Examenvragen Economie
Vandaag (A.Michiels,
H.Liagre…)
HoGent
, Vraag 1 (10 ptn)
De prijs van een goed X bedraagt €4. De gevraagde hoeveelheid van het goed X bij
onderneming A bedraagt dan 20 eenheden, de gevraagde hoeveelheid van goed X bij
onderneming B is 40 eenheden.
De prijselasticiteit van de vraag naar X bij onderneming A is gelijk aan -2. Wat betekent dit?
(meer dan 1 woord, wees concreet)
Hoeveel zal dan de gevraagde hoeveelheid bedragen bij onderneming A als A de prijs verlaagt
tot €3? (Berekening + uitkomst)
Procentuele wijziging?
Afzet bij €3?
Hoeveel eenheden X verkoopt B na de prijsdaling bij A, als u weet dat de kruiselingse
prijselasticiteit van de vraag naar het goed X bij onderneming B m.b.t. de prijs van goed X bij
onderneming A +1,8 bedraagt. (Berekening + uitkomst)
Procentuele wijziging in de afzet bij B?
Nieuwe afzet bij B?
Vandaag (A.Michiels,
H.Liagre…)
HoGent
, Vraag 1 (10 ptn)
De prijs van een goed X bedraagt €4. De gevraagde hoeveelheid van het goed X bij
onderneming A bedraagt dan 20 eenheden, de gevraagde hoeveelheid van goed X bij
onderneming B is 40 eenheden.
De prijselasticiteit van de vraag naar X bij onderneming A is gelijk aan -2. Wat betekent dit?
(meer dan 1 woord, wees concreet)
Hoeveel zal dan de gevraagde hoeveelheid bedragen bij onderneming A als A de prijs verlaagt
tot €3? (Berekening + uitkomst)
Procentuele wijziging?
Afzet bij €3?
Hoeveel eenheden X verkoopt B na de prijsdaling bij A, als u weet dat de kruiselingse
prijselasticiteit van de vraag naar het goed X bij onderneming B m.b.t. de prijs van goed X bij
onderneming A +1,8 bedraagt. (Berekening + uitkomst)
Procentuele wijziging in de afzet bij B?
Nieuwe afzet bij B?