Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 10 pages
Resume

Samenvatting Hoofdstuk 4

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 10 pages

Samenvatting hoofdstuk 4: eigen notities belangrijke zaken uit boek slides ! volledig nederlands

Aperçu du contenu

Hoofdstuk 4: De financiële markt
Semantic traps: pas op voor deze begrippen
Inkomen en sparen zijn stroomvariabelen (a flow), deze zorgen voor een
verandering in de stock.
vb. Het aantal ondernemingen in ons land is een stock, deze wordt
aangepast door
stroomvariabelen, nl. bedrijven die opstarten en stoppen.
Inkomen = De som van wat je verdient door te werken (arbeidsinkomen)
en de rente en
dividenden die we ontvangen door beleggingen en te sparen.
Sparen = Het gedeelte van het beschikbaar inkomen dat niet is
uitgegeven.
Het roerend vermogen is een voorraadvariabele (a stock variable), gemeten op
een vast punt in de tijd. Het vermogen veranderd door sparen of uitgeven bij een
verandering van de warde.
Roerend vermogen= Het verschil tussen de financiële activa roerende
goederen) en de
financiële verplichtingen, zoals schulden.
Investeren = De aankoop van nieuwe kapitaalgoederen, zoals machines,
≠ gebouwen enz.
Beleggen (financial investment) = De aankoop van aandelen of andere
financiële activa.



De vraag naar geld
Nog enkele ‘semantic traps’:
Geld (M) is datgene dat gebruikt kan worden voor transacties, zonder
interest.
Er zijn twee soorten geld:
1. cash geld (currency): munten en biljetten
2. zichtrekeningen, zichtdeposito’s (checkable deposits)
M1 = de som van
beide
Obligaties (bonds) kunnen niet gebruikt worden voor een transactie, maar
leveren wel interest op. Dit is een schuldtitel (bewijs van de lening).
Obligatiehouders krijgen rente (zeker).
Aandelen zijn eigendomstitels (mede-eigenaar). De aandeelhouder krijgen
een dividend. Hun
opbrengst is dus onzeker.
Obligatiefondsen (money market funds) zijn instellingen die met het geld
van hun klanten
obligaties aankopen. Het fonds krijgt een procent van de rente.
(administratieve kosten + opbrengst)

, De verhoudingen van het geld en de obligaties dat iemand wenst aan te houden,
hangen hoofdzakelijk af van M = CU + DD
 aantal transacties
Je wil genoeg geld in de hand hebben, om te vermijden dat je
obligaties moet
verkopen telkens wanneer je geld nodig hebt.
vb. Wanneer je maandelijks ongeveer 1000 euro uitgeeft, leg je best
een reserve aan
van minstens 2000 euro en beleg je derest in obligaties.
 de interest op obligaties **
Wanneer er op obligaties geen rente moest zijn, zouden mensen al
hun geld
behouden (currency), want dit is makkelijker.
Hoe hoger de interest, hoe meer je zal bereid zal zijn om te beleggen
in een obligatie,
ondanks de moeite en kosten eromheen.
De vraag naar geld:

Md ¿ $ YL(i) met $ Y : nominaal inkomen (inkomen
gemeten in dollar),
(-) transactievraag
L(i) : rente, vermogensvraag,
speculatieve vraag
De vraag naar geld heeft een negatief verband met de interestkoers. Als
de rente stijgt, zal de
vraag naar geld dalen. (zie **)
Deze is wel in proportie met het nominaal inkomen. Wanneer dit
verdubbelt, zal de vraag
naar geld ook verdubbelen.
Figuur 4.1: de vraag naar geld grafisch voorgesteld
De curve loopt schuin naar beneden: hoe lager de interest, hoe meer mensen
geld vragen.
Er zijn twee soorten verschuivingen:
1. Beweging langs de curve

Livre connecté
 image
Olivier Blanchard, Olivier Jean Blanchard Macroeconomics
Éditeur: september 2012 ISBN: 9780273766339 Édition: 6

Infos sur le Document

Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
4
Publié le
16 avril 2016
Nombre de pages
10
Écrit en
2015/2016
Type
Resume
€3,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
kimberlyvidts
3,3
(8)
Vendu
45
Abonnés
22
Éléments
89
Dernière vente
2 année de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions