Les 4 historische inleiding tot het recht
Keizertijd
klassieke periode: 0 – 250 n. Chr.
Senaatsbesluiten worden een formele bron van het recht.
De keizer krijgt de princeps: de eerste onder gelijken: voorzitter van de
senaat. → legt verklaringen af in de senaat. → senaatsbesluiten: vermomde
keizerlijke wetgeving → diegene die bepaald wat de regels zijn is de keizer.
→ belangrijk verschil met de republiek, waar de senaat het voornaamste
bestuurscollege was → maar de senaat maakte geen wetgeving, de
volksvergadering maakt wetten.
→ In de keizertijd maakt de senaat wel wetten
→ de keizer begint meer en meer de macht van de instellingen naar zich toe te
trekken; de senaat wordt uitgehold. → de keizer krijgt het moeilijk met de
juristen → deze gaven soms advies tegen de visie van de keizer in → stilaan
(einde 3de eeuw) worden er juristen aangesteld door de keizer. → verstrekken
advies in naam van de keizer → ius respondendi → andere juristen raken in de
verdrukking → dus controle op juristen → De juristen raken opgeslorpt in de
keizerlijke administratie → consistorium
→ van de 3de en 4de eeuw kennen we weinig juristen bij naam
→ bloei van de rechtswetenschap (1ste – 2de eeuw
hoogstaande/vooraanstaande juristen
veel schrijven → boeken, commentaren op ius civile, edicten
→ hoogstaand niveau → ze hadden 100 -200 jaar ervaring om op voort te
bouwen. → meer verfijning
rechtswetenschap:4kaderen van vorderingen → meer algemeen: onder invloed
van de Griekse filosofie: gebruik van categorieën
→ maar niet overdrijven: ze maakten geen encyclopedieën
→ weinig systematisch
→ weinig definities
→ wel uitzonderlijk
Het blijft sterk casuïstisch. → casus → rechtszaak
→ ze hadden geen definities nodig: het recht vormde zich geval tot geval. →
sterk gericht op processen.
→ uitzondering:
Er ontstaan stilaan handboeken voor het onderwijs.
→ behoeft aan onderricht → behoefte aan overzicht
vb: instituten van Gaius
→ bondige samenvatting van het Romeinse recht, 2de eeuw
→ één van de weinige teksten die niet dateert van de tijd van Justinianus. 6de
eeuw n. Chr.
→ laat ontdekt
→ de indeling van de instituten heeft invloed gehad op de compilatie van
Justinianus (werk van Gaius was bekend in de 6de eeuw n. Chr.)
Keizertijd
klassieke periode: 0 – 250 n. Chr.
Senaatsbesluiten worden een formele bron van het recht.
De keizer krijgt de princeps: de eerste onder gelijken: voorzitter van de
senaat. → legt verklaringen af in de senaat. → senaatsbesluiten: vermomde
keizerlijke wetgeving → diegene die bepaald wat de regels zijn is de keizer.
→ belangrijk verschil met de republiek, waar de senaat het voornaamste
bestuurscollege was → maar de senaat maakte geen wetgeving, de
volksvergadering maakt wetten.
→ In de keizertijd maakt de senaat wel wetten
→ de keizer begint meer en meer de macht van de instellingen naar zich toe te
trekken; de senaat wordt uitgehold. → de keizer krijgt het moeilijk met de
juristen → deze gaven soms advies tegen de visie van de keizer in → stilaan
(einde 3de eeuw) worden er juristen aangesteld door de keizer. → verstrekken
advies in naam van de keizer → ius respondendi → andere juristen raken in de
verdrukking → dus controle op juristen → De juristen raken opgeslorpt in de
keizerlijke administratie → consistorium
→ van de 3de en 4de eeuw kennen we weinig juristen bij naam
→ bloei van de rechtswetenschap (1ste – 2de eeuw
hoogstaande/vooraanstaande juristen
veel schrijven → boeken, commentaren op ius civile, edicten
→ hoogstaand niveau → ze hadden 100 -200 jaar ervaring om op voort te
bouwen. → meer verfijning
rechtswetenschap:4kaderen van vorderingen → meer algemeen: onder invloed
van de Griekse filosofie: gebruik van categorieën
→ maar niet overdrijven: ze maakten geen encyclopedieën
→ weinig systematisch
→ weinig definities
→ wel uitzonderlijk
Het blijft sterk casuïstisch. → casus → rechtszaak
→ ze hadden geen definities nodig: het recht vormde zich geval tot geval. →
sterk gericht op processen.
→ uitzondering:
Er ontstaan stilaan handboeken voor het onderwijs.
→ behoeft aan onderricht → behoefte aan overzicht
vb: instituten van Gaius
→ bondige samenvatting van het Romeinse recht, 2de eeuw
→ één van de weinige teksten die niet dateert van de tijd van Justinianus. 6de
eeuw n. Chr.
→ laat ontdekt
→ de indeling van de instituten heeft invloed gehad op de compilatie van
Justinianus (werk van Gaius was bekend in de 6de eeuw n. Chr.)