Virologie – DNA virussen
Herhaling: Baltimore classificatie
Overzicht:
I dsDNA - Adenoviridae
- Asfaviridae
- Herpesviridae
- Papillomaviridae
- Poxviridae
II ssDNA - Parvoviridae
- Circoviridae
1
,Adenoviridae
KEYPOINTS:
- Nonenvelopped, dsDNA
- Icosahedrale symmetrie
- Replicatie in celkern met vorming intranucleaire inclusielichaampjes
- Matig stabiel in de omgeving
- 4 genera:
o Aviadenovirus (vogels)
o Mastadenovirus (zoogdieren)
o Atadenovirus (vertebraten)
o Siadenovirus (amfibieën en vogels)
- Systemische en respiratoire ziekten in honden
- Systemische ziekten in gevogelte
Replicatie in celkern
Nieuw geassembleerde virions vormen crystaliene aggregaten
Natuurlijke gastheerrange meestal beperkt tot 1 species of zeer close verwante species
Infectie komt vaak voor
Meeste humane infecties zijn subklinisch, mild, hoewel immunodeficiënte individuen wel echt ziek kunnen
worden
Infecties bij dieren zijn ernstiger
Klinische infecties
Adenovirus infecties worden gezien bij honden en hobbykippen
2 serotypen van caniene adenovirus:
o Caniene adenovirus type 1 (CAV-1)
Infectieuze caniene hepatitis (vroeger ziekte van Rubarth)
o Caniene adenovirus type 2 (CAV-2)
kennelhoest
Aviaire adenovirussen:
o Wereldwijd
o Verschillende species vogels
Infectie vaak bij plluimvee
Meestal subklinisch of mild ziek
Ernstige ziekte vb inclusion body hepatitis
Infectieuze caniene hepatitis
Wereldwijd, gegeneraliseerde virale ziekte bij honden, veroorzaakt door CAV-1 met aantasting van lever en
vasculaire endotheel
Epidemiologie:
Is vrij zeldzaam geworden door het wereldwijde gebruik van vaccins
2
, Komt ook voor bij wolven, vossen, coyotes, stinkdieren en beren
Transmissie na ingestie van urine, faeces of speeksel van geïnfecteerde dieren
Virus kan persisteren in de nieren en in sommige gevallen geëxcreteerd worden in de urine voor meer dan
een half jaar
Pathogenese:
Na ingestie settelt CAV-1 zich in de tonsillen en Peyerse platen
Replicatie in vasculaire endotheel resulteert in snelle verspreiding van het virus in het lichaam
Klinische recovery in meeste honden door productie van neutraliserende antilichamen ongeveer 10dagen na
infectie
Soms glomerulonefritis door neerslaan immuuncomplexen
Symptomen:
Incubatieperiode: 7 dagen
Honden van alle leeftijden
Vaak subklinische infectie
Klinische infectie meest frequent in jonge honden
Mortaliteit van 10-30% in volwassen honden en tot 100% in puppies
In acute fase: koorts, depressie, anorexie, meer dorst, braken en diarree
Hepatomegalie maar geen geelzucht
Hepatitis blue eye: unilateraal of bilateraal, tijdens klinische recovery (20%) en gaat vanzelf weg
Genezen dieren hebben levenslange immuniteit
Behandeling en controle
Ondersteunende medicatie
Inactieve en gemodifieerde/verzwakte levende vaccins zijn beschikbaar
o CAV-1 vaccinatie (verzwakt levend) zal resulteren in milde nefropathie met virus shedding in urine
en soms hepatitis blue eye
o Bijwerkingen komen niet voor bij CAV-2 vaccinatie die ook eveneens levenslange immuniteit tegen
CAV-1 stimuleert
Pups met ongekende levels van maternale antistoffen moeten 2x gevaccineerd worden (8-10w en 12-14w
oud)
Booster injecties, jaarlijks of om de 2 jaar zijn aangewezen
Inactieve CAV-1 vaccins, die geen duidelijke bijwerkingen hebben, vereisen sowieso booster injecties om
nodige levels van antilichamen te behouden
3
Herhaling: Baltimore classificatie
Overzicht:
I dsDNA - Adenoviridae
- Asfaviridae
- Herpesviridae
- Papillomaviridae
- Poxviridae
II ssDNA - Parvoviridae
- Circoviridae
1
,Adenoviridae
KEYPOINTS:
- Nonenvelopped, dsDNA
- Icosahedrale symmetrie
- Replicatie in celkern met vorming intranucleaire inclusielichaampjes
- Matig stabiel in de omgeving
- 4 genera:
o Aviadenovirus (vogels)
o Mastadenovirus (zoogdieren)
o Atadenovirus (vertebraten)
o Siadenovirus (amfibieën en vogels)
- Systemische en respiratoire ziekten in honden
- Systemische ziekten in gevogelte
Replicatie in celkern
Nieuw geassembleerde virions vormen crystaliene aggregaten
Natuurlijke gastheerrange meestal beperkt tot 1 species of zeer close verwante species
Infectie komt vaak voor
Meeste humane infecties zijn subklinisch, mild, hoewel immunodeficiënte individuen wel echt ziek kunnen
worden
Infecties bij dieren zijn ernstiger
Klinische infecties
Adenovirus infecties worden gezien bij honden en hobbykippen
2 serotypen van caniene adenovirus:
o Caniene adenovirus type 1 (CAV-1)
Infectieuze caniene hepatitis (vroeger ziekte van Rubarth)
o Caniene adenovirus type 2 (CAV-2)
kennelhoest
Aviaire adenovirussen:
o Wereldwijd
o Verschillende species vogels
Infectie vaak bij plluimvee
Meestal subklinisch of mild ziek
Ernstige ziekte vb inclusion body hepatitis
Infectieuze caniene hepatitis
Wereldwijd, gegeneraliseerde virale ziekte bij honden, veroorzaakt door CAV-1 met aantasting van lever en
vasculaire endotheel
Epidemiologie:
Is vrij zeldzaam geworden door het wereldwijde gebruik van vaccins
2
, Komt ook voor bij wolven, vossen, coyotes, stinkdieren en beren
Transmissie na ingestie van urine, faeces of speeksel van geïnfecteerde dieren
Virus kan persisteren in de nieren en in sommige gevallen geëxcreteerd worden in de urine voor meer dan
een half jaar
Pathogenese:
Na ingestie settelt CAV-1 zich in de tonsillen en Peyerse platen
Replicatie in vasculaire endotheel resulteert in snelle verspreiding van het virus in het lichaam
Klinische recovery in meeste honden door productie van neutraliserende antilichamen ongeveer 10dagen na
infectie
Soms glomerulonefritis door neerslaan immuuncomplexen
Symptomen:
Incubatieperiode: 7 dagen
Honden van alle leeftijden
Vaak subklinische infectie
Klinische infectie meest frequent in jonge honden
Mortaliteit van 10-30% in volwassen honden en tot 100% in puppies
In acute fase: koorts, depressie, anorexie, meer dorst, braken en diarree
Hepatomegalie maar geen geelzucht
Hepatitis blue eye: unilateraal of bilateraal, tijdens klinische recovery (20%) en gaat vanzelf weg
Genezen dieren hebben levenslange immuniteit
Behandeling en controle
Ondersteunende medicatie
Inactieve en gemodifieerde/verzwakte levende vaccins zijn beschikbaar
o CAV-1 vaccinatie (verzwakt levend) zal resulteren in milde nefropathie met virus shedding in urine
en soms hepatitis blue eye
o Bijwerkingen komen niet voor bij CAV-2 vaccinatie die ook eveneens levenslange immuniteit tegen
CAV-1 stimuleert
Pups met ongekende levels van maternale antistoffen moeten 2x gevaccineerd worden (8-10w en 12-14w
oud)
Booster injecties, jaarlijks of om de 2 jaar zijn aangewezen
Inactieve CAV-1 vaccins, die geen duidelijke bijwerkingen hebben, vereisen sowieso booster injecties om
nodige levels van antilichamen te behouden
3