Module 12 deel 1 : Oorzaken en gevolgen van diabetes
• Metabole kenmerken:
o Glycemie = bloedglucose meten in bloedplasma à hyperglycemie = te hoge bloedglucose
o Glucosurie = glucose in urine
o Trage lichaamsgroei
o Abnormaal gewicht
o Diabetische ketoacidose = aanzuren van bloed à stijging ketonlichamen
=> metabole kenmerken wijzen op een absoluut of relatief insulinetekort, niet op de oorzaak
=> type 2 + obesitas komen vaak samen voor (omdat obesitas kan leiden tot insulineresistentie)
12.1 Diagnose obv metabole criteria
Nuchtere glycemie Orale glucose tolerantie test (OGTT) Niet-enzymatische glycering van
hemoglobine (HbA1c%)
Normaal: < 5,5 mmol/l Na 30min: maximale bloedglucose Normaal: < 5,7 mmol/l
Prediabetes: 5,5 - 7 mmol/l Na 2u: daling door insuline Prediabetes: 5,7 – 6,5 mmol/l
Diabetes: > 7 mmol/l à indien diabetes: nogsteeds hoog Diabetes: > 6,5 mmol/l
Normaal: < 7,8 mmol/l
Prediabetes: 7,8 mmol/l – 11,1 mmol/l
Diabetes: > 11,1 mmol/l
=> metabole criteria zeggen niets over oorzaak van ziekte
=> metabole criteria zijn gevolg van:
o Te veel insuline
o Te veel glucagon
o Insulineongevoeligheid (resistentie)
=> symptomen worden veroorzaakt door verstoorde balans van insuline/glucagon-ratio
12.2 Soorten diabetes
12.2.1 Diabetes type 1 (10%)
Insulitis = aanval van immuunsysteem tegen ‘lichaams-eigen’ beta-cellen (auto-immuunreactie)
à vernietiging beta-cellen
à onvermogen tot insulinesecretie
à lage insuline/glucagon-ratio
à lipolyse, ketogenese en gluconeogenese
à hyperglycemie, glucosurie en diabetische ketoacidose
à absoluut insulinetekort
Behandeling: insuline-injectie
95
, 12.2.2 Diabetes type 2 (90%)
Defect in beta-cellen OF insulineresistentie OF amyloid-opstapeling in pancreas
à slechte insulinesecretie + hoge insulinebehoefte (door uitputting beta-cellen)
à relatief insulinetekort
Behandeling:
1. Gezonde levensstijl
2. Orale geneesmiddelen die insulinesecretie ondersteunen
3. Insuline-injectie
12.3 Oorzaken van diabetes
Type 1 Type 2 Tussenvormen
• Auto-immuniteit (beta-cellen • Geen autoimmuniteit (beta- • Auto-immuniteit op latere
vernietigd) cellen bestaan nog) leeftijd
• Jonge mensen • Oudere mensen • Geen insulitits (toch type1-
• Lage of normale BMI • Gestegen BMI achtig)
• Absoluut insulinetekort –> insulineresistentie • Ontsteking in eilandjes van
• Insulinetherapie is • Insulinetherapie NIET langerhans (type2-achtig)
noodzakelijk noodzakelijk
12.4 Ziekteverloop bij type 2
Levensstijl: voeding met toegevoegde suikers + weinig lichaamsbeweging
à vetopstapeling
à insulineresistentie (meer insuline nodig -> beta-cellen raken uitgeput)
à diabetes type 2
à diabetescomplicaties (niet-enzymatische eiwitschade + gebrek aan herstel van eiwitschade)
12.5 Risicofactoren
Gestegen BMI (obesitas)
-> sterke stijging relatief risico voor type 2
-> overlap tss type 2 en obesitas verklaart insulineresistentie
MAAR niet alle mensen met obesitas hebben diabetes
-> vaak compenseren de beta-cellen de insulineresistentie
12.5.1 Genetische risicofactoren
Stofwisselingsziekte (zeldzaam) Complexe ziekte (courant)
= Mendeliaanse overerving = grote invloed van omgeving
• MODY genen (maturity onset diabetes of the • Type 1 diabetes: HLA klasse 2
young) genen
-> meer glucose nodig voor insulinesecretie -> regeling immuniteit
• Neonatale diabetes • Type 2 diabetesgenen: overlap
met obesitasgenen
96
• Metabole kenmerken:
o Glycemie = bloedglucose meten in bloedplasma à hyperglycemie = te hoge bloedglucose
o Glucosurie = glucose in urine
o Trage lichaamsgroei
o Abnormaal gewicht
o Diabetische ketoacidose = aanzuren van bloed à stijging ketonlichamen
=> metabole kenmerken wijzen op een absoluut of relatief insulinetekort, niet op de oorzaak
=> type 2 + obesitas komen vaak samen voor (omdat obesitas kan leiden tot insulineresistentie)
12.1 Diagnose obv metabole criteria
Nuchtere glycemie Orale glucose tolerantie test (OGTT) Niet-enzymatische glycering van
hemoglobine (HbA1c%)
Normaal: < 5,5 mmol/l Na 30min: maximale bloedglucose Normaal: < 5,7 mmol/l
Prediabetes: 5,5 - 7 mmol/l Na 2u: daling door insuline Prediabetes: 5,7 – 6,5 mmol/l
Diabetes: > 7 mmol/l à indien diabetes: nogsteeds hoog Diabetes: > 6,5 mmol/l
Normaal: < 7,8 mmol/l
Prediabetes: 7,8 mmol/l – 11,1 mmol/l
Diabetes: > 11,1 mmol/l
=> metabole criteria zeggen niets over oorzaak van ziekte
=> metabole criteria zijn gevolg van:
o Te veel insuline
o Te veel glucagon
o Insulineongevoeligheid (resistentie)
=> symptomen worden veroorzaakt door verstoorde balans van insuline/glucagon-ratio
12.2 Soorten diabetes
12.2.1 Diabetes type 1 (10%)
Insulitis = aanval van immuunsysteem tegen ‘lichaams-eigen’ beta-cellen (auto-immuunreactie)
à vernietiging beta-cellen
à onvermogen tot insulinesecretie
à lage insuline/glucagon-ratio
à lipolyse, ketogenese en gluconeogenese
à hyperglycemie, glucosurie en diabetische ketoacidose
à absoluut insulinetekort
Behandeling: insuline-injectie
95
, 12.2.2 Diabetes type 2 (90%)
Defect in beta-cellen OF insulineresistentie OF amyloid-opstapeling in pancreas
à slechte insulinesecretie + hoge insulinebehoefte (door uitputting beta-cellen)
à relatief insulinetekort
Behandeling:
1. Gezonde levensstijl
2. Orale geneesmiddelen die insulinesecretie ondersteunen
3. Insuline-injectie
12.3 Oorzaken van diabetes
Type 1 Type 2 Tussenvormen
• Auto-immuniteit (beta-cellen • Geen autoimmuniteit (beta- • Auto-immuniteit op latere
vernietigd) cellen bestaan nog) leeftijd
• Jonge mensen • Oudere mensen • Geen insulitits (toch type1-
• Lage of normale BMI • Gestegen BMI achtig)
• Absoluut insulinetekort –> insulineresistentie • Ontsteking in eilandjes van
• Insulinetherapie is • Insulinetherapie NIET langerhans (type2-achtig)
noodzakelijk noodzakelijk
12.4 Ziekteverloop bij type 2
Levensstijl: voeding met toegevoegde suikers + weinig lichaamsbeweging
à vetopstapeling
à insulineresistentie (meer insuline nodig -> beta-cellen raken uitgeput)
à diabetes type 2
à diabetescomplicaties (niet-enzymatische eiwitschade + gebrek aan herstel van eiwitschade)
12.5 Risicofactoren
Gestegen BMI (obesitas)
-> sterke stijging relatief risico voor type 2
-> overlap tss type 2 en obesitas verklaart insulineresistentie
MAAR niet alle mensen met obesitas hebben diabetes
-> vaak compenseren de beta-cellen de insulineresistentie
12.5.1 Genetische risicofactoren
Stofwisselingsziekte (zeldzaam) Complexe ziekte (courant)
= Mendeliaanse overerving = grote invloed van omgeving
• MODY genen (maturity onset diabetes of the • Type 1 diabetes: HLA klasse 2
young) genen
-> meer glucose nodig voor insulinesecretie -> regeling immuniteit
• Neonatale diabetes • Type 2 diabetesgenen: overlap
met obesitasgenen
96