Garantie de satisfaction à 100% Disponible immédiatement après paiement En ligne et en PDF Tu n'es attaché à rien 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Arbeidspsychologie 1

Note
-
Vendu
-
Pages
68
Publié le
29-09-2022
Écrit en
2021/2022

allesomvattend om te slagen voor examen












Oups ! Impossible de charger votre document. Réessayez ou contactez le support.

Infos sur le Document

Publié le
29 septembre 2022
Nombre de pages
68
Écrit en
2021/2022
Type
Resume

Aperçu du contenu

H1: Inleiding- definitie arbeidspsychologie
1. Situering arbeidspsychologie binnen de ruimere a&o-psychologie
A&O

= psychologie van de WN, WG en organisatie
= “psychologische studie van de werkende mens, binnen de context van een ruimere organisatie waarin
hij/zij werkt”

- Werk-arbeid  betaalde arbeid (uitzondering: vrijwilligers + kan eigenlijk ook toegepast worden
op niet betaalde arbeid)
- Persoon VS situatie (interactie tussen individu & context)
- Profit & non-profit (bv. onderwijs, leger, ziekenhuizen)
- Welzijn is ook een aspect (het gaat niet enkel om het resultaat van de werkende mens)

 Doel: wederzijdse betrokkenheid/aanpassing optimaliseren (kan zijn dat er geen match is tussen
de persoon en de situatie  proberen voor die wederzijdse betrokkenheid)
Arbeidspsychologie?
= psychologie van de arbeid; van de werkende mens
 Kernvraag: Hoe beïnvloedt onze arbeid ons als persoon (+en-) A  P
Bv. ik doe werk dat belastend is -> geeft stress aan persoon ( - invloed)
 Missie: herontwerpen van arbeid: werk aanpassen aan mens P  A (werk aanpassen op de noden
van de mensen) = job (re)design
!! Het werk dat we doen is deel van de context
vb. les in aula geven is niet hetzelfde als mails beantwoorden in kantoor, terwijl het wel beide taken
zijn van een prof A&O
 MAAR arbeid/werk is een vage term  nood aan specifiekere termen

 TAAK
 Specifiekere term
 = verzameling activiteiten of handelingen met een gemeenschappelijk doel in een
relatief kort tijdsbestek uitvoerbaar en met een logische en noodzakelijke opeenvolging
om gemeenschappelijk doel te bereiken
Bv. les geven
 Lager:
! Handelingen
! Bewegingen
! (fysiologische & mentale) processen
 elk concept bestaat uit kleinere concepten die je verder moet definieren (in een taak
zit nog iets kleiners en nog iets kleiners)

,  FUNCTIE
 Concretere term
 Het stukje structuur in het midden van de organisatie (functie past in vorige)
 = geheel van taken & verantwoordelijkheden die binnen 1 concrete organisatie bij elkaar
horen en door 1 persoon en uitvoerbaar zijn op 1 ogenblik en gericht op specifieke
doelstellingen verschillend van inhoud van andere functies.
Bv. leraar Nederlands in school X
 Specifieke doelstelling
Bv. als postbode niet post in je kast bewaren
 Duidelijk verschil tussen verschillende functies
Bv. route van jan is niet zelfde als Juliette ondanks beide postbodes
 Functie is niet hetzelfde als beroep
-> functie: postverdeler in Kessel- lo -> concreet, specifiek (zelf functie kleur geven)
 Functie bestaat al voor je het gaat uitvoeren bv. vacature
 Alle functies samen in een organisatie streven de doelstellingen na
 BEROEP
 Ruimere term als functie (≠ functie !!)
 = Overkoepeld geheel van gelijkaardige functies (allemaal functies op een hoop) in
diverse bedrijven op verschillende tijdstippen.
Bv. leerkracht, postbode
 Veralgemening in tijd (evolutie beroepsbevolking) & in ruimte (landen, werelddelen)
 Engels: beroep = occupation & functie = job
’ job’ als functie en niet als beroep in deze cursus
 Hoger
! Team
! Organisatie
! Samenleving

 Arbeidspsychologie = analyse van de impact van de functie (& bijhorende taken) op de werkende
mens
 Arbeid & werk  functie
 Taken  werkkenmerken (job characteristics)
2. Concretisering van de inhoud van arbeidspsychologie in de opleiding


Model van Arbeispscyhologie : in een 
notendop heel de cursus
 C
e Links: werk en rechts : de persoon ntral
e

vraag: Wat zijn de psychische gevolgen van het uitoefenen van werk (de ‘functie’) voor de
werkende?  Vergt verder concretiseren van:

, - Werk/functie (‘situatie’)  onafhankelijke variabele (links)
- Gevolgen voor werkende (‘individu’)  afhankelijke variabele (rechts)
ARBEIDSSITUATIE (OV) PSYCHISCH FUNCTIONEREN
- Arbeidsinhoud (AV)
- Arbeidsomstandigheden - Beleving (voelen)
- Arbeidsvoorwaarden - Gedrag (doen)
- Arbeidsverhoudingen - Opvattingen (denken)




2.1 arbeidssituatie  onafhankelijke variabele
- Arbeidsinhoud
 = KM van de uitgevoerde taken  elke taak heeft kenmerken
! Vb. complexiteit van taken verschil: straat opkuisen VS vliegtuig besturen
! Vb. autonomie (= kan je binnen taak beslissen wat, hoe en wanneer) van taken
verschilt: bandwerk VS kamerlid
 Vaak dingen die je energie geven voor je job
 Vaardigheids-benutting= functie/taak laat toe om vaardigheden/opleiding te benutten,
in job kwijt kunnen
Vb. prof A&O als buschauffeur  vaardigheden niet optimaal benutten
 Arbeidspsychologisch (strikt gezien)
- Arbeidsomstandigheden
 = werkeisen, belasting
o Fysiek bv. zwaar/ gevaarlijk werk, veel lawaai, slechte geur…
o Mentaal: veel dingen afwegen  mentaal moe
o Emotioneel: WN in context die emotioneel aangrijpend is (bv. therapeut)
o Werkdruk= #werk in #tijd, hoeveel werk binnen een korte tijd
!  vandaag iedereen gehaaster (studie: snel wandelen)  predictor burn-out
 Ergonomie (strikt) = veiligheid ↑ & ongevallen ↓
- Arbeidsvoorwaarden
 = afgesloten contract/ ruil
o Primair: verloning/ bonussen
o Secundair: werktijden & flexibiliteit (voltijds, ploegen, nachtarbeid,
verlofregeling
o Tertair: opleidings-mogelijkheden, loopbaan (carriere maken)
 Personeelspsychologie (strikt genomen)
- Arbeidsverhoudingen
 = Sociale relaties
 LG, collega’s
 Representatieve of collectieve
 Pesten op het werk, cyberbulling, seksuele dingen
 Organisatiepsychologie (strikt genomen)

 Ook gebruikt in wetgeving MAAR oneens over welke onderwerpen tot welke categorie behoren.
 Enige overlap is mogelijk tss de A’s

, 1.2 Psychisch functioneren  afhankelijke variabele
- Welzijn  voelen
 WN persepctief
 Wat?
o (niet) gestresseerd zijn
o Arbeidstevredenheid/ jobsatisfactie/ dat het aangenaam is
o Brunout VS bevlogenheid/ dat het niet te hard belast
 DOEL: welzijn maximaliseren en onwelzijn minimaliseren

- Gedrag  doen
 WG perspectief
 Wat?
o Productief gedrag = in lijn met de doelen van de organisatie
! Inrol = prestaties – performantie
vb. postbode: post ronddragen -> doen wat letterlijk in functie staat
! Extrarol = OCB (organization citizenship behaviour -> dingen die strikt genomen
niet in functieomschrijving staan)
vb. postbode: collegiaal zijn, behulpzaam -> wordt niet verwacht maar helpt om
doelen te bereiken
o Contraproductief gedrag/ terugtrekgedrag = ingaan tegen doelen van
organisatie
! vb. pesten, agressie, verloop, sabotage, presenteisme, absenteïsme  doelen
niet bereiken
! presentiesme: slecht WANT besmettelijkheid, weerstandsvermogen daalt en
dus later langer uitvallen
+ correleert met absenstiesme (meer van het ene  meer van het andere)
 Doel: productief gedrag maximaliseren en contraproductief gedrag minimaliseren

- Opvattingen/attitudes  denken
 Vooral in arbeid2
!!! Deze 3: criteria voor herontwerp functies (wat is goed VS slecht)  focus op welzijn en gedrag

Relatie welzijn & gedrag? (“ik wil het welzijn en het gedrag maximaliseren maar hoe doe ik beiden??)

- Hand in hand?
o Tevreden = productief
o Ontevreden = contraproductief?
Bv. als je stress hebt/ ontevreden bent -> ben je minder productief (contraproductief)
- Of op gespannen voet?
o Bv. ik geef geen aandacht aan welzijn -> geen goede winst (de twee sluiten elkaar uit:
moeilijk welzijn & winst)
o evenwicht heeft een grens -> zoektocht naar optimale evenwicht tussen beide
 Winst ten kosten van welzijn = uitbuiting
 Welzijn zonder organisatiebelang niet haalbaar
 Bij conflict: voorrang voor welzijn (WNperspectief) (etische code)
€13,89
Accéder à l'intégralité du document:

Garantie de satisfaction à 100%
Disponible immédiatement après paiement
En ligne et en PDF
Tu n'es attaché à rien

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
elinelarcier Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
13
Membre depuis
5 année
Nombre de followers
8
Documents
0
Dernière vente
1 année de cela

5,0

1 revues

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Récemment consulté par vous

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions