Anatomie van de rat
Kenmerken Mammalia (= zoogdieren)
-> aanwezigheid melkklieren
-> vierdelig hart met 1 aortaboog
-> diafragma
-> onderkaak = dentale
-> 3 gehoorbeentjes in middenoor
-> relatief constante en hoge lichaamstemperatuur
-> zweetklieren
Kenmerken Rodentia (= knaagdieren)
-> grote beitelvormige snijtanden
1. Uitwendige vorm
1.1. KOP
Uitstekende snuitgedeelte:
• Nares (= neusopeningen)
-> kunnen onder water gesloten worden
• Rhinarium (= pelsloze huidoppervlak rond neusgaten)
-> scheidt de neusgaten
• Labia (= lippen)
-> begrenzen de mond
• Philtrum
-> mediane spleet die tot de neusopeningen rijkt
• Incisivi (= beitelvormige snijtanden)
-> 1 paar op elke kaak
Ogen:
-> groot
-> lateraal
-> niet beweeglijk
-> conjunctiva (= dun membraan dat oogbol en binnenkant oogleden bedekt)
Gehoororgaan:
• Pinna
-> uitwendige, beweeglijke, kraakbenige oorschelp
• Meatus
-> uitwendige ooropening
-> leidt geluidsgolven naar uitwendige gehoorgang en middenoor
Vibrissae (= tastharen):
-> lange stijve haren
-> basis in haarfollikel = omgeven door sensibele zenuwuiteinden
-> staan in groepjes
, 1.2. ROMP EN STAART
Nek:
-> 7 halswervels
-> verbindt de kop met de licht gewelfde romp
-> thorax (voorste gebied)
-> abdomen (achterste gebied)
Kenmerken Mammalia (= zoogdieren)
-> aanwezigheid melkklieren
-> vierdelig hart met 1 aortaboog
-> diafragma
-> onderkaak = dentale
-> 3 gehoorbeentjes in middenoor
-> relatief constante en hoge lichaamstemperatuur
-> zweetklieren
Kenmerken Rodentia (= knaagdieren)
-> grote beitelvormige snijtanden
1. Uitwendige vorm
1.1. KOP
Uitstekende snuitgedeelte:
• Nares (= neusopeningen)
-> kunnen onder water gesloten worden
• Rhinarium (= pelsloze huidoppervlak rond neusgaten)
-> scheidt de neusgaten
• Labia (= lippen)
-> begrenzen de mond
• Philtrum
-> mediane spleet die tot de neusopeningen rijkt
• Incisivi (= beitelvormige snijtanden)
-> 1 paar op elke kaak
Ogen:
-> groot
-> lateraal
-> niet beweeglijk
-> conjunctiva (= dun membraan dat oogbol en binnenkant oogleden bedekt)
Gehoororgaan:
• Pinna
-> uitwendige, beweeglijke, kraakbenige oorschelp
• Meatus
-> uitwendige ooropening
-> leidt geluidsgolven naar uitwendige gehoorgang en middenoor
Vibrissae (= tastharen):
-> lange stijve haren
-> basis in haarfollikel = omgeven door sensibele zenuwuiteinden
-> staan in groepjes
, 1.2. ROMP EN STAART
Nek:
-> 7 halswervels
-> verbindt de kop met de licht gewelfde romp
-> thorax (voorste gebied)
-> abdomen (achterste gebied)