Samenvatting practica microbiologie – TEST 10/12
BACTERIOLOGIE
BASISTECHNIEKEN
Transfer van micro-organismen
Algemeen
Aantal cellen = inoculum overgebracht (inoculeren)
Aseptische wijze
Vast of visceus materiaal mbv entlus/entoog
Fungi: entnaald
Entnaalden na inoculeren geflambeerd tot gloeiend rood (2 seconden, niet langer)
Flamberen: verticaal in vlam houden
Vloeibaar bacteriemateriaal: pasteurpipetten, indien aantal druppels overenten
Beënten van een agarplaat: methode van de vijfhoek
Telkens 6 evenwijdige lijnen uitstrijken
Laatste zijde van de vijfhoek lijnen zigzag uitstrijken tot in midden agar
Laatste zone geen contact met eerste zone
Beënten van agarplaat: homogeen
Kiemen centripetaal let een entoog zigzag verspreiden over vaste
voedingsbodem
Druppel homogeen uitspreiden met gebogen pasteurpipet
Pipetteren
Wanneer volume niet van belang is: entoog om bacteriesuspensie op agar over te brengen
Wanneer volume van belang is: pasteurpipet, gegradueerde pipet of micropipet
Pasteurpipet: geen markeringen (druppels)
Gegradueerde pipet: verdunningsreeksen maken + bolpeer of pipet aid
Micropipet + wegwerptip: voor kleine volumes
Concentratiebepaling via plaattelling
Plaattelling en membraanfiltratie
Kiemgetal suspensie = bacteriële concentratie van deze suspensie
Plaattelling = Viable Plate Count Method = CFU – telling
CFU = colony forming unit = aantal levende kiemen, indien elke kolonie afkomstig is van 1
levende kiem – rekening houdend met verdunning
Sommige M-O groeien in aggregaten: cellen groeperen waardoor 1 kolonie afkomstig kan zijn
van verschillende levende cellen
o Streptococcen zullen vaak als diplococ voorkomen, waarbij dus 2 bacteriën
samenhangen
o onderschatting van aantal levende kiemen
CFU-waarde is betrouwbaar wanneer tussen 20 – 200 CFU’s op volledige agarplaat
o Tussen 10 – 100 CFU’s op halve agarplaat
o < 20 CFU’s onbetrouwbaar: statistische fout te groot
o > 200 CFU’s onbetrouwbaar: kolonies vloeien in elkaar
, Staal hoge CFU-waarde verwacht: verdunningsreeks
Staal lage CFU-waarde verwacht: opconcentreren door membraanfiltratie
o Filter met poriegrootte 0,22 micrometer; alle bacteriën blijven achter op filter
o Filter toegevoegd aan groeimedium kolonies laten groeien
Turbiditeit
Sneller, minder nauwkeurig
Optische densiteit = turbiditeit
Kiemen in vloeibaar medium groeien = medium troebel maken
Spectrofotometer concentratie bepalen
Oud bacterieel staal is ook troebel ! geen onderscheid tussen levende en dode kiemen
Telkamer
Microscopie
Telkamer met gekend volume bacteriële suspensie
Kan enkel wanneer bacteriën relatief stil liggen bacteriën met flagel
In real time bekijken: je ziet het aantal bacteriën + onderscheid maken tussen levende en
dode kiemen
Kleurstof tripaanblauw: levende bacteriën zullen kleurstof actief uit hun cytosol pompen =
ongekleurd. Dode bacteriën kunnen dit niet meer = blauw aangekleurd
INHIBITIE VAN MICROBIËLE GROEI
Antibiotica
= stoffen, ofwel door micro-organismen ofwel semi-synthetisch geproduceerd
Begrippen
Breed-spectrummiddelen: zowel G+ als G-
Smal-spectrummiddelen: tegen G+ of G-
Bacteriostatisch: bacteriegroeiremmend
Bactericide: bacteriedodend
MIC = minimum inhiberende concentratie: laagste concentratie van AB stof die
groeiremmend werkt
MBC = minimum bactericide concentratie: laagste concentratie van AB stof die
bacteriedodend werkt
Effecten van AB op bacteriecultuur in vitro
Na bepaalde inwerktijd worden de bacteriën geremd of gedood
Sommige bacteriën kunnen ontsnappen aan de invloed van het AB en zullen persisteren;
deze persisterende bacteriën kunnen dan weer uitgroeien (grafiekjes)
Belangrijkste bactericide AB: penicilinen, cefalosporinen, aminoglycosiden en fluoroquinolonen
Interacties
Synergisme: middelen versterken elkaars werking (som effecten groter dan apart)
Antagonisme: middelen verminderen elkaars werking
Indifferentie: middelen beïnvloeden elkaars werking niet
Disk diffusie / Kirby-Bauer test
Antibacteriële activiteit van een AB
KWALITATIEF
M-O in contact met AB, geïmpregneerd op een papierschijfje
BACTERIOLOGIE
BASISTECHNIEKEN
Transfer van micro-organismen
Algemeen
Aantal cellen = inoculum overgebracht (inoculeren)
Aseptische wijze
Vast of visceus materiaal mbv entlus/entoog
Fungi: entnaald
Entnaalden na inoculeren geflambeerd tot gloeiend rood (2 seconden, niet langer)
Flamberen: verticaal in vlam houden
Vloeibaar bacteriemateriaal: pasteurpipetten, indien aantal druppels overenten
Beënten van een agarplaat: methode van de vijfhoek
Telkens 6 evenwijdige lijnen uitstrijken
Laatste zijde van de vijfhoek lijnen zigzag uitstrijken tot in midden agar
Laatste zone geen contact met eerste zone
Beënten van agarplaat: homogeen
Kiemen centripetaal let een entoog zigzag verspreiden over vaste
voedingsbodem
Druppel homogeen uitspreiden met gebogen pasteurpipet
Pipetteren
Wanneer volume niet van belang is: entoog om bacteriesuspensie op agar over te brengen
Wanneer volume van belang is: pasteurpipet, gegradueerde pipet of micropipet
Pasteurpipet: geen markeringen (druppels)
Gegradueerde pipet: verdunningsreeksen maken + bolpeer of pipet aid
Micropipet + wegwerptip: voor kleine volumes
Concentratiebepaling via plaattelling
Plaattelling en membraanfiltratie
Kiemgetal suspensie = bacteriële concentratie van deze suspensie
Plaattelling = Viable Plate Count Method = CFU – telling
CFU = colony forming unit = aantal levende kiemen, indien elke kolonie afkomstig is van 1
levende kiem – rekening houdend met verdunning
Sommige M-O groeien in aggregaten: cellen groeperen waardoor 1 kolonie afkomstig kan zijn
van verschillende levende cellen
o Streptococcen zullen vaak als diplococ voorkomen, waarbij dus 2 bacteriën
samenhangen
o onderschatting van aantal levende kiemen
CFU-waarde is betrouwbaar wanneer tussen 20 – 200 CFU’s op volledige agarplaat
o Tussen 10 – 100 CFU’s op halve agarplaat
o < 20 CFU’s onbetrouwbaar: statistische fout te groot
o > 200 CFU’s onbetrouwbaar: kolonies vloeien in elkaar
, Staal hoge CFU-waarde verwacht: verdunningsreeks
Staal lage CFU-waarde verwacht: opconcentreren door membraanfiltratie
o Filter met poriegrootte 0,22 micrometer; alle bacteriën blijven achter op filter
o Filter toegevoegd aan groeimedium kolonies laten groeien
Turbiditeit
Sneller, minder nauwkeurig
Optische densiteit = turbiditeit
Kiemen in vloeibaar medium groeien = medium troebel maken
Spectrofotometer concentratie bepalen
Oud bacterieel staal is ook troebel ! geen onderscheid tussen levende en dode kiemen
Telkamer
Microscopie
Telkamer met gekend volume bacteriële suspensie
Kan enkel wanneer bacteriën relatief stil liggen bacteriën met flagel
In real time bekijken: je ziet het aantal bacteriën + onderscheid maken tussen levende en
dode kiemen
Kleurstof tripaanblauw: levende bacteriën zullen kleurstof actief uit hun cytosol pompen =
ongekleurd. Dode bacteriën kunnen dit niet meer = blauw aangekleurd
INHIBITIE VAN MICROBIËLE GROEI
Antibiotica
= stoffen, ofwel door micro-organismen ofwel semi-synthetisch geproduceerd
Begrippen
Breed-spectrummiddelen: zowel G+ als G-
Smal-spectrummiddelen: tegen G+ of G-
Bacteriostatisch: bacteriegroeiremmend
Bactericide: bacteriedodend
MIC = minimum inhiberende concentratie: laagste concentratie van AB stof die
groeiremmend werkt
MBC = minimum bactericide concentratie: laagste concentratie van AB stof die
bacteriedodend werkt
Effecten van AB op bacteriecultuur in vitro
Na bepaalde inwerktijd worden de bacteriën geremd of gedood
Sommige bacteriën kunnen ontsnappen aan de invloed van het AB en zullen persisteren;
deze persisterende bacteriën kunnen dan weer uitgroeien (grafiekjes)
Belangrijkste bactericide AB: penicilinen, cefalosporinen, aminoglycosiden en fluoroquinolonen
Interacties
Synergisme: middelen versterken elkaars werking (som effecten groter dan apart)
Antagonisme: middelen verminderen elkaars werking
Indifferentie: middelen beïnvloeden elkaars werking niet
Disk diffusie / Kirby-Bauer test
Antibacteriële activiteit van een AB
KWALITATIEF
M-O in contact met AB, geïmpregneerd op een papierschijfje