Bindweefsel -> bindweefselcellen
Extracellulaire matrix
= intracellulaire stof die zorgt voor de scheiding van bindweefselcellen
-> collagene of elastische vezels
1. ALGEMEEN BINDWEEFSEL
• Areolair (losmazig) bindweefsel:
- Ijl netwerk van schaarse collagene elastische vezels
- Overvloedige extracellulaire matrix
-> bevat verschillende celtypes
• Dicht bindweefsel:
- Ongeordend (= onregelmatig)
- Geordend (= regelmatig)
1. SPECIAAL BINDWEEFSEL
2.1. VETWEEFSEL
-> bijzondere vorm losmazig bindweefsel
-> groot aantal adipocyten (=vetcellen)
• Wit wet:
-> als geïsoleerde cellen of in celgroepen
-> in alle los bindweefsel
-> zeer grote cellen
-> 1 grote vetvacuole (= univacuolair)
-> sterk afgeplatte kern tegen celmembraan
-> bloedplaatjes tussen vetcellen
• Bruin vet:
-> geïsoleerd of verspreid tussen andere cellen
-> kleinere cellen
-> talrijke kleine vetvacuolen (= plurivacuolair)
-> afgeronde kern (niet tegen membraan)
2.2. STEUNWEEFSELS
Kraakbeenweefsel
-> semi-rigide
-> drukbestendig (aanwezigheid op gewrichtsvlakken)
-> vormbestendig
-> geen zenuwen en bloed- en lymfevaten
• Kraakbeencellen = chondrocyten
-> in extracellulaire matrix (bevat collagene en elastische vezels)
• Hyalien kraakbeen:
= meest algemene type van kraakbeen
-> kleine groepjes kraakbeencellen
-> homogene EC matrix