13.11.2015 Les 6 Socialezekerheidsrecht Prof. dr. F. Louckx
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Hoofdstuk 5: Arbeidsongevallen
Historisch overzicht
Het is de periode van industriële revolutie, waarbij er technologische vooruitgang zijn intrede doet.
In Vlaanderen begint de textielindustrie zich machinaal te ontwikkelen (cfr. Daens). Mensen wisten
niet hoe ze deze machines moesten hanteren en de machines stonden niet op punt. Ook is het de
periode waar kinderarbeid nog niet verboden is. Iedereen die kan werken vertrekt naar de fabriek.
In deze context bestaan er veel ongevallen op de werkvloer. Het aantal ongevallen tijdens het werk
neemt exponentieel toe, tot het uitgroeit tot een maatschappelijk probleem.
Precies vanuit dit maatschappelijk probleem zal de arbeidsongevallenverzekering zich
ontwikkelen. Er is een stuk leed dat men niet kan wegnemen, dat onherstelbaar is. Maar de fysieke
gebrekkigheid waardoor men geen inkomen meer kan bekomen kan wel becijferd worden. In
eerste instantie moest het gezin het risico dragen. Maar men begint door te denken en men legt de
verantwoordelijkheid bij de werkgever, die het gezag heeft tijdens de arbeid. Zo ontstaat de
rechtsopvatting dat de werkgever moet instaan voor de schade die veroorzaakt wordt door zijn
fout. Deze juridische redenering vindt ingang volgens de basiselementen van het
buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (fout - schade - oorzakelijk verband).
Na verloop van tijd wordt er ook voorzien in een mogelijk voor werknemers om zich burgerlijke
partij te stellen in het kader van strafprocedures die tegen de werkgever gevoerd worden. Het
openbaar ministerie oefent de strafvordering uit, maar de burgerlijke partij kan zich aansluiten om
de schade vergoed te zien worden.
In de praktijk is er een probleem op vlak van bewijsvoering. Het is zeer moeilijk om de fout van de
werkgever te bewijzen. De looptijd van de processen was nadelig voor het inkomensverlies van de
gezinnen, die geen inkomen meer hadden. Ook de insolvabiliteit van de werkgever is een groot
nadeel in dergelijke processen.
In 1903 wordt een arbeidsongevallenverzekering voor werknemers ingericht. Tot op vandaag de
dag is er een compromis in voege: Er wordt verondersteld dat er een objectieve aansprakelijkheid
rust op de werkgever die risico op ongeval creëert (wettelijk vermoeden), maar deze
aansprakelijkheid zal aanleiding geven voor uitkering van arbeidsongevallenverzekering en het
compromis bestaat erin dat de werkgever burgerlijk immuun is, waardoor er geen
schadeloosstelling meer mogelijk is op basis van art. 1382 BW. Dit is nadelig voor de werknemer,
omdat art. 1382 BW een integrale schadevergoeding omvat, daar waar de uitkering geplafonneerd
wordt.
Deze verzekering wordt uitgebreid tot het toepassingsgebied van de dekking van het risico op
arbeidsongevallen en is voor alle werknemers (ook bedienden). Daarnaast wordt er ook een
arbeidsongevallenverzekering voor overheidspersoneel ontwikkelen, maar dit gaat langzaam,
omdat men oorspronkelijk werkte vanuit de pensioenverzekeringen. Men gaat verwondingen,
ongevallen die plaatsvinden in de uitoefening van het ambt onder pensioenverzekering
ressorteren. Later wordt dit verruimd.
In 1967 creëert men een arbeidsongevallenverzekering voor het overheidspersoneel. Dit is
toepasselijk op ambtenaren en werknemers van bepaalde tewerkstellende overheden. Hierbij
probeert men de arbeidsongevallen gelijk te schakelen met de arbeidsongevallenverzekering van
de werknemers.
Er is geen arbeidsongevallenverzekering voor zelfstandigen. Nochtans was deze wel voorzien.
Deze is nooit doorgekomen, omdat de zelfstandigen zelf geen vragende partij waren voor een
grotere bescherming tegen arbeidsongevallen. Zij wouden geen bijdragen afhouden als je het
Pagina 1 van 7
Socialezekerheidsrecht
Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Hoofdstuk 5: Arbeidsongevallen
Historisch overzicht
Het is de periode van industriële revolutie, waarbij er technologische vooruitgang zijn intrede doet.
In Vlaanderen begint de textielindustrie zich machinaal te ontwikkelen (cfr. Daens). Mensen wisten
niet hoe ze deze machines moesten hanteren en de machines stonden niet op punt. Ook is het de
periode waar kinderarbeid nog niet verboden is. Iedereen die kan werken vertrekt naar de fabriek.
In deze context bestaan er veel ongevallen op de werkvloer. Het aantal ongevallen tijdens het werk
neemt exponentieel toe, tot het uitgroeit tot een maatschappelijk probleem.
Precies vanuit dit maatschappelijk probleem zal de arbeidsongevallenverzekering zich
ontwikkelen. Er is een stuk leed dat men niet kan wegnemen, dat onherstelbaar is. Maar de fysieke
gebrekkigheid waardoor men geen inkomen meer kan bekomen kan wel becijferd worden. In
eerste instantie moest het gezin het risico dragen. Maar men begint door te denken en men legt de
verantwoordelijkheid bij de werkgever, die het gezag heeft tijdens de arbeid. Zo ontstaat de
rechtsopvatting dat de werkgever moet instaan voor de schade die veroorzaakt wordt door zijn
fout. Deze juridische redenering vindt ingang volgens de basiselementen van het
buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (fout - schade - oorzakelijk verband).
Na verloop van tijd wordt er ook voorzien in een mogelijk voor werknemers om zich burgerlijke
partij te stellen in het kader van strafprocedures die tegen de werkgever gevoerd worden. Het
openbaar ministerie oefent de strafvordering uit, maar de burgerlijke partij kan zich aansluiten om
de schade vergoed te zien worden.
In de praktijk is er een probleem op vlak van bewijsvoering. Het is zeer moeilijk om de fout van de
werkgever te bewijzen. De looptijd van de processen was nadelig voor het inkomensverlies van de
gezinnen, die geen inkomen meer hadden. Ook de insolvabiliteit van de werkgever is een groot
nadeel in dergelijke processen.
In 1903 wordt een arbeidsongevallenverzekering voor werknemers ingericht. Tot op vandaag de
dag is er een compromis in voege: Er wordt verondersteld dat er een objectieve aansprakelijkheid
rust op de werkgever die risico op ongeval creëert (wettelijk vermoeden), maar deze
aansprakelijkheid zal aanleiding geven voor uitkering van arbeidsongevallenverzekering en het
compromis bestaat erin dat de werkgever burgerlijk immuun is, waardoor er geen
schadeloosstelling meer mogelijk is op basis van art. 1382 BW. Dit is nadelig voor de werknemer,
omdat art. 1382 BW een integrale schadevergoeding omvat, daar waar de uitkering geplafonneerd
wordt.
Deze verzekering wordt uitgebreid tot het toepassingsgebied van de dekking van het risico op
arbeidsongevallen en is voor alle werknemers (ook bedienden). Daarnaast wordt er ook een
arbeidsongevallenverzekering voor overheidspersoneel ontwikkelen, maar dit gaat langzaam,
omdat men oorspronkelijk werkte vanuit de pensioenverzekeringen. Men gaat verwondingen,
ongevallen die plaatsvinden in de uitoefening van het ambt onder pensioenverzekering
ressorteren. Later wordt dit verruimd.
In 1967 creëert men een arbeidsongevallenverzekering voor het overheidspersoneel. Dit is
toepasselijk op ambtenaren en werknemers van bepaalde tewerkstellende overheden. Hierbij
probeert men de arbeidsongevallen gelijk te schakelen met de arbeidsongevallenverzekering van
de werknemers.
Er is geen arbeidsongevallenverzekering voor zelfstandigen. Nochtans was deze wel voorzien.
Deze is nooit doorgekomen, omdat de zelfstandigen zelf geen vragende partij waren voor een
grotere bescherming tegen arbeidsongevallen. Zij wouden geen bijdragen afhouden als je het
Pagina 1 van 7