BANK EN FINANCIEWEZEN: DEEL II
HOOFDSTUK 1: INTERNE BANKPOLITIEK
1. Bankrendabiliteit
- Rentemarge = (renteopbr/rentedragend actief)-(rentekost/rentedragend passief)
- Posten van een resultatenberekening
+Intermediaire inkomsten Met: niet-rente inkomen =
Rente-opbrengsten buitenbalansactiviteit !!
-Rentekosten
+ Niet-rente inkomsten
Diverse commissies
+marktactiviteiten
- Algemene beheerskosten
- Waardevermindering
= Bruto inkomen
-belasting
= Netto inkomen
- Rendement op intermediatie-activiteiten vs. risico
we onderzoeken de trade-off tussen rendement en risico
1) Rendement op intermediatie-activiteit
= rentevoet voor deposito’s < rente op verleend krediet
intermediatiemarge
2) Bankrisico’s
A) Kredietrisico
= ontlener niet in staat lening tijdig terug te betalen
B) Renterisico
= verliezen door schommelingen vd rentevoet
veroorzaakt door verschillen in looptijden activa en schulden
C) Liquiditeitsrisico
= moeilijkheden door massale opvraging van deposito’s
veroorzaakt door verschillen in looptijden activa en schulden
Banken rekenen commerciële marge aan voor nemen van risico’s !
3) Bankrendement vs. risico
door opnemen van meer deposito’s: ROE stijgt
MAAR eigen vermogen daalt!!
Gevolg : banken houden een zo laag mogelijk EV aan
+ nemen risico op bankfaillissement
1
, - Belang van niet-rente inkomsten
= inkomsten gegenereert door buitenbalansactiviteiten
krijgen commissie voor beheer van geld van iemand anders
vb: effectisering, beheer belegginsfondsen, verlenen van diensten,
waarborg…
momenteel: weinig intermediatie want directe toegang tot fin markt
banken nemen toevlucht tot buitenbalansactiviteiten
- Effectisering / securitisatie
Het systeem werkt zo:
1) Bank brengt schuldvordering over naar speciale entiteit buiten bankbalans
2) Entiteit maakt vordering liquide door effecten te creëren en te verkopen
3) Met die opbrengst wordt bank betaald
4) Kredietnemer betaald geld terug aan entiteit ipv bank (!)
5) Entiteit vergoedt houders van de effecten
GEVOLG: rol van bank = tussenpersoon dus ontvangt commissieloon ipv rente
( = niet-rente inkomst)
Impact risico’s : daling kredietrisico, daling renterisico (want commissieloon)
+ belangrijkst: toevoer van ‘vers geld’ = daling liquiditeitsrisico!
Impact rendement : kredieten buiten balans = minder wettelijk vereist EV
hoger ROE
Impact beleggers : kunnen hoger rendement realiseren
MAAR wel blootgesteld aan alle risico’s
- Kostenbeheersing
Algemene beheerskosten = personeelskosten, invest in infrastructuur,
waardevermindering, voorzieningen…
- CONCLUSIE :
Hoog rendement = - Hoge intermediatie-inkomsten
- Hoge niet-rente inkomsten
- Beheersen cost-income
2. Belangrijkste bankrisico’s
1) Liquiditeitsrisico
2) Marktrisico
= risico op waardeverminderingen op portefeuille
3) Wisselrisico
2
HOOFDSTUK 1: INTERNE BANKPOLITIEK
1. Bankrendabiliteit
- Rentemarge = (renteopbr/rentedragend actief)-(rentekost/rentedragend passief)
- Posten van een resultatenberekening
+Intermediaire inkomsten Met: niet-rente inkomen =
Rente-opbrengsten buitenbalansactiviteit !!
-Rentekosten
+ Niet-rente inkomsten
Diverse commissies
+marktactiviteiten
- Algemene beheerskosten
- Waardevermindering
= Bruto inkomen
-belasting
= Netto inkomen
- Rendement op intermediatie-activiteiten vs. risico
we onderzoeken de trade-off tussen rendement en risico
1) Rendement op intermediatie-activiteit
= rentevoet voor deposito’s < rente op verleend krediet
intermediatiemarge
2) Bankrisico’s
A) Kredietrisico
= ontlener niet in staat lening tijdig terug te betalen
B) Renterisico
= verliezen door schommelingen vd rentevoet
veroorzaakt door verschillen in looptijden activa en schulden
C) Liquiditeitsrisico
= moeilijkheden door massale opvraging van deposito’s
veroorzaakt door verschillen in looptijden activa en schulden
Banken rekenen commerciële marge aan voor nemen van risico’s !
3) Bankrendement vs. risico
door opnemen van meer deposito’s: ROE stijgt
MAAR eigen vermogen daalt!!
Gevolg : banken houden een zo laag mogelijk EV aan
+ nemen risico op bankfaillissement
1
, - Belang van niet-rente inkomsten
= inkomsten gegenereert door buitenbalansactiviteiten
krijgen commissie voor beheer van geld van iemand anders
vb: effectisering, beheer belegginsfondsen, verlenen van diensten,
waarborg…
momenteel: weinig intermediatie want directe toegang tot fin markt
banken nemen toevlucht tot buitenbalansactiviteiten
- Effectisering / securitisatie
Het systeem werkt zo:
1) Bank brengt schuldvordering over naar speciale entiteit buiten bankbalans
2) Entiteit maakt vordering liquide door effecten te creëren en te verkopen
3) Met die opbrengst wordt bank betaald
4) Kredietnemer betaald geld terug aan entiteit ipv bank (!)
5) Entiteit vergoedt houders van de effecten
GEVOLG: rol van bank = tussenpersoon dus ontvangt commissieloon ipv rente
( = niet-rente inkomst)
Impact risico’s : daling kredietrisico, daling renterisico (want commissieloon)
+ belangrijkst: toevoer van ‘vers geld’ = daling liquiditeitsrisico!
Impact rendement : kredieten buiten balans = minder wettelijk vereist EV
hoger ROE
Impact beleggers : kunnen hoger rendement realiseren
MAAR wel blootgesteld aan alle risico’s
- Kostenbeheersing
Algemene beheerskosten = personeelskosten, invest in infrastructuur,
waardevermindering, voorzieningen…
- CONCLUSIE :
Hoog rendement = - Hoge intermediatie-inkomsten
- Hoge niet-rente inkomsten
- Beheersen cost-income
2. Belangrijkste bankrisico’s
1) Liquiditeitsrisico
2) Marktrisico
= risico op waardeverminderingen op portefeuille
3) Wisselrisico
2