omgevingen
 Polygenische beïnvloeding: fenotype door meerdere genen tegelijk beïnvloed
 Dominantie-effecten: het fenotype van de heterozygoot niet exact het gemiddelde
dan dat van de homozygoten is
 Heterozygoot: 2 verschillende vormen (allelen) van een gen heeft (Aa)
 Homozygoot: gelijke allelen (AA of aa)
 Epistasis: interactie tussen de verschillende loci
 Kwantitatieve genetica: overervingspatronen beschreven voor polygenische
kenmerken
 Additieve genetische variatie: de variatie die ontstaat door de sommatie van de
effecten van de individuele genen (a)
 Dominatievariatie: ontstaat tengevolge van interacties tussen allelen binnen één
locus (d)
 Epistasisvariatie: ontstaat door interacties tussen loci (i)
 Hertabiliteit: (h^2) van een kenmerk in een bepaalde populatie geeft dan weer welk
gedeelte van de totale fenotypische variatie verklaard wordt door genetische
verschillen (0=genetische verschillen spelen geen rol, 1= genetische verschillen
verklaren fenotypische variatie volledig)
 Hertabiliteit (nauw): selectie kan inwerken op de additieve genetische variatie
(ontstaat door sommatie effecten van de individuele genen). Dominantie- en epistasis-
componenten worden immers verbroken door recombinatie en onafhankelijke
segregatie. Dus: hoeveel de fenotypische variatie afhangt van additieve genetische
variatie
 Commen garden experimenten: om na te gaan in hoeverre fenotypische variatie
veroorzaakt wordt door verschillen in genotype, en door verschillen in omgeving 
door individuen op te kweken in identieke omstandigheden (de verschillen in fenotype
die overblijven wanneer alle omgevingsvariatie uitgeschakeld wordt, zijn in principe te
wijten aan genetische verschillen)

Infos sur le Document

Publié le
1 août 2023
Nombre de pages
7
Écrit en
2022/2023
Type
Autre
Personne
Inconnu
€4,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
42
Abonnés
3
Éléments
27
Dernière vente
3 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions