Hoofdstuk 4: Rusland
leerdoel 1: je kunt uitleggen hoe de samenleving in Rusland voor WOI eruitzag.
Rusland was een landbouw- en standensamenleving. De meeste leefde dus op het
platteland en hadden een boeren bestaan. De samenleving was verdeeld in standen
(boeren met daarboven op de adel en de geestelijkheid)
De Tsaren hadden de absolute macht en alleen Alexander II deed een serieuze poging om
Rusland te hervormen / moderniseren. Zo beëindigde hij het lijfeigenschap (1861) en
probeerde hij industrieën op te bouwen.
De volgende twee Tsaren hervormde minder. Maar toen in 1905 Rusland een oorlog tegen
Japan verloor en protesten tot de Bloedige Zondag leidden, besloot hij wel een parlement te
creëren, de Doema. Zo hoopte hij het volk tevreden te stellen. In de praktijk had de Doema
echter niets te zeggen.
leerdoel 2: Je kunt uitleggen hoe de burgers in verzet/opstand kwam tegen de tsaar en wat
daarvan de oorzaken waren.
Tijdens de regeerperiode van tsaar Nicolaas II kreeg Rusland te maken met de Eerste
Wereldoorlog en hongersnoden. Tevens liet hij het parlement, de Doema, niet echt
meebeslissen.
leerdoel 3: Je kunt onderscheid maken tussen de februari- en oktoberrevolutie en uitleggen
wat er beide revoluties gebeurde.
februarirevolutie:
De tsaar werd afgezet en er kwam een voorlopige regering in de Doema (in Moskou).
Tegelijkertijd kreeg de sovjet (een raad van arbeiders) in Petrograd (Sint Petersburg) steeds
meer macht.
oktoberrevolutie:
Nadat Lenin is teruggekeerd in Rusland, grijpen de bolsjewieken onder zijn leiding en met
behulp van een staatsgreep de macht. De voorlopige regering wordt ontbonden.
Reden voor het volk om de voorlopige regering niet langer te steunen:
Het volk leed honger en men had genoeg van de Eerste Wereldoorlog.
Nota bene: Lenin en de bolsjewieken grepen de macht maar genoten niet de steun van de
meerderheid in Rusland. Er kwam een burgeroorlog.
leerdoel 1: je kunt uitleggen hoe de samenleving in Rusland voor WOI eruitzag.
Rusland was een landbouw- en standensamenleving. De meeste leefde dus op het
platteland en hadden een boeren bestaan. De samenleving was verdeeld in standen
(boeren met daarboven op de adel en de geestelijkheid)
De Tsaren hadden de absolute macht en alleen Alexander II deed een serieuze poging om
Rusland te hervormen / moderniseren. Zo beëindigde hij het lijfeigenschap (1861) en
probeerde hij industrieën op te bouwen.
De volgende twee Tsaren hervormde minder. Maar toen in 1905 Rusland een oorlog tegen
Japan verloor en protesten tot de Bloedige Zondag leidden, besloot hij wel een parlement te
creëren, de Doema. Zo hoopte hij het volk tevreden te stellen. In de praktijk had de Doema
echter niets te zeggen.
leerdoel 2: Je kunt uitleggen hoe de burgers in verzet/opstand kwam tegen de tsaar en wat
daarvan de oorzaken waren.
Tijdens de regeerperiode van tsaar Nicolaas II kreeg Rusland te maken met de Eerste
Wereldoorlog en hongersnoden. Tevens liet hij het parlement, de Doema, niet echt
meebeslissen.
leerdoel 3: Je kunt onderscheid maken tussen de februari- en oktoberrevolutie en uitleggen
wat er beide revoluties gebeurde.
februarirevolutie:
De tsaar werd afgezet en er kwam een voorlopige regering in de Doema (in Moskou).
Tegelijkertijd kreeg de sovjet (een raad van arbeiders) in Petrograd (Sint Petersburg) steeds
meer macht.
oktoberrevolutie:
Nadat Lenin is teruggekeerd in Rusland, grijpen de bolsjewieken onder zijn leiding en met
behulp van een staatsgreep de macht. De voorlopige regering wordt ontbonden.
Reden voor het volk om de voorlopige regering niet langer te steunen:
Het volk leed honger en men had genoeg van de Eerste Wereldoorlog.
Nota bene: Lenin en de bolsjewieken grepen de macht maar genoten niet de steun van de
meerderheid in Rusland. Er kwam een burgeroorlog.