Traumatische
spieraandoeningen
Klinisch onderzoek spieraandoeningen
Rust: inspectie/palpatie (volume,
consistentie, warmte, pijnlijkheid,
symmetrie). Spieren die niet gebruikt
worden gaan in atrofie.
Beweging: passief en actief
Met een echo kan je ook veel zien.
Electromyografie.
Met een bloedonderzoek kan je kijken
naar mogelijke spierenzymen die zijn
gestegen.
Spierkneuzing
Spierkneuzing = beschadiging/ruptuur van meerdere spiervezels, doch zonder verlies van de
continuïteit van de spier (geen scheur).
Oorzaak:
- Uitwendig trauma (een IM injectie valt hier ook onder)
- Inwendig trauma (fracturen)
- Overbelasting bij sportdieren
- Plotse abnormale bewegingen
- (Compressie)
Letsels/symptomen
- Bloeding hematoom
- Beschadiging spiervezels geeft een ontstekingsreactie
o Zwelling (gespannen)
o Pijn bij palpatie
o Warmte
o Claudicatie
Spieren zijn omgeven door een fascie en bij uitgebreide spierkneuzing kan het zijn dat de spier hierin
wil gaan uitzetten maar geen ruimte heeft hiervoor. Gevolg = necrose door dichtduwen bloedvaten.
Je moet in zo’n geval van compartimenteringssyndroom de fascie gaan insnijden om de spier ruimte
te bieden.
Heling
Er is eigenlijk altijd een vorming van littekenweefsel.
, - Beperkte letsels: volledig klinisch herstel binnen 1 week
- Erge letsels: uitgesproken littekenvorming met kans op:
o Fibrotische/ossifiërende myopathie
o Spiercontractuur
o Spieratrofie
Behandeling
- Acute fase (dag 1-3): remming van ontsteking
o Rust
o Indien nodig: NSAID’s, afkoeling of immobilisatie
o Bij compartimenteringssyndroom: fasciotomie
- Subacute fase: reduceren van littekenvorming
o Gecontroleerde beweging
o Massage, ultrasoon, TENS (zenuwstimulatie), infrarood
Spiercontractuur/fibrotische myopathie
Een spiercontractuur kan voorkomen na een zeer uitgebreide kneuzing. Door de vorming van
littekenweefsel in de spier kan hij niet meer uitrekken zoals vroeger. Echter kan het soms ook
congenitaal voorkomen bij bepaalde rassen! Bij de hond kan dit voorkomen bij de:
- Infraspinatus (soort gefixeerde schouder)
- Quadriceps (bijvoorbeeld bijkomend bij een femurfractuur = ook veel spierschade)
- Gracilis (telkens naar binnen trekken van achterbeen bij stappen voor het neerzetten
typisch bij Herders en dus atraumatisch, gewoon genetisch)
- Semitendinosus (bij het stappen van het achterbeen wordt het been ineens
tegengehouden: normale stap wordt plots op de grond geduwd omdat het been niet
verder naar voren mag van deze fibrotische spier)
Behandeling
Preventief: adequate behandeling spierkneuzing
- Anti-inflammatoir
- Vroegtijdige immobilisatie/fysiotherapie (rekken van de spier)
Curatief:
- Transectie = doorsnijden aangetaste spiermassa (recidieven, want
je zorgt weer voor trauma = weer kans op littekenvorming!)
- Fysiotherapie (therapeutic ultrasound, stretching)
, Spierruptuur
Een ruptuur/scheur van een spier kan komen door uitwendig trauma of een
abnormale beweging. Predisponerende factoren:
- Maximale contractie (op het moment van trauma dus), relaxatie =
veiliger bij trauam
- Degeneratie
- Denervatie
Soorten en symptomen
Het soort ruptuur zal heel erg bepalend zijn voor
symptomen die je ziet bij het dier.
Partieel: pijnlijk en zwelling, claudicatie
Totaal: functieverlies en positieverandering. Soms defect
voelbaar, soms lokale zwelling (hematoom).
Longitudinaal: hernia (typisch bij de buikwand)
Prognose
- Partieel en beperkt = gunstig
- Partieel en uitgebreid = gevaar voor totale ruptuur
- Totaal: afhankelijk van:
o Diersoort/gewicht/gebruik
o Spier
o Bijkomende denervatie/degeneratie
o Complicatie: elongatie (zie hiernaast)
Tussen spierbuiken komt littekenweefsel
kan terug functioneel zijn, zal geen contractuur geven, maar als de spier te
lang is = niet functioneel
Verschil hiernaast goed snappen!
spieraandoeningen
Klinisch onderzoek spieraandoeningen
Rust: inspectie/palpatie (volume,
consistentie, warmte, pijnlijkheid,
symmetrie). Spieren die niet gebruikt
worden gaan in atrofie.
Beweging: passief en actief
Met een echo kan je ook veel zien.
Electromyografie.
Met een bloedonderzoek kan je kijken
naar mogelijke spierenzymen die zijn
gestegen.
Spierkneuzing
Spierkneuzing = beschadiging/ruptuur van meerdere spiervezels, doch zonder verlies van de
continuïteit van de spier (geen scheur).
Oorzaak:
- Uitwendig trauma (een IM injectie valt hier ook onder)
- Inwendig trauma (fracturen)
- Overbelasting bij sportdieren
- Plotse abnormale bewegingen
- (Compressie)
Letsels/symptomen
- Bloeding hematoom
- Beschadiging spiervezels geeft een ontstekingsreactie
o Zwelling (gespannen)
o Pijn bij palpatie
o Warmte
o Claudicatie
Spieren zijn omgeven door een fascie en bij uitgebreide spierkneuzing kan het zijn dat de spier hierin
wil gaan uitzetten maar geen ruimte heeft hiervoor. Gevolg = necrose door dichtduwen bloedvaten.
Je moet in zo’n geval van compartimenteringssyndroom de fascie gaan insnijden om de spier ruimte
te bieden.
Heling
Er is eigenlijk altijd een vorming van littekenweefsel.
, - Beperkte letsels: volledig klinisch herstel binnen 1 week
- Erge letsels: uitgesproken littekenvorming met kans op:
o Fibrotische/ossifiërende myopathie
o Spiercontractuur
o Spieratrofie
Behandeling
- Acute fase (dag 1-3): remming van ontsteking
o Rust
o Indien nodig: NSAID’s, afkoeling of immobilisatie
o Bij compartimenteringssyndroom: fasciotomie
- Subacute fase: reduceren van littekenvorming
o Gecontroleerde beweging
o Massage, ultrasoon, TENS (zenuwstimulatie), infrarood
Spiercontractuur/fibrotische myopathie
Een spiercontractuur kan voorkomen na een zeer uitgebreide kneuzing. Door de vorming van
littekenweefsel in de spier kan hij niet meer uitrekken zoals vroeger. Echter kan het soms ook
congenitaal voorkomen bij bepaalde rassen! Bij de hond kan dit voorkomen bij de:
- Infraspinatus (soort gefixeerde schouder)
- Quadriceps (bijvoorbeeld bijkomend bij een femurfractuur = ook veel spierschade)
- Gracilis (telkens naar binnen trekken van achterbeen bij stappen voor het neerzetten
typisch bij Herders en dus atraumatisch, gewoon genetisch)
- Semitendinosus (bij het stappen van het achterbeen wordt het been ineens
tegengehouden: normale stap wordt plots op de grond geduwd omdat het been niet
verder naar voren mag van deze fibrotische spier)
Behandeling
Preventief: adequate behandeling spierkneuzing
- Anti-inflammatoir
- Vroegtijdige immobilisatie/fysiotherapie (rekken van de spier)
Curatief:
- Transectie = doorsnijden aangetaste spiermassa (recidieven, want
je zorgt weer voor trauma = weer kans op littekenvorming!)
- Fysiotherapie (therapeutic ultrasound, stretching)
, Spierruptuur
Een ruptuur/scheur van een spier kan komen door uitwendig trauma of een
abnormale beweging. Predisponerende factoren:
- Maximale contractie (op het moment van trauma dus), relaxatie =
veiliger bij trauam
- Degeneratie
- Denervatie
Soorten en symptomen
Het soort ruptuur zal heel erg bepalend zijn voor
symptomen die je ziet bij het dier.
Partieel: pijnlijk en zwelling, claudicatie
Totaal: functieverlies en positieverandering. Soms defect
voelbaar, soms lokale zwelling (hematoom).
Longitudinaal: hernia (typisch bij de buikwand)
Prognose
- Partieel en beperkt = gunstig
- Partieel en uitgebreid = gevaar voor totale ruptuur
- Totaal: afhankelijk van:
o Diersoort/gewicht/gebruik
o Spier
o Bijkomende denervatie/degeneratie
o Complicatie: elongatie (zie hiernaast)
Tussen spierbuiken komt littekenweefsel
kan terug functioneel zijn, zal geen contractuur geven, maar als de spier te
lang is = niet functioneel
Verschil hiernaast goed snappen!