Fysiologie 2
1. Cardiovasculaire stelsel
1.1. Inleiding
1.2. Het hart
1.2.1. Locatie Pericardiale holte
Het hart ligt in het mediastinum(= de
ruimte die de borstholte en twee longholen
Mediastinum
verdeelt).
1.2.2. Grootte en vorm
De bovenkant van het hart is rond en wordt de
basis genoemd. De onderkant is meer puntig
afgerond en wordt de apex van het hart
genoemd.
De apex is naar de linkerkant gericht.
1
,1.2.3. Omhulsels van het hart
Het hart wordt omhult door het pericard of pericardium of het hartzakje. Het
pericard kan je opdelen in twee membranen. Tussen die membranen bevindt zich
de pericardiale holte die gevuld is met vocht. Dit vocht zorgt voor vermindering van
de wrijving.
Klinische toepassing: TRP
= Traumatische reticuloperitonitis. Dit is een een aandoening die veroorzaakt wordt
door de perforatie van de wand van één van de voormagen met een scherp
vreemd voorwerp. Dit scherp voorwerp, vaak een metaal, kan verder doorschuiven
naar de borstholte en eventueel het hartzakje aanprikken. Waardoor er daar
ontstekingen of bloedingen kunnen ontstaan.
Oplossing
Een staaf- of kooimagneet:
Deze komt in de netmaag terecht, waar ze levenslang
aanwezig blijft. Daar vangt ze magnetisch aantrekbare
voorwerpen op waardoor deze niet meer kunnen rondzweven in de maag.
Klinische toepassing: pericardiale effusie en harttamponade
Pericardiale effusie = door een infectie, ontsteking of bloeding ter
hoogte van het hartzakje komt er extra vocht in het hartzakje.
Hierdoor kan het hart niet voldoende uitzetten bij diastole
harttamponade. Het hart vult zich met minder bloed waardoor er ook minder bloed
wordt gepompt naar heel het lichaam (= cardiac output)
Oplossing: Met een naald het vocht uit het hartzakje trekken.
1.2.4. Wand van het hart
Bestaat uit drie herkenbare lagen:
Het epicardium:
o Buitenste laag
Het myocardium:
o Middelste laag
o Hartspierweefsel
o Zorgen voor een
grotere kracht voor
samentrekken van het
hart
o Automatisch
Het endocardium
o Binnenste laag
2
,1.2.5. Kamers van het hart
1.2.6. Hartkleppen
Atrioventriculaire kleppen (AV-kleppen)
Zorgt ervoor dat het
bloed niet terugloopt
naar de boezems (atria).
Semilunaire kleppen
Zorgt ervoor dat het bloed niet
terugloopt naar de kamers
(ventrikels) .
3
, 1.2.7. Skelet van het hart
Bestaat uit 4 fibreuze ringen.
Functie:
Scheiding atria-ventrikels
Verankering hartkleppen
Aanhechting myocardium
Electrische isolatie tussen atria en ventrikels
1.2.8. Bloedvoorziening van het hart
Aorta
Longslagader
Longader
(lichaamsader?)
1.2.9. Bezenuwing van het hart
Het hart pompt automatisch bloed, maar in sommige situaties is het nodig dat het
hart vlugger of trager gaat slaan. Hiervoor heeft het hart enkele zenuwen.
1.2.10. Bloedvloei door het hart
4
1. Cardiovasculaire stelsel
1.1. Inleiding
1.2. Het hart
1.2.1. Locatie Pericardiale holte
Het hart ligt in het mediastinum(= de
ruimte die de borstholte en twee longholen
Mediastinum
verdeelt).
1.2.2. Grootte en vorm
De bovenkant van het hart is rond en wordt de
basis genoemd. De onderkant is meer puntig
afgerond en wordt de apex van het hart
genoemd.
De apex is naar de linkerkant gericht.
1
,1.2.3. Omhulsels van het hart
Het hart wordt omhult door het pericard of pericardium of het hartzakje. Het
pericard kan je opdelen in twee membranen. Tussen die membranen bevindt zich
de pericardiale holte die gevuld is met vocht. Dit vocht zorgt voor vermindering van
de wrijving.
Klinische toepassing: TRP
= Traumatische reticuloperitonitis. Dit is een een aandoening die veroorzaakt wordt
door de perforatie van de wand van één van de voormagen met een scherp
vreemd voorwerp. Dit scherp voorwerp, vaak een metaal, kan verder doorschuiven
naar de borstholte en eventueel het hartzakje aanprikken. Waardoor er daar
ontstekingen of bloedingen kunnen ontstaan.
Oplossing
Een staaf- of kooimagneet:
Deze komt in de netmaag terecht, waar ze levenslang
aanwezig blijft. Daar vangt ze magnetisch aantrekbare
voorwerpen op waardoor deze niet meer kunnen rondzweven in de maag.
Klinische toepassing: pericardiale effusie en harttamponade
Pericardiale effusie = door een infectie, ontsteking of bloeding ter
hoogte van het hartzakje komt er extra vocht in het hartzakje.
Hierdoor kan het hart niet voldoende uitzetten bij diastole
harttamponade. Het hart vult zich met minder bloed waardoor er ook minder bloed
wordt gepompt naar heel het lichaam (= cardiac output)
Oplossing: Met een naald het vocht uit het hartzakje trekken.
1.2.4. Wand van het hart
Bestaat uit drie herkenbare lagen:
Het epicardium:
o Buitenste laag
Het myocardium:
o Middelste laag
o Hartspierweefsel
o Zorgen voor een
grotere kracht voor
samentrekken van het
hart
o Automatisch
Het endocardium
o Binnenste laag
2
,1.2.5. Kamers van het hart
1.2.6. Hartkleppen
Atrioventriculaire kleppen (AV-kleppen)
Zorgt ervoor dat het
bloed niet terugloopt
naar de boezems (atria).
Semilunaire kleppen
Zorgt ervoor dat het bloed niet
terugloopt naar de kamers
(ventrikels) .
3
, 1.2.7. Skelet van het hart
Bestaat uit 4 fibreuze ringen.
Functie:
Scheiding atria-ventrikels
Verankering hartkleppen
Aanhechting myocardium
Electrische isolatie tussen atria en ventrikels
1.2.8. Bloedvoorziening van het hart
Aorta
Longslagader
Longader
(lichaamsader?)
1.2.9. Bezenuwing van het hart
Het hart pompt automatisch bloed, maar in sommige situaties is het nodig dat het
hart vlugger of trager gaat slaan. Hiervoor heeft het hart enkele zenuwen.
1.2.10. Bloedvloei door het hart
4