Doelgroep volwassenen 2A
HC1: Introductie
1. De volwassenheid als levensfase: ontwikkelingspsychologie – extra Hoofdstuk 9
De volwassenheid: ontwikkelingspsychologie
o Veruit de LANGSTE fase van de levensloop
o Ontwikkeling stopt allerminst met bereiken van volwassenheid
o GEEN statische periode
Nieuwe rollen opnemen (job, duurzame relaties, ouderschap…) WEL veel veranderingen op vlak van
ontwikkeling
o Indeling:
Jongvolwassenheid (20 à 25 tot 30 à 35 jaar)
Middenvolwassenheid (30 à 35 tot 50 à 55 jaar)
Laatvolwassenheid (50 à 55 tot 60 à 65 jaar)
Oudere volwassenheid (valt hier NIET onder)
De volwassenheid: LICHAMELIJKE veranderingen
o Zintuigen en motoriek
Verslechtering gezichtsvermogen, gehoor (hogere frequenties worden minder hoorbaar)
Motoriek: sterk afhankelijk van individu zijn/haar/hun conditie onderhoudt
o Vitale organen
Hart en longen verliezen geleidelijk deel van hun optimale capaciteit
Voorbeeld: bij fysieke inspanningen
o Uitzicht van het lichaam
Grijze haren, rimpels, pigmentvlekken
Spiermassa krimpt in, meer vet
o Overgang en menopauze/penopauze
Premenopauze: periode voor menopauze, gekenmerkt: onregelmatige vrouwelijke hormoonproductie
Menopauze: moment van de laatste menstruatie
Belangrijke problemen/klachten:
Vapeurs, hartkloppingen, hoofdpijn, duizeligheid,
slapeloosheid, concentratieproblemen
Toenemend botverlies/osteoporose
Baarmoeder verzaking, slappere borsten
Penopauze (mannen)
KAN reeks gelijkaardige klachten vertonen als menopauze
o Testosteronspiegel abnormaal bruusk daalt afwijking
Testosteron daalt 1% per jaar (minder bruusk dan bij vrouwen)
o INDIVIDUEEL
De volwassenheid: COGNITIEVE veranderingen
o HET POSTFORMELE DENKEN
1: Realiteitsbetrokken
Denken krijgt een andere finaliteit
o Denken wordt instrument om degelijk iets te doen aan probleem
Denken wordt pragmatischer (doelgericht, praktisch)
2: Relativerend
Overgang van dualistisch (goed – slecht, juist – fout) naar relativistisch denken
o Waarheid (vele ‘gezichten’)
1
,Doelgroep volwassenen 2A
Genuanceerder denken
3: Persoonlijk geïntegreerd
Door toenemende ervaring eigen inzichten en technieken verwerven
Persoonlijke stijl ontwikkelen
4: Creatief
Vanzelfsprekendheden in vraag stellen
Werkelijkheid op originele manier benaderen
o Belangrijk onderscheid tussen vloeibare en gekristalliseerde intelligentie
Vloeibare intelligentie:
Algemene vaardigheid om nieuwe informatie op te nemen, te analyseren en er allerlei
bewerkingen op door te voeren (gebaseerd op neurofysiologie/hardware)
o Relatief jong verlies “vloeibare intelligentie”
Gekristalliseerde intelligentie:
Verworven kennis en vaardigheden (op persoonlijke ontwikkelingen en cultuur
gebaseerd/software)
o Blijft meestal doorgroeien tot ver over middenvolwassenheid
(Schrijf de oudere nog niet af)
De volwassenheid: PSYCHISCHE veranderingen
o Psychologisch welzijn
Variabel: moeilijk hebben met lichaamsveranderingen en nieuwe rolverwachtingen
Toename van autonomie
Zelfstandig worden (positief of voor grote uitdagingen zorgen)
o Zelfbeeld wordt stabieler
o Kernconflicten (Erikson)
Jongvolwassenheid: INTIMITEIT versus ISOLEMENT
Midden- en laatvolwassenheid: GENERATIVITEIT versus STAGNATIE
Generativiteit:
o Scheppen of teweegbrengen van iets dat eigen persoon overstijgt en dat er hopelijk nog
zal zijn wanneer men er zelf niet meer is
o (Gericht op eigen kinderen OF diepere waarden van samenleving koesteren en
doorgeven aan volgende generaties)
Stagnatie:
o Op zichzelf terugplooien, de ontwikkeling valt stil
De volwassenheid: SOCIALE veranderingen
o De partnerrelatie: relatiepatronen zijn afhankelijk van onze hechtingspatronen
Veilig:
Gezond evenwicht tussen nabijheid/verbondenheid en afstand/exploratie
Vermijdend:
2
,Doelgroep volwassenen 2A
Afstand nemen, nadruk op emotionele onafhankelijkheid, bindingsangst
Angstig:
Voortdurend zoeken naar bevestiging, angst voor afwijzing, verlatingsangst
Angstig-vermijdend:
Onstabiel zelfbeeld en onstabiel beeld van de ander
Evolutie van partnerrelatie doorheen de tijd driehoekstheorie van de liefde Sternberg
Ouderschap: meer dan vroeger een eigen keuze
Betekenis:
o Financiële consequenties
o Minder vrijheid
o Nieuw levensritme
o Risico’s
o Ook intens geluk
Opgroeiende kinderen: fase van aanpassingen aan de kinderen
Lege nest syndroom: “het gevoel totaal functieloos en overbodig te zijn in het lege huis”
o Velen: periode van ongekende vrijheid met nieuwe ontplooiingskansen
o Nieuwe invulling: levensvervulling
Andere rolveranderingen:
Schoolvader/-moeder
Grootouder
Verzorger van eigen (schoon)ouders
2. Algemeen: mentaal welzijn van de volwassene (cijfergegevens)
Uit Nationale Gezondheidsenquête (2018)
o Subjectief welzijn:
Een op de vijf personen is erg tevreden met hun leven en twee op de drie personen hebben een niveau
van psychisch welbevinden dat positief is
Omgekeerd, 12% van de bevolking is erg ontevreden over hun leven, 33% heeft psychische problemen die
getuigen van een ongemak en slechts 14% heeft een optimale levensenergie
Psychisch welbevinden en het niveau van levensenergie zijn het afgelopen decennium minder goed
geweest in vergelijking met de jaren 2001-2008
Nationaal geluksonderzoek (2019)
3
, Doelgroep volwassenen 2A
Nationaal geluksonderzoek Ugent (2020)
De geluksdriehoek – Vlaamse instituut Gezond Leven
HC2 – doelgroep volwassenen: onderdeel partnerrelaties I
DEEL 1
1. Partnerrelaties anno 2022 (feiten, cijfers en maatschappelijke evoluties)
Enkele evoluties in afgelopen eeuw?
o Verwachten veel van onze partner en seksuele tevredenheid is essentieel in onze intieme partnerrelaties
o Door gestegen levensverwachting duren relaties twee keer zo lang als honderd jaar geleden
o Relatie & gezinsvormen zijn sterk veranderd (polyamorie, LAT-relaties, holebirelaties, NSG, …)
o Geen duidelijke voorschriften meer
Mensen voelen zich bijgevolg erg verantwoordelijk voor het slagen of mislukken van relaties
o Eeuwen lang: huwelijk geen vereniging van 2 individuen wel strategisch partnerschap dat economische
toekomst veilig stelde en sociale cohesie bevorderde
o Mogelijk ontstond er liefde maar niet noodzakelijk
o Huwelijk was een heldere verwachting over genderrollen en taakverdeling
o Eind 18e eeuw, begin 19e eeuw: herdefiniëring door industriële revolutie:
Overeenkomst uit vrije wil
Gebaseerd op liefde en genegenheid
Partnerkeuze door romantische idealen
o Tot in 20ste eeuw: huwelijk voor het leven en scheiden: grote schande
o Nu: taboe op blijven bij een partner terwijl je je ongelukkig voelt.
o Seks en voortplanting zijn gescheiden
o Complexe positie t.a.v. ontrouw
4
HC1: Introductie
1. De volwassenheid als levensfase: ontwikkelingspsychologie – extra Hoofdstuk 9
De volwassenheid: ontwikkelingspsychologie
o Veruit de LANGSTE fase van de levensloop
o Ontwikkeling stopt allerminst met bereiken van volwassenheid
o GEEN statische periode
Nieuwe rollen opnemen (job, duurzame relaties, ouderschap…) WEL veel veranderingen op vlak van
ontwikkeling
o Indeling:
Jongvolwassenheid (20 à 25 tot 30 à 35 jaar)
Middenvolwassenheid (30 à 35 tot 50 à 55 jaar)
Laatvolwassenheid (50 à 55 tot 60 à 65 jaar)
Oudere volwassenheid (valt hier NIET onder)
De volwassenheid: LICHAMELIJKE veranderingen
o Zintuigen en motoriek
Verslechtering gezichtsvermogen, gehoor (hogere frequenties worden minder hoorbaar)
Motoriek: sterk afhankelijk van individu zijn/haar/hun conditie onderhoudt
o Vitale organen
Hart en longen verliezen geleidelijk deel van hun optimale capaciteit
Voorbeeld: bij fysieke inspanningen
o Uitzicht van het lichaam
Grijze haren, rimpels, pigmentvlekken
Spiermassa krimpt in, meer vet
o Overgang en menopauze/penopauze
Premenopauze: periode voor menopauze, gekenmerkt: onregelmatige vrouwelijke hormoonproductie
Menopauze: moment van de laatste menstruatie
Belangrijke problemen/klachten:
Vapeurs, hartkloppingen, hoofdpijn, duizeligheid,
slapeloosheid, concentratieproblemen
Toenemend botverlies/osteoporose
Baarmoeder verzaking, slappere borsten
Penopauze (mannen)
KAN reeks gelijkaardige klachten vertonen als menopauze
o Testosteronspiegel abnormaal bruusk daalt afwijking
Testosteron daalt 1% per jaar (minder bruusk dan bij vrouwen)
o INDIVIDUEEL
De volwassenheid: COGNITIEVE veranderingen
o HET POSTFORMELE DENKEN
1: Realiteitsbetrokken
Denken krijgt een andere finaliteit
o Denken wordt instrument om degelijk iets te doen aan probleem
Denken wordt pragmatischer (doelgericht, praktisch)
2: Relativerend
Overgang van dualistisch (goed – slecht, juist – fout) naar relativistisch denken
o Waarheid (vele ‘gezichten’)
1
,Doelgroep volwassenen 2A
Genuanceerder denken
3: Persoonlijk geïntegreerd
Door toenemende ervaring eigen inzichten en technieken verwerven
Persoonlijke stijl ontwikkelen
4: Creatief
Vanzelfsprekendheden in vraag stellen
Werkelijkheid op originele manier benaderen
o Belangrijk onderscheid tussen vloeibare en gekristalliseerde intelligentie
Vloeibare intelligentie:
Algemene vaardigheid om nieuwe informatie op te nemen, te analyseren en er allerlei
bewerkingen op door te voeren (gebaseerd op neurofysiologie/hardware)
o Relatief jong verlies “vloeibare intelligentie”
Gekristalliseerde intelligentie:
Verworven kennis en vaardigheden (op persoonlijke ontwikkelingen en cultuur
gebaseerd/software)
o Blijft meestal doorgroeien tot ver over middenvolwassenheid
(Schrijf de oudere nog niet af)
De volwassenheid: PSYCHISCHE veranderingen
o Psychologisch welzijn
Variabel: moeilijk hebben met lichaamsveranderingen en nieuwe rolverwachtingen
Toename van autonomie
Zelfstandig worden (positief of voor grote uitdagingen zorgen)
o Zelfbeeld wordt stabieler
o Kernconflicten (Erikson)
Jongvolwassenheid: INTIMITEIT versus ISOLEMENT
Midden- en laatvolwassenheid: GENERATIVITEIT versus STAGNATIE
Generativiteit:
o Scheppen of teweegbrengen van iets dat eigen persoon overstijgt en dat er hopelijk nog
zal zijn wanneer men er zelf niet meer is
o (Gericht op eigen kinderen OF diepere waarden van samenleving koesteren en
doorgeven aan volgende generaties)
Stagnatie:
o Op zichzelf terugplooien, de ontwikkeling valt stil
De volwassenheid: SOCIALE veranderingen
o De partnerrelatie: relatiepatronen zijn afhankelijk van onze hechtingspatronen
Veilig:
Gezond evenwicht tussen nabijheid/verbondenheid en afstand/exploratie
Vermijdend:
2
,Doelgroep volwassenen 2A
Afstand nemen, nadruk op emotionele onafhankelijkheid, bindingsangst
Angstig:
Voortdurend zoeken naar bevestiging, angst voor afwijzing, verlatingsangst
Angstig-vermijdend:
Onstabiel zelfbeeld en onstabiel beeld van de ander
Evolutie van partnerrelatie doorheen de tijd driehoekstheorie van de liefde Sternberg
Ouderschap: meer dan vroeger een eigen keuze
Betekenis:
o Financiële consequenties
o Minder vrijheid
o Nieuw levensritme
o Risico’s
o Ook intens geluk
Opgroeiende kinderen: fase van aanpassingen aan de kinderen
Lege nest syndroom: “het gevoel totaal functieloos en overbodig te zijn in het lege huis”
o Velen: periode van ongekende vrijheid met nieuwe ontplooiingskansen
o Nieuwe invulling: levensvervulling
Andere rolveranderingen:
Schoolvader/-moeder
Grootouder
Verzorger van eigen (schoon)ouders
2. Algemeen: mentaal welzijn van de volwassene (cijfergegevens)
Uit Nationale Gezondheidsenquête (2018)
o Subjectief welzijn:
Een op de vijf personen is erg tevreden met hun leven en twee op de drie personen hebben een niveau
van psychisch welbevinden dat positief is
Omgekeerd, 12% van de bevolking is erg ontevreden over hun leven, 33% heeft psychische problemen die
getuigen van een ongemak en slechts 14% heeft een optimale levensenergie
Psychisch welbevinden en het niveau van levensenergie zijn het afgelopen decennium minder goed
geweest in vergelijking met de jaren 2001-2008
Nationaal geluksonderzoek (2019)
3
, Doelgroep volwassenen 2A
Nationaal geluksonderzoek Ugent (2020)
De geluksdriehoek – Vlaamse instituut Gezond Leven
HC2 – doelgroep volwassenen: onderdeel partnerrelaties I
DEEL 1
1. Partnerrelaties anno 2022 (feiten, cijfers en maatschappelijke evoluties)
Enkele evoluties in afgelopen eeuw?
o Verwachten veel van onze partner en seksuele tevredenheid is essentieel in onze intieme partnerrelaties
o Door gestegen levensverwachting duren relaties twee keer zo lang als honderd jaar geleden
o Relatie & gezinsvormen zijn sterk veranderd (polyamorie, LAT-relaties, holebirelaties, NSG, …)
o Geen duidelijke voorschriften meer
Mensen voelen zich bijgevolg erg verantwoordelijk voor het slagen of mislukken van relaties
o Eeuwen lang: huwelijk geen vereniging van 2 individuen wel strategisch partnerschap dat economische
toekomst veilig stelde en sociale cohesie bevorderde
o Mogelijk ontstond er liefde maar niet noodzakelijk
o Huwelijk was een heldere verwachting over genderrollen en taakverdeling
o Eind 18e eeuw, begin 19e eeuw: herdefiniëring door industriële revolutie:
Overeenkomst uit vrije wil
Gebaseerd op liefde en genegenheid
Partnerkeuze door romantische idealen
o Tot in 20ste eeuw: huwelijk voor het leven en scheiden: grote schande
o Nu: taboe op blijven bij een partner terwijl je je ongelukkig voelt.
o Seks en voortplanting zijn gescheiden
o Complexe positie t.a.v. ontrouw
4