Toepassingen – katern 2:
vraagstukken gericht op
inoefenen basisbewerkingen
• De structuur van de verschillende soorten toepassingen op de basisbewerking herkennen en
illustreren met voorbeelden (les 1, katern 2)
• Bij elke soort toepassing op de basisbewerkingen de onbekenden typeren, een vraagsequens
geven en een passend schema plaatsen (les 1, katern 2)
We bekijken welke ‘soorten’ vraagstukken kunnen optreden bij de verschillende bewerkingen. Dit
noemen we de semantische structuur van vraagstukken. + we kijken welke ondersteunende vragen
en schema’s kunnen helpen om de ‘verstopte bewerking’ terug te vinden.
Enkelvoudige optel-en aftreksituaties (additieve situaties)
3 situaties:
1 Oorzaakveranderingssituaties (OV)
2 Combinatievraagstukken/deelgeheelsituatie (C)
3 Vergelijkingssituatie (VG)
1. Oorzaakveranderingssituaties (OV)
1
, Er wordt een gebeurtenis beschreven die een wijziging in de waarde van een bepaalde
hoeveelheid aangeeft.
Elk van deze 3 componenten kan als onbekende optreden
- Eindset (1 en 2)
- Veranderingsset (3 en 4)
- Beginset (5 en 6) meestal het moeilijkst
Bij elk vraagstuk kun je + of – kiezen
Zo ontstaan er 6 verschillende soorten vraagstukken
OV kunnen worden weergegeven met een pijlendiagram
Pijlenschema drukt goed het dynamische van de situatie uit
! Vraagsequens is heel belangrijk !
Strokenmodel kan ook (sommige methodes opteren het om zoveel mogelijk dezelfde schema’s te
gebruiken voor alle +/- situaties)
2
vraagstukken gericht op
inoefenen basisbewerkingen
• De structuur van de verschillende soorten toepassingen op de basisbewerking herkennen en
illustreren met voorbeelden (les 1, katern 2)
• Bij elke soort toepassing op de basisbewerkingen de onbekenden typeren, een vraagsequens
geven en een passend schema plaatsen (les 1, katern 2)
We bekijken welke ‘soorten’ vraagstukken kunnen optreden bij de verschillende bewerkingen. Dit
noemen we de semantische structuur van vraagstukken. + we kijken welke ondersteunende vragen
en schema’s kunnen helpen om de ‘verstopte bewerking’ terug te vinden.
Enkelvoudige optel-en aftreksituaties (additieve situaties)
3 situaties:
1 Oorzaakveranderingssituaties (OV)
2 Combinatievraagstukken/deelgeheelsituatie (C)
3 Vergelijkingssituatie (VG)
1. Oorzaakveranderingssituaties (OV)
1
, Er wordt een gebeurtenis beschreven die een wijziging in de waarde van een bepaalde
hoeveelheid aangeeft.
Elk van deze 3 componenten kan als onbekende optreden
- Eindset (1 en 2)
- Veranderingsset (3 en 4)
- Beginset (5 en 6) meestal het moeilijkst
Bij elk vraagstuk kun je + of – kiezen
Zo ontstaan er 6 verschillende soorten vraagstukken
OV kunnen worden weergegeven met een pijlendiagram
Pijlenschema drukt goed het dynamische van de situatie uit
! Vraagsequens is heel belangrijk !
Strokenmodel kan ook (sommige methodes opteren het om zoveel mogelijk dezelfde schema’s te
gebruiken voor alle +/- situaties)
2