H5: Thanatologie
= de studie van de veranderingen die het lichaam ondergaat na het intreden van de dood
1. Antemortem periode = tijdstip voor de dood (dit is een vitale fase bij letsels gaat het
lichaam dit herstellen) men kan een antemortem van een postmortem kwetsuur
onderscheiden door het aantreffen van een vitale reactie (microscopisch onderzoek)
2. Stervingsproces: treedt op tot we overleden zijn (kan snel gaan of enkele dagen aanslapen)
3. Somatische dood: dit is op het ogenblik dat de hersenen dood zijn.
4. Postmortale fase = de fase na de dood, deze begint na het intreden van de hersendood
(hierbij is er een supravitale fase lichaam kan letsels niet meer herstellen)
o hierbij is er een desintegratieproces: lichaam gaat veranderingen ondergaan die
zullen lijden tot vernietiging van weefsels men wordt skelet skelet verdwijnt na
een tijd
o Na ongeveer 3dagen zullen er tekenen van ontbinding zijn
! SCHIJNDOOD: persoon is nog altijd in leven omdat er nog geen hersendood is, toch
lijkt men dood
Regel van Bahrmann (we kunnen dit aantreffen in volgende situaties): A E (vb: bij
elektrocutie kan je te maken hebben met iemand dat dood is, maar er wel nog een
hart - & ademfunctie aanwezig is) I O U + C (koud) bij deze zaken kan er een
schijndood optreden
o Cellulaire dood komt enkel tijd na de somatische dood voor: cellen gaan niet meteen
afsterven want sommige cellen kunnen zuurstoftekort overleven (vb: hersencellen
zullen meteen afsterven na zuurstoftekort)
Onmiddellijke tekenen van de dood
De motiliteit verdwijnt (veralgemeende spierslapte)
De gevoeligheid verdwijnt (geen reactie op pijnprikkels)
De ademhaling valt stil
De bloedsomloop valt stil
Diep coma (GCS 3/15) men gaat dit evalueren aan de hand van GCS bij de laagste score
(3 op 15) ben je in diepe coma
Geen centrale reflexen vb: er is geen pupilreflex als je met een licht in de pupil schijnt
Vaststellen van de dood
1. Extra muros
o Diep coma
o Geen spontane ademhaling bij de persoon van de ademhalingsmachine te halen
o Geen hartslag
o Afwezigheid van centrale reflexen (lichtstijve mydriase, afwezige corneareflex)
1
= de studie van de veranderingen die het lichaam ondergaat na het intreden van de dood
1. Antemortem periode = tijdstip voor de dood (dit is een vitale fase bij letsels gaat het
lichaam dit herstellen) men kan een antemortem van een postmortem kwetsuur
onderscheiden door het aantreffen van een vitale reactie (microscopisch onderzoek)
2. Stervingsproces: treedt op tot we overleden zijn (kan snel gaan of enkele dagen aanslapen)
3. Somatische dood: dit is op het ogenblik dat de hersenen dood zijn.
4. Postmortale fase = de fase na de dood, deze begint na het intreden van de hersendood
(hierbij is er een supravitale fase lichaam kan letsels niet meer herstellen)
o hierbij is er een desintegratieproces: lichaam gaat veranderingen ondergaan die
zullen lijden tot vernietiging van weefsels men wordt skelet skelet verdwijnt na
een tijd
o Na ongeveer 3dagen zullen er tekenen van ontbinding zijn
! SCHIJNDOOD: persoon is nog altijd in leven omdat er nog geen hersendood is, toch
lijkt men dood
Regel van Bahrmann (we kunnen dit aantreffen in volgende situaties): A E (vb: bij
elektrocutie kan je te maken hebben met iemand dat dood is, maar er wel nog een
hart - & ademfunctie aanwezig is) I O U + C (koud) bij deze zaken kan er een
schijndood optreden
o Cellulaire dood komt enkel tijd na de somatische dood voor: cellen gaan niet meteen
afsterven want sommige cellen kunnen zuurstoftekort overleven (vb: hersencellen
zullen meteen afsterven na zuurstoftekort)
Onmiddellijke tekenen van de dood
De motiliteit verdwijnt (veralgemeende spierslapte)
De gevoeligheid verdwijnt (geen reactie op pijnprikkels)
De ademhaling valt stil
De bloedsomloop valt stil
Diep coma (GCS 3/15) men gaat dit evalueren aan de hand van GCS bij de laagste score
(3 op 15) ben je in diepe coma
Geen centrale reflexen vb: er is geen pupilreflex als je met een licht in de pupil schijnt
Vaststellen van de dood
1. Extra muros
o Diep coma
o Geen spontane ademhaling bij de persoon van de ademhalingsmachine te halen
o Geen hartslag
o Afwezigheid van centrale reflexen (lichtstijve mydriase, afwezige corneareflex)
1