SAMENVATTING 2 E BACHELOR DIERGENEESKUNDE
ANATOMIE VAN HET RUGGENMERG
6
5 7
9 8 4
3
2 10
1
1. Fissura mediana ventralis
2. Funiculus ventralis
3. Radix ventralis
4. Ganglion spinale
5. Radix dorsalis
6. Septum mediana dorsalis
7. Cornu dorsalis
8. Cornu ventralis
9. Commissura alba
10. Spinale zenuw
Cornu dorsalis = AFFERENT -> gevormd door een groepering van ependymcellen in de
mantellaag en deze uitpuiling noemen we de lamina alaris en vormt dan de cornu dorsalis
Meest dorsaal: algemeen somatisch afferent
Net daaronder: algemeen visceraal afferent
Cornu ventralis = EFFERENT -> gevormd door een groepering van ependymcellen in de
mantellaar en deze uitpuiling noemen we de lamina basalis en vormt dan de cornu ventralis
Meest ventraal: somatisch efferent
Net daarboven: visceraal efferent
Cornu lateralis = VISCERAAL AFFERENT
,RUGGENMERG – UITWENDIG
CAUDA EQUINA
= de samenkomst van alle spinale zenuwen aan het einde van het lichaam
CONUS MEDULARIS
= het einde van het ruggenmerg wat een kegelvormige vorm heeft en dus dunner is
INTUMESCENTIA
= een verdikking op het niveau van het ruggenmerg omdat dit knooppunt plaatsen zijn waar
veel info toekomt en vertrekt -> de eerste ligt ter hoogte van de halswervels (intumescentia
cervicobrachialis thv voorbeen) en de tweede ter hoogte van de overgang tussen de lenden-
en sacraalwervels (intumescentia lumbosacralis thv achterbeen)
RUGGENMERG – INWENDIG
GRIJZE STOF
= het donkere gedeelte in het ruggenmerg dat is opgebouwd uit 3 hoornen (zie eerder)
10 zones ingedeeld op basis van de grootte van cellichamen van de zenuwcellen
We vinden ook clusters zenuwcellen in CZS die dan nuclei zullen vormen (zie rechts)
1. Substantia gelatinosa ASA
2. Nucleus proprius ASA
3. Nucleus dorsalis ASA
4. Nucleus intermediolateralis AVA
5. Nucleus intermediomedialis AVE
,WITTE STOF
= tussen de hoornen liggen drie groepen van witte stof
- Funiculus dorsalis
- Funiculus lateralis
- Funiculus ventralis
!! net boven de fissura mediana ventralis ligt ook een kleine zone witte stof die we
commissura alba noemen -> hierin liggen uitlopers van zenuwen die kruisen van links naar
rechts
(dit moet je kunnen
tekenen)
Funiculus dorsalis: bevat uitsluitend ascenderende banen die dus vanuit de periferie
opklimmen naar de hersenen
Funiculus ventralis: bevat ascenderende banen die aan de oppervlakte liggen en
descenderende banen die diep liggen
Funiculus lateralis: bevat uitsluitend diepe descenderende banen
SPINAALZENUWEN
, ANATOMIE VAN DE HERSENEN
3 hersenblaasjes tijdens de embryologie waar alles uit ontstaat:
- Rhombencephalon
- Mesencephalon
- Prosencephalon
RHOMBENCEPHALON
Opgebouwd uit:
- Myelocephalon = medulla oblongata
- Metencephalon = pons en cerebellum
MEDULLA OBLONGATA (MYELOCEPHALON)
= de verderzetting van het ruggenmerg die behoort tot de hersenstam -> deze structuur
geeft oorsprong aan de laatste zeven paar hersenzenuwen (XII – VI)
Plexus choroïdeus: een bloedvatennetwerk in de dakplaat van de medulla oblongata
die gevormd wordt door een vermeerdering van cellen in de mantellaag -> deze
cellen gaan dan naar beneden openklappen waardoor een dakplaat ontstaat waar
later bloedvaten in zullen uitstulpen
4e ventrikel: ruimte gevormd door de medulla oblongata die zich tussen het
cerebrum en de pons bevindt -> hieruit ontstaan twee uitlopers die naast het
cerebellum zitten en in verbinding zullen staan met de ruggenmergvliezen = recessi
lateralis -> deze uitzakkingen bevatten een klein gaatje = apertura lateralis waardoor
cerebrospinaal vocht kan migreren (functie: regelen hoeveelheid cerebrospinaal
vocht)