MUZIEK 2.2
DEEL 1: EEN LIED AANLEREN
LIEDANALYSE
Waarop moet je letten bij liedanalyse?
• Is het een goed kleuterlied?
• Zoek moeilijkheden in het lied. Wees hierop voorbereid. Leer het lied uit je hoofd!
• Is er een duidelijke structuur?
• Kies prenten in functie van de muzikale zinnen.
FASE 1: LUISTERFASE
De juf zingt de tekst voor. De kleuters zingen niet mee want de kleuters kennen het lied niet.
Stel vragen over de tekst:
• Stel concrete vragen
• Zing het lied telkens volledig na elke vraag die je gesteld hebt.
• Voorzie prenten (één voor elk deel)
Zorg voor een goede maat of beleef goede maataccenten.
FASE 2: ZINGFASE
Het lied inoefenen aan de hand van:
• Wisselzang
• Inwendig oefenen
FASE 3: VERWERKINGSFASE
Voorzie zeker 3 spelletjes die je kan spelen met het liedje als basis.
KENMERKEN VAN EEN GOED KLEUTERLIED
• Het lied mag geen te hoge of lage noten bevatten. (Tessituur: Tussen lage do en hoge si)
• De maatsoort is binair (2/4, 4/4, 6/8)
• De melodie bevat 2 tot 6 noten (afhankelijk van de leeftijd)
• De klemtonen van het ritme van de muziek vallen samen met de klemtonen van de woorden. Voor
elke lettergreep is er slechts één noot.
• Korte muzikale zinnen
• Eenvoudige woorden, meestal rijmwoorden
• Mogelijkheid tot tekstvariatie en verwerkingsmogelijkheden
• Het lied is éénstemmig: Iedereen zingt hetzelfde
• Het lied sluit aan bij de leefwereld van het jonge kind
• Het lied is “gebruiksmuziek”, je moet onmiddellijk mogelijkheden zien om het lied te verwerken.
• Tempo, melodie, inhoud en taalgebruik sluit aan bij de ontwikkelingsfase van het kind.
Camille De Roeck 1
DEEL 1: EEN LIED AANLEREN
LIEDANALYSE
Waarop moet je letten bij liedanalyse?
• Is het een goed kleuterlied?
• Zoek moeilijkheden in het lied. Wees hierop voorbereid. Leer het lied uit je hoofd!
• Is er een duidelijke structuur?
• Kies prenten in functie van de muzikale zinnen.
FASE 1: LUISTERFASE
De juf zingt de tekst voor. De kleuters zingen niet mee want de kleuters kennen het lied niet.
Stel vragen over de tekst:
• Stel concrete vragen
• Zing het lied telkens volledig na elke vraag die je gesteld hebt.
• Voorzie prenten (één voor elk deel)
Zorg voor een goede maat of beleef goede maataccenten.
FASE 2: ZINGFASE
Het lied inoefenen aan de hand van:
• Wisselzang
• Inwendig oefenen
FASE 3: VERWERKINGSFASE
Voorzie zeker 3 spelletjes die je kan spelen met het liedje als basis.
KENMERKEN VAN EEN GOED KLEUTERLIED
• Het lied mag geen te hoge of lage noten bevatten. (Tessituur: Tussen lage do en hoge si)
• De maatsoort is binair (2/4, 4/4, 6/8)
• De melodie bevat 2 tot 6 noten (afhankelijk van de leeftijd)
• De klemtonen van het ritme van de muziek vallen samen met de klemtonen van de woorden. Voor
elke lettergreep is er slechts één noot.
• Korte muzikale zinnen
• Eenvoudige woorden, meestal rijmwoorden
• Mogelijkheid tot tekstvariatie en verwerkingsmogelijkheden
• Het lied is éénstemmig: Iedereen zingt hetzelfde
• Het lied sluit aan bij de leefwereld van het jonge kind
• Het lied is “gebruiksmuziek”, je moet onmiddellijk mogelijkheden zien om het lied te verwerken.
• Tempo, melodie, inhoud en taalgebruik sluit aan bij de ontwikkelingsfase van het kind.
Camille De Roeck 1