Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
IMMUNOLOGIE – EXAMENBUNDEL
ANTWOORDEN
,Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
HOOFDSTUK 1
GEEF DE TWEE BELANGRIJKSTE TYPES VAN ADAPTIEVE IMMUNITEIT, BESPREEK AAN DE
HAND VAN 5 KERNWOORDEN
WELKE MICRO-ORGANISMEN DODEN ZE?
(3X GEVRAAGD)
Het adaptieve IS bestaat uit B- en T-lymfocyten en hun producten zoals AL en cytokines
Welke micro-organismen doden ze? Adaptieve IS zal vooral microben en pathogenen die het aangeboren IS
vermeiden aanvallen (bijvoorbeeld bij resistentie tegen fagocytose of complementpathway)
TYPE 1: HUMORALE IMMUNITEIT
= immuniteit overgegeven via vloeistoffen
- B-lymfocyten maken AL en secreteren ze in plasma
- Doden extracellulaire microben, kunnen intracellulair niets doen
- Functies: blokkeren infectie en elimineren extracellulaire microben
Wat met virale infecties? Hebben antilichamen effect?
Een beetje: viruspartikels worden vrijgesteld via budding en dan kunnen de AL kunnen wel ingrijpen → ze
kunnen dus de verspreiding inperken maar het virus niet elimineren
We hebben twee types B-cellen
- Naïeve B-cellen: rijpe B-cellen die hun antigen nog niet ontmoet hebben
- Plasmacellen: hebben antigen wel ontmoet en maken en secreteren AL
Waar komen B-cellen voor? In circulatie en mucosa
TYPE 2: CEL-GEMEDIEERDE IMMUNITEIT
= belangrijk bij het elimineren van intracellulaire microben
Er zijn twee soorten T-cellen van belang
- T-helpercellen CD4+: rekruteren en activeren fagocyten (bvb macrofagen om geïnfecteerde cellen en
microben te vernietigen
Functies: activatie macrofagen, inflammatie en activatie B-lymfocyten
- Cytotoxische T-cellen CD8+: rechtstreeks toxisch voor de cel, zullen cellen doden!
Geïnfecteerde cellen elimineren
T-cellen herkennen antigenen enkel indien ze gepresenteerd worden door een APC met een MHC
,Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
GEEF DE PRIMAIRE EN SECUNDAIRE LYMFATISCHE WEEFSELS/ORGANEN + FUNCTIE
(7X GEVRAAGD)
GENERATIEVE/PRIMAIRE LYMFATISCHE ORGANEN
Hier worden de lymfocyten gemaakt
- Thymus: rijping T-cellen
- Beenmerg: rijping B-cellen na geboorte
- Foetale lever: rijping B-cellen voor geboorte
Functies
- Differentiatie lymfocyten
- Selectie en proliferatie
- Maturatie
SECUNDAIRE/PERIFERE LYMFATISCHE ORGANEN
LYMFEVATENSYSTEEM
= lymfeknopen verbonden met elkaar door lymfevaten, lopen parallel aan bloedbaan
Netwerk van lymfevaten ‘draineert’ en filtreert interstitiële vloeistof, daarna terug in bloedcirculatie→ vocht,
afval en antigenen afvoeren naar lymfeknopen
Vb. stel wonde aan hand
- Micro-organisme via lymfevaten tot drainerende lymfeknopen = eerste die wordt tegengekomen
(wondje hand: drainerende lymfeknopen thv oksel)
- In drainerende lymfeknopen eerste adaptieve immuunrespons
Gevolgen wegnemen lymfeknopen (van bvb klieren in oksel)
- Zwelling arm want minder vochtafvoer (lymfevaten drainerende lymfeknopen)
- Ook iets meer kans om geïnfecteerd te geraken
LYMFEKNOPEN
Goed omkapseld orgaantje
- Bloedtoevoer via arteriën, bloedafvoer via venen → via circulatie
lymfocyten in lymfeknopen
Lymfocyten via high endotheliale venules in/uit bloedbaan
naar interne weefsel lymfeknopen
Gespecialiseerd endotheel voor makkelijkere traffic
- Via afferente lymfevaten komen antigenen binnen
- Blauwe zones aan periferie = follikels: bevatten B-cellen
→ binnenin lichtere zone = kiemcentrum met prolifererende B-
cellen
- T-cel zone = T-cellen in zones onder follikels
Belangrijk: B en T celen in verschillende zones, hoe weten de cellen naar waar ze moeten gaan?
- HEV = speciaal endotheel dat lymfocyten toelaat om in lymfeknopen te gaan
- Gele stipjes = B-cel specifieke chemokines (subfamilie cytokines) → chemo-attractief: trekken cellen
aan naar plaats waar veel chemokine aanwezig is
- Buurt follikels = veel B-cel specifieke chemokine, B-cellen hebben hier receptoren voor: gaan naar
plaats met veel chemokines want worden aangetrokken en hebben receptor
- In T-cel zone andere chemokines, eerder specifiek voor T-cellen en dendrieten
Waarom ook dendrieten? Dendritische cellen zullen optreden als APC’s → moet in contact
komen met T-cel en moet dus in zelfde zone terecht komen
MILT
, Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
= abdominaal orgaan, zeer fel doorbloed
Delen milt
- Rode pulp: bevat veel bloed in sinussen, hierin veel macrofagen
- Witte pulp: sterk georganiseerde regio met veel lymfocyten
- Marginale zone: zone tussen rode en witte pulp waar nog wel wat B-cellen zitten maar ook dendritische
cellen
Productie IgM’s + APC’s, …
Hier ook gereguleerde migratie van lymfocyten net zoals bij lymfeknopen
Functies milt
- Verwijderen RBC uit circulatie + recycleren ijzer
- Vangen en presenteren circulerende antigenen (blood-born antigens)
Bloed dat milt binnenkomt > antigenen eruit gehaald > door macrofagen en dendritische cellen
geaccumuleerd in milt
- Brug tussen adaptief en aangeboren immuunsysteem
- Fagocyten die microben vernietigen
Milt essentieel? Nee, we kunnen zonder → bij operatie preventie AB geven want verhoogde gevoeligheid voor
infecties
Pathologie milt
- Splenomegalie = veel RBC, WBC, BP, … worden opgehouden → te weinig circulerende cellen
- Hypersplenie = vergroting milt, complicatie van splenomegalie: functionele capaciteit milt neemt toe
dus milt vergroot
- Hyposplenie = miltfunctie gedaald, verkleinde milt
- Sepsis = complicatie hyposplenie, er kan geen voldoende immuunrespons opgewerkt worden om
micro-organismen uit de bloedbaan te verwijderen
IMMUNOLOGIE – EXAMENBUNDEL
ANTWOORDEN
,Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
HOOFDSTUK 1
GEEF DE TWEE BELANGRIJKSTE TYPES VAN ADAPTIEVE IMMUNITEIT, BESPREEK AAN DE
HAND VAN 5 KERNWOORDEN
WELKE MICRO-ORGANISMEN DODEN ZE?
(3X GEVRAAGD)
Het adaptieve IS bestaat uit B- en T-lymfocyten en hun producten zoals AL en cytokines
Welke micro-organismen doden ze? Adaptieve IS zal vooral microben en pathogenen die het aangeboren IS
vermeiden aanvallen (bijvoorbeeld bij resistentie tegen fagocytose of complementpathway)
TYPE 1: HUMORALE IMMUNITEIT
= immuniteit overgegeven via vloeistoffen
- B-lymfocyten maken AL en secreteren ze in plasma
- Doden extracellulaire microben, kunnen intracellulair niets doen
- Functies: blokkeren infectie en elimineren extracellulaire microben
Wat met virale infecties? Hebben antilichamen effect?
Een beetje: viruspartikels worden vrijgesteld via budding en dan kunnen de AL kunnen wel ingrijpen → ze
kunnen dus de verspreiding inperken maar het virus niet elimineren
We hebben twee types B-cellen
- Naïeve B-cellen: rijpe B-cellen die hun antigen nog niet ontmoet hebben
- Plasmacellen: hebben antigen wel ontmoet en maken en secreteren AL
Waar komen B-cellen voor? In circulatie en mucosa
TYPE 2: CEL-GEMEDIEERDE IMMUNITEIT
= belangrijk bij het elimineren van intracellulaire microben
Er zijn twee soorten T-cellen van belang
- T-helpercellen CD4+: rekruteren en activeren fagocyten (bvb macrofagen om geïnfecteerde cellen en
microben te vernietigen
Functies: activatie macrofagen, inflammatie en activatie B-lymfocyten
- Cytotoxische T-cellen CD8+: rechtstreeks toxisch voor de cel, zullen cellen doden!
Geïnfecteerde cellen elimineren
T-cellen herkennen antigenen enkel indien ze gepresenteerd worden door een APC met een MHC
,Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
GEEF DE PRIMAIRE EN SECUNDAIRE LYMFATISCHE WEEFSELS/ORGANEN + FUNCTIE
(7X GEVRAAGD)
GENERATIEVE/PRIMAIRE LYMFATISCHE ORGANEN
Hier worden de lymfocyten gemaakt
- Thymus: rijping T-cellen
- Beenmerg: rijping B-cellen na geboorte
- Foetale lever: rijping B-cellen voor geboorte
Functies
- Differentiatie lymfocyten
- Selectie en proliferatie
- Maturatie
SECUNDAIRE/PERIFERE LYMFATISCHE ORGANEN
LYMFEVATENSYSTEEM
= lymfeknopen verbonden met elkaar door lymfevaten, lopen parallel aan bloedbaan
Netwerk van lymfevaten ‘draineert’ en filtreert interstitiële vloeistof, daarna terug in bloedcirculatie→ vocht,
afval en antigenen afvoeren naar lymfeknopen
Vb. stel wonde aan hand
- Micro-organisme via lymfevaten tot drainerende lymfeknopen = eerste die wordt tegengekomen
(wondje hand: drainerende lymfeknopen thv oksel)
- In drainerende lymfeknopen eerste adaptieve immuunrespons
Gevolgen wegnemen lymfeknopen (van bvb klieren in oksel)
- Zwelling arm want minder vochtafvoer (lymfevaten drainerende lymfeknopen)
- Ook iets meer kans om geïnfecteerd te geraken
LYMFEKNOPEN
Goed omkapseld orgaantje
- Bloedtoevoer via arteriën, bloedafvoer via venen → via circulatie
lymfocyten in lymfeknopen
Lymfocyten via high endotheliale venules in/uit bloedbaan
naar interne weefsel lymfeknopen
Gespecialiseerd endotheel voor makkelijkere traffic
- Via afferente lymfevaten komen antigenen binnen
- Blauwe zones aan periferie = follikels: bevatten B-cellen
→ binnenin lichtere zone = kiemcentrum met prolifererende B-
cellen
- T-cel zone = T-cellen in zones onder follikels
Belangrijk: B en T celen in verschillende zones, hoe weten de cellen naar waar ze moeten gaan?
- HEV = speciaal endotheel dat lymfocyten toelaat om in lymfeknopen te gaan
- Gele stipjes = B-cel specifieke chemokines (subfamilie cytokines) → chemo-attractief: trekken cellen
aan naar plaats waar veel chemokine aanwezig is
- Buurt follikels = veel B-cel specifieke chemokine, B-cellen hebben hier receptoren voor: gaan naar
plaats met veel chemokines want worden aangetrokken en hebben receptor
- In T-cel zone andere chemokines, eerder specifiek voor T-cellen en dendrieten
Waarom ook dendrieten? Dendritische cellen zullen optreden als APC’s → moet in contact
komen met T-cel en moet dus in zelfde zone terecht komen
MILT
, Hanne Gagroo Examenbundel Immunologie
= abdominaal orgaan, zeer fel doorbloed
Delen milt
- Rode pulp: bevat veel bloed in sinussen, hierin veel macrofagen
- Witte pulp: sterk georganiseerde regio met veel lymfocyten
- Marginale zone: zone tussen rode en witte pulp waar nog wel wat B-cellen zitten maar ook dendritische
cellen
Productie IgM’s + APC’s, …
Hier ook gereguleerde migratie van lymfocyten net zoals bij lymfeknopen
Functies milt
- Verwijderen RBC uit circulatie + recycleren ijzer
- Vangen en presenteren circulerende antigenen (blood-born antigens)
Bloed dat milt binnenkomt > antigenen eruit gehaald > door macrofagen en dendritische cellen
geaccumuleerd in milt
- Brug tussen adaptief en aangeboren immuunsysteem
- Fagocyten die microben vernietigen
Milt essentieel? Nee, we kunnen zonder → bij operatie preventie AB geven want verhoogde gevoeligheid voor
infecties
Pathologie milt
- Splenomegalie = veel RBC, WBC, BP, … worden opgehouden → te weinig circulerende cellen
- Hypersplenie = vergroting milt, complicatie van splenomegalie: functionele capaciteit milt neemt toe
dus milt vergroot
- Hyposplenie = miltfunctie gedaald, verkleinde milt
- Sepsis = complicatie hyposplenie, er kan geen voldoende immuunrespons opgewerkt worden om
micro-organismen uit de bloedbaan te verwijderen