Frequently asked questions
• 1. Zijn kwalitatieve onderzoeksbevindingen generaliseerbaarheden?
◦Generaliseerbaar = de bevindingen van een onderzoek komt overeen met de
populatie en de setting ervan (van steekproef naar populatie/inductie)
◦Niet alle kwalitatieve onderzoekers zijn hiermee bezig. Bijvoorbeeld case studies
over een klas, het is niet de bedoeling om een uitspraak te doen over alle
klassen.
◦Gegronde theorie = de aanpak van onderzoekers tot generaliseerbaarheid
◦Je kan steunen op andere studies om de representatitiviteit aan te tonen of je
kan andere minder intensieve studies afnemen.
◦Je kan de setting, de groep subjecten… zorgvuldig beschrijven zodat anderen
het kunnen generaliseren.
• 2. Hoe zit het met de mening, vooroordelen en andere bias van de onderzoeker op
de data (verzameling en analyse)?
◦Er is een bepaalde subjectiviteit omdat de data geïnterpreteerd moet worden
door de onderzoeker zelf.
◦De onderzoekers nemen niet snel data op/verwerken, ze blijven voor een
langere tijd in de empirische wereld en zijn bezig met objectief kijken naar de
subjectiviteit van hun onderzoek. Ze confronteren zichzelf constant met eigen
meningen. Vele van die meningen zijn ook oppervlakkig vergeleken met de
inhoud van de data.
◦Men probeert ondezoek te beschermen tegen eigen subjectiviteit door
gedetailleerde veldnotities te nemen met oa hun re ecties over hun
subjectiviteit.
◦De onderzoeker rapporteert niet enkel wat hij ziet maar ook wat werkelijkheid is.
◦De objectiviteit kan verhoogd worden door lang in het veld te staan en continu
de eigen opinies en vooroordelen te overdenken in confrontatie met de data.
◦Alle onderzoekers zijn beïnvloed door bias: je kan je onderzoek en schrijven niet
los zetten van je vroegere ervaringen, wie je bent, je geloof… Het is niet
mogelijk om ‘blanco’ te zijn en dat is ook niet wenselijk.
• 3. Beïnvloedt de aanwezigheid van de onderzoeker de opvattingen en gedrag van
de respondenten/participanten?
◦Ja door het waarnemerse ect/Heisenberg e ect
◦Bijna elke onderzoeker heeft dit probleem
◦Over de jaren heen richtte men een onderzoekers procedure op om dit te
minimaliseren en in rekening te brengen.
◦Men gaat mensen behandelen als onderzoeksobjecten, ze gaan zich er ook
naar gedragen en dat wijkt af van hun normale gedrag.
◦Kwalitatieve onderzoekers proberen te interageren op een natuurlijke, niet-
bedreigende manier. Men kan de eigen e ecten niet uitsluiten.
◦Natuurlijke setting is niet hetzelfde als een setting met een onderzoeker in
• 1. Zijn kwalitatieve onderzoeksbevindingen generaliseerbaarheden?
◦Generaliseerbaar = de bevindingen van een onderzoek komt overeen met de
populatie en de setting ervan (van steekproef naar populatie/inductie)
◦Niet alle kwalitatieve onderzoekers zijn hiermee bezig. Bijvoorbeeld case studies
over een klas, het is niet de bedoeling om een uitspraak te doen over alle
klassen.
◦Gegronde theorie = de aanpak van onderzoekers tot generaliseerbaarheid
◦Je kan steunen op andere studies om de representatitiviteit aan te tonen of je
kan andere minder intensieve studies afnemen.
◦Je kan de setting, de groep subjecten… zorgvuldig beschrijven zodat anderen
het kunnen generaliseren.
• 2. Hoe zit het met de mening, vooroordelen en andere bias van de onderzoeker op
de data (verzameling en analyse)?
◦Er is een bepaalde subjectiviteit omdat de data geïnterpreteerd moet worden
door de onderzoeker zelf.
◦De onderzoekers nemen niet snel data op/verwerken, ze blijven voor een
langere tijd in de empirische wereld en zijn bezig met objectief kijken naar de
subjectiviteit van hun onderzoek. Ze confronteren zichzelf constant met eigen
meningen. Vele van die meningen zijn ook oppervlakkig vergeleken met de
inhoud van de data.
◦Men probeert ondezoek te beschermen tegen eigen subjectiviteit door
gedetailleerde veldnotities te nemen met oa hun re ecties over hun
subjectiviteit.
◦De onderzoeker rapporteert niet enkel wat hij ziet maar ook wat werkelijkheid is.
◦De objectiviteit kan verhoogd worden door lang in het veld te staan en continu
de eigen opinies en vooroordelen te overdenken in confrontatie met de data.
◦Alle onderzoekers zijn beïnvloed door bias: je kan je onderzoek en schrijven niet
los zetten van je vroegere ervaringen, wie je bent, je geloof… Het is niet
mogelijk om ‘blanco’ te zijn en dat is ook niet wenselijk.
• 3. Beïnvloedt de aanwezigheid van de onderzoeker de opvattingen en gedrag van
de respondenten/participanten?
◦Ja door het waarnemerse ect/Heisenberg e ect
◦Bijna elke onderzoeker heeft dit probleem
◦Over de jaren heen richtte men een onderzoekers procedure op om dit te
minimaliseren en in rekening te brengen.
◦Men gaat mensen behandelen als onderzoeksobjecten, ze gaan zich er ook
naar gedragen en dat wijkt af van hun normale gedrag.
◦Kwalitatieve onderzoekers proberen te interageren op een natuurlijke, niet-
bedreigende manier. Men kan de eigen e ecten niet uitsluiten.
◦Natuurlijke setting is niet hetzelfde als een setting met een onderzoeker in