Hematologie: cytologie
Granulocyten
WBC verdeelt in 2 groepen:
Fagocyten (= granulocyten en monocyten)
Immunocyten (lymfocyten)
= belangrijk verdedigingssysteem samen met complement en imuunglobulines
Fagocyten = aangeboren
Lymfocyten = adaptief
Hematopoëse
Onder de lijn = bloed, boven lijn = in beenmerg
, Myeloblast
o 1st identificeerbaare
o Niet in bloed want anders probleem
o Liefst ook niet te veel in beenmerg
Uitrijpingstadia zelfde voor alle soorten granulocyten
o Onderscheid te zien vanaf promyelocyt naar myelocyt
o Aantal aspecifieke korrels (= azurofiel en peroxidase) neemt dan af.
o Aantal specifieke korrels neemt toe
Bij laatste stadie hebben specifieke korrels bovenhand
Overzicht van de uitrijping van een granulocyt. De CD-merkers
in de 2de kolom zijn belangrijke oppervlakte-eiwitten die
vooral opgespoord worden bij maligne afwijkingen van de
witte bloedcellen.
Korrels nemen toe
Kern krimpt
Kern wordt groffer
Aantal merkers op celwand neemt toe
Organen
Beenmerg: via beenmergpunctie kunnen voorlopercellen onderzocht worden
(Lever)
Milt: extramedullaire hematopoiese
Lymfeklieren: B/-Lymfocyten
, Thymus : T-lymfocyten
Onderscheid op basis van korrels
Neutrofiele granulocyt
Korrels kleuren met zowel basis als zure kleurstoffen
Eosinofiele granulocyt
Korrels kleuren met zure kleurstof
Basofiele granulocyt
Korrels kleuren met basische kleurstoffen
Morfologische eigenschappen van granulocyt
Myeloblast Promyelocyt Myelocyt Meta Staafkernige Segment
Myelocyt kernige
Grootte 10-18μm 12-20μm 12-18μm 10-18μm 10-16μm 10-15μm
Kern Rond/ovaal Rond/ovaal Rond/ovaal Ingeduekt staaf Segment
Centraal tot Eerder excent Excentrisch Excentrisch (2-5 lobben)
excentrisch
Chromatine Fijn Fijn Grover Dens Grof grof
Nucleoli 2 of meer 1 of meer 0 0 0 0
Cytoplasma Homogeen Diep tot Blauw-roze Roos Roos Roos
Diep blauw minder diep
blauw
Granules Geen Azurofiele Azurofiel+ Specifiek Specifiek Specifiek
specifiek Wisselend
grootte
Kern 5:1 5:1 2:1 1,5:1 1:2 1:3
/cytoplasma 7:1
Granules
Aspecifieke granules
o Bevatten digestieve en hydrolytische enzymen
o Bv: lysozyme, defensines, myeloperoxidase
Specifieke granules
o Later in granulopoiese aangemaakt
o Vrijgave beinvloed door intracellulair Calcium
Groeifactoren
Defenitie cytokines
Eiwitten of Glycoproteïnen, geproduceerd na immuunstimulus.
Invloed op en regeling van immuniteit, ontsteking, hematopoiese.
Productie door WBC, weefselmacrofagen.
Stimulatie van Hematopoietische cellen, endotheelcellen, fibroblasten
Algemene benaming voor interactie tussen cellen.
Groeifactoren zijn een soort cytokines
Soorten cytokines
Interleukines: IL3
γ-Interferon : antivirale actie
Granulocyten
WBC verdeelt in 2 groepen:
Fagocyten (= granulocyten en monocyten)
Immunocyten (lymfocyten)
= belangrijk verdedigingssysteem samen met complement en imuunglobulines
Fagocyten = aangeboren
Lymfocyten = adaptief
Hematopoëse
Onder de lijn = bloed, boven lijn = in beenmerg
, Myeloblast
o 1st identificeerbaare
o Niet in bloed want anders probleem
o Liefst ook niet te veel in beenmerg
Uitrijpingstadia zelfde voor alle soorten granulocyten
o Onderscheid te zien vanaf promyelocyt naar myelocyt
o Aantal aspecifieke korrels (= azurofiel en peroxidase) neemt dan af.
o Aantal specifieke korrels neemt toe
Bij laatste stadie hebben specifieke korrels bovenhand
Overzicht van de uitrijping van een granulocyt. De CD-merkers
in de 2de kolom zijn belangrijke oppervlakte-eiwitten die
vooral opgespoord worden bij maligne afwijkingen van de
witte bloedcellen.
Korrels nemen toe
Kern krimpt
Kern wordt groffer
Aantal merkers op celwand neemt toe
Organen
Beenmerg: via beenmergpunctie kunnen voorlopercellen onderzocht worden
(Lever)
Milt: extramedullaire hematopoiese
Lymfeklieren: B/-Lymfocyten
, Thymus : T-lymfocyten
Onderscheid op basis van korrels
Neutrofiele granulocyt
Korrels kleuren met zowel basis als zure kleurstoffen
Eosinofiele granulocyt
Korrels kleuren met zure kleurstof
Basofiele granulocyt
Korrels kleuren met basische kleurstoffen
Morfologische eigenschappen van granulocyt
Myeloblast Promyelocyt Myelocyt Meta Staafkernige Segment
Myelocyt kernige
Grootte 10-18μm 12-20μm 12-18μm 10-18μm 10-16μm 10-15μm
Kern Rond/ovaal Rond/ovaal Rond/ovaal Ingeduekt staaf Segment
Centraal tot Eerder excent Excentrisch Excentrisch (2-5 lobben)
excentrisch
Chromatine Fijn Fijn Grover Dens Grof grof
Nucleoli 2 of meer 1 of meer 0 0 0 0
Cytoplasma Homogeen Diep tot Blauw-roze Roos Roos Roos
Diep blauw minder diep
blauw
Granules Geen Azurofiele Azurofiel+ Specifiek Specifiek Specifiek
specifiek Wisselend
grootte
Kern 5:1 5:1 2:1 1,5:1 1:2 1:3
/cytoplasma 7:1
Granules
Aspecifieke granules
o Bevatten digestieve en hydrolytische enzymen
o Bv: lysozyme, defensines, myeloperoxidase
Specifieke granules
o Later in granulopoiese aangemaakt
o Vrijgave beinvloed door intracellulair Calcium
Groeifactoren
Defenitie cytokines
Eiwitten of Glycoproteïnen, geproduceerd na immuunstimulus.
Invloed op en regeling van immuniteit, ontsteking, hematopoiese.
Productie door WBC, weefselmacrofagen.
Stimulatie van Hematopoietische cellen, endotheelcellen, fibroblasten
Algemene benaming voor interactie tussen cellen.
Groeifactoren zijn een soort cytokines
Soorten cytokines
Interleukines: IL3
γ-Interferon : antivirale actie