Verdieping ademhaling
Respiratoire bewaking
Introductie ventilatie
RESPIRATIE
= vitale lichaamsfunctie
• Verstoring of dreigende verstoring
=ernstig
=> opname kritische dienst
• De vplk rol = bewaken ,ondersteunen, overnemen
• Bewaken , observeren kan met/zonder apparatuur
– Zorg voor de spontaan ademende pat zonder hulpmiddelen (graduaat)
– Zorg voor de spontaan ademende pat met canule (OLF 1)
– Zorg voor de beademde pat (zie verder)
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
Thoraxholte
• Opbouw:
– Thoraxwand
• Ribben
• Sternum benige structuur
• Thoracale wervelkolom
– Diafragma=‘vloer’ elastische structuur
• Inhoud:
– Longen
– Mediastinum: hart- aorta en grote vaten
oesophagus-trachea-thymus
SPONTANE ADEMHALING: FYSIOLOGIE
• Doel ademhaling: CO2↓ en O2↑
• Inspiratie: door uitzetten van thorax (contractie tussenribspieren + diafragma) negatieve druk
intrapulmonaal lucht wordt aangezogen
• Rol pleuraruimte: pariëtaal blad kleeft aan ribbenrooster, visceraal blad omvat de longen +
ertussen virtuele ruimte
Þ bij inspiratie volgt pariëtaal blad ribben en ‘zuigt’ visceraal blad mee aanzuigen van
lucht
• Expiratie: ontspannen van diafragma en tussenribspieren, druk neemt eerst toe
uitademen tot atmosferische druk in longen gelijk is aan de omgeving
• Pleuraruimte: pariëtaal blad volgt ribbenrooster, ‘duwt’ visceraal blad en longen dicht
uitademen
,ANATOMIE EN FYSIOLOGIE: INADEMING
Hersenen
Nervus phrenicus
Diafragma trekt samen
Thoraxholte groter (volume↑) FYSICA
Druk ↓
Lucht verplaatst van ruimte met hoge druk (atmosfeer) naar
een ruimte met lage druk (de longen)
Druk in de longen= intrapulmonaire druk
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE: UITADEMING
• Nervus phrenicus stimulatie stopt
• Diafragma ontspant (volume )
• Intrapulmonaire druk
• Lucht vanuit de longen naar de in druk lagere atmosfeer
• Aan het einde van de uitademing:
Intrapulmonaire druk= 0 cmH2O = atmosferische druk
RESPIRATOIRE INSUFFICIËNTIE OP KRITIEKE DIENSTEN;
Pathofysiologische stoornis in de longfunctie:
– Te lage PaO2 (Oxygenatie)en of hypoxemie
– Te hoge PaCO2 (ventilatie) of hypercapnie in rust
=Indicatie om mechanisch te ventileren
De verpleegkundige zorg zal gericht zijn op:
– Observatie van de ademhaling en andere vitale functies
– Zuurstoftoediening zie methodiek en vaardigheden:
”zuurstof en inhalatietherapie” (B1)
– Vrijmaken en vrijhouden van de luchtwegen: zie verder
INLEIDENDE BEGRIPPEN
Anatomie en fysiologie
• Ademhaling-gasuitwisseling bestaat uit 4 delen
– Ventilatie: het transport van het gasmengsel in de luchtweg van en naar het alveo-
capillair membraan
, – Diffusie: gasuitwisseling op alveolair niveau passeren van gassen door alveo-capillair
membraam
– Perfusie: beweging van bloed naar en van het grensvlak
• Ventilatie – perfusie verhouding
– Belang van de circulatie tov de ademhaling
– Oxygenatie: verzadiging van het bloed met O2
VENTILATIE
• Inspiratie= actief
• Expiratie = passief
• Een goede AH-ventilatie is de resultante van een goed functie van het thoracomusculair systeem
en pleuravliezen
– De druk intrapulmonair:
– De druk intrapleuraal :
inademing -8cmH2O
uitademing -4cmH2O
– Ventilatie is ook afhankelijk van
• Longcompliantie (vermogen zich uit te zetten)
• Luchtweerstand
• Ademvolume of Tidalvolume of teugvolume:
= 0,5 l = De hoeveelheid verse lucht die tijdens een inademing in de longen wordt gezogen
• Vitale capaciteit
=volume die verplaatst wordt na max insp en max exp
= 4,8 l
• Residueel volume
= volume die achterblijft in de longen na max expiratie
= 1,2 l
• Functionele residuele capaciteit(FRC)
= volume die achterblijft in de longen na normale uitademing
=2l
• Per ademhaling +/-500ml in en uitgeademd= Vt
– 350ml neemt effectief deel aan de gasuitwisseling
= alveolaire ventilatie= Va
– 150 ml( 2 ml/kg) bereikt het diffusiecompartiment niet en neemt dus niet deel
=dode ruimte= Vd
– Vt =Vd+Va
Trachten van de dode ruimte zo klein mogelijk te houden anders teveel CO2 in de alveolen(zwaar
gas) en daardoor ook in het arteriële bloed stijging van de CO2
– Maskerbeademing: dv=280ml
– Aanwezigheid van een ET: dv=100ml
– Aanwezigheid van een tracheocanule: dv= 80ml
• De arteriële CO2 of PaCO2 is een maat voor de kwaliteit van de alveolaire ventilatie
Respiratoire bewaking
Introductie ventilatie
RESPIRATIE
= vitale lichaamsfunctie
• Verstoring of dreigende verstoring
=ernstig
=> opname kritische dienst
• De vplk rol = bewaken ,ondersteunen, overnemen
• Bewaken , observeren kan met/zonder apparatuur
– Zorg voor de spontaan ademende pat zonder hulpmiddelen (graduaat)
– Zorg voor de spontaan ademende pat met canule (OLF 1)
– Zorg voor de beademde pat (zie verder)
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
Thoraxholte
• Opbouw:
– Thoraxwand
• Ribben
• Sternum benige structuur
• Thoracale wervelkolom
– Diafragma=‘vloer’ elastische structuur
• Inhoud:
– Longen
– Mediastinum: hart- aorta en grote vaten
oesophagus-trachea-thymus
SPONTANE ADEMHALING: FYSIOLOGIE
• Doel ademhaling: CO2↓ en O2↑
• Inspiratie: door uitzetten van thorax (contractie tussenribspieren + diafragma) negatieve druk
intrapulmonaal lucht wordt aangezogen
• Rol pleuraruimte: pariëtaal blad kleeft aan ribbenrooster, visceraal blad omvat de longen +
ertussen virtuele ruimte
Þ bij inspiratie volgt pariëtaal blad ribben en ‘zuigt’ visceraal blad mee aanzuigen van
lucht
• Expiratie: ontspannen van diafragma en tussenribspieren, druk neemt eerst toe
uitademen tot atmosferische druk in longen gelijk is aan de omgeving
• Pleuraruimte: pariëtaal blad volgt ribbenrooster, ‘duwt’ visceraal blad en longen dicht
uitademen
,ANATOMIE EN FYSIOLOGIE: INADEMING
Hersenen
Nervus phrenicus
Diafragma trekt samen
Thoraxholte groter (volume↑) FYSICA
Druk ↓
Lucht verplaatst van ruimte met hoge druk (atmosfeer) naar
een ruimte met lage druk (de longen)
Druk in de longen= intrapulmonaire druk
ANATOMIE EN FYSIOLOGIE: UITADEMING
• Nervus phrenicus stimulatie stopt
• Diafragma ontspant (volume )
• Intrapulmonaire druk
• Lucht vanuit de longen naar de in druk lagere atmosfeer
• Aan het einde van de uitademing:
Intrapulmonaire druk= 0 cmH2O = atmosferische druk
RESPIRATOIRE INSUFFICIËNTIE OP KRITIEKE DIENSTEN;
Pathofysiologische stoornis in de longfunctie:
– Te lage PaO2 (Oxygenatie)en of hypoxemie
– Te hoge PaCO2 (ventilatie) of hypercapnie in rust
=Indicatie om mechanisch te ventileren
De verpleegkundige zorg zal gericht zijn op:
– Observatie van de ademhaling en andere vitale functies
– Zuurstoftoediening zie methodiek en vaardigheden:
”zuurstof en inhalatietherapie” (B1)
– Vrijmaken en vrijhouden van de luchtwegen: zie verder
INLEIDENDE BEGRIPPEN
Anatomie en fysiologie
• Ademhaling-gasuitwisseling bestaat uit 4 delen
– Ventilatie: het transport van het gasmengsel in de luchtweg van en naar het alveo-
capillair membraan
, – Diffusie: gasuitwisseling op alveolair niveau passeren van gassen door alveo-capillair
membraam
– Perfusie: beweging van bloed naar en van het grensvlak
• Ventilatie – perfusie verhouding
– Belang van de circulatie tov de ademhaling
– Oxygenatie: verzadiging van het bloed met O2
VENTILATIE
• Inspiratie= actief
• Expiratie = passief
• Een goede AH-ventilatie is de resultante van een goed functie van het thoracomusculair systeem
en pleuravliezen
– De druk intrapulmonair:
– De druk intrapleuraal :
inademing -8cmH2O
uitademing -4cmH2O
– Ventilatie is ook afhankelijk van
• Longcompliantie (vermogen zich uit te zetten)
• Luchtweerstand
• Ademvolume of Tidalvolume of teugvolume:
= 0,5 l = De hoeveelheid verse lucht die tijdens een inademing in de longen wordt gezogen
• Vitale capaciteit
=volume die verplaatst wordt na max insp en max exp
= 4,8 l
• Residueel volume
= volume die achterblijft in de longen na max expiratie
= 1,2 l
• Functionele residuele capaciteit(FRC)
= volume die achterblijft in de longen na normale uitademing
=2l
• Per ademhaling +/-500ml in en uitgeademd= Vt
– 350ml neemt effectief deel aan de gasuitwisseling
= alveolaire ventilatie= Va
– 150 ml( 2 ml/kg) bereikt het diffusiecompartiment niet en neemt dus niet deel
=dode ruimte= Vd
– Vt =Vd+Va
Trachten van de dode ruimte zo klein mogelijk te houden anders teveel CO2 in de alveolen(zwaar
gas) en daardoor ook in het arteriële bloed stijging van de CO2
– Maskerbeademing: dv=280ml
– Aanwezigheid van een ET: dv=100ml
– Aanwezigheid van een tracheocanule: dv= 80ml
• De arteriële CO2 of PaCO2 is een maat voor de kwaliteit van de alveolaire ventilatie