Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Dierkunde, complete samenvatting

Vendu
2
Pages
39
Publié le
28-09-2022
Écrit en
2021/2022

Deze samenvatting is gebaseerd op de cursus, leer voornamelijk de figuren, de laatste kader met de soorten en families en de vetgedrukte woorden

Aperçu du contenu

Dierkunde
 Begrippen omtrent de dierlijke cel

Belangrijk in een cel  celmembraan, houdt de elementen van de cel samen. Deze moleculen bestaan uit een vet- en
wateroplosbaar delen. De dierlijke cel bestaat uit verschillende elementen en organellen




Dierlijke cel Plantaardige cel
 Cellulose-wand afwezig  Cellulose- wand aanwezig
 Centrosoom aanwezig  Geen centrosoom (soms analoge structuren = poolkapjes)
 Plastiden (korrels) afwezig  Plastiden aanwezig vb. chloroplasten,…

- De kerndeling
 Mitose
o Profase: centrosoom verdubbelt (: 2 centriolen) en chromosomen
o Metafase: spoelfiguur en equatorvlak
o Anafase: centromeren splitsen in chromatiden
o Telofase: spoelfiguur verdwijnt en kernenveloppe vormt
 Meiose
o Meiose I: mitose + cross-over en homologe paren uiteen getrokken i.p.v. aan centromeer
o Meiose II: mitose + 4 verschillende dochtercellen die haploïd (n) zijn
 indeling van het dierenrijk

Zoosystematiek: leer indeling dierenrijk
Diagnostiek: leer beschrijven organismen
Classificatie: rangschikken taxa volgens verwantschapsgraad, uiterlijk  cladificatie: DNA,
 Parafylitische groep: tak waarin niet al de afstammelingen groepeert (door classificatie)
Nomenclatuur: leer rationeel namen van organismen
Taxoon: bepaalt een groep/ klasse, elk taxon bezit 1 bepaalde waarde die zijn plaats bepaald in hierarchie
Elk organismen: benoemd met geslachtsnaam en soortnaam, naam altijd cursief, geslacht hoofdletter, naam auteur (1 ste
letter.) spp. Na geslacht: niet nader bepaalde soort binnen geslacht.

2-rijken systeem: planten en dieren
3-rijke systeem: planten, dieren en protisten (eencelligen)  eukaryoten
4-rijken systeem: planten, dieren, protisten en monomeren (bacterien, blauwwieren en archae  prokaryoten)
5-rijken systeem: planten, dieren, protisten, monomeren en fungi  eukaryoten (+ chromista)

,1. Rijk der eencelligen/ oerdieren  eukaryoot en dierlijke cellen

Kenmerken:
1 cel met min. 1 kern, zowel vrij levend als parasiet, eencelligen met chloroplasten horen bij planten, eencelligen door
symbiose (opnemen mitochondria en plastiden) met organellen aan fotosynthese kunnen doen  chromista
 hiertoe behoren ook eencelligen die deze organellen hebben verloren. Leven in zout of zoet water’


Indeling stammen

- Stam 1: trilhaardiertjes C: bezitten trilharen
- Stam 2: amoeben P: bewegen door middel van cytoplasma uitstulpingen
- Stam 3: zweephaardiertjes P: beweging door zweephaar
- Stam 4: metamonada P: flagellen (per 4), geen mitochondrien
- Stam 5: sporediertjes C: vormt sporen

1.1 Stam: trilhaardiertjes - Pantoffeldiertje
1.1.1 Algmeen:
Celopp. Bezet met korte haartjes
1.1.2 Bouw en voortbeweging
Trilharen staan in rijen die schuin liggen t.o.v. de lengteas ingebouwd in pelicula. Het dier beweegt zich al draaiend
rond zijn as voorwaarts. Lichaam begrensd door pelicula = verschillende membranen, buitenste = plasmamembraan.
Macrokern: regelt stofwisseling, microkern: actief gedurende geslachtelijke voortplanting.
1.1.3 Voeding en vertering:
Buikzijde: mondgroef, trilharen leiden voedsel naar celmond. De voortdurend gevormde voedselvacuolen circuleren
in het cytoplasma. Hierbinnen wordt voedsel verteerd, onverteerbare resten worden uit het organismen verwijderd.
Het vacuole komt hiervoor altijd op dezelfde plaats van de pellicula (celaars) terecht en plasmamembraan barst
open.
1.1.4 Ademhaling:
O2 diffundeert vanuit het water in het cytoplasma. CO2 verlaat de cel door het plasmamembraan
1.1.5 Uitscheiding:
Plasmamembraan is doorlatend voor water en de concentratie aan water in het cytoplasma is kleineer dan in het
omringend milieu. 2 kloppende vacuoles: vacuoles die geregeld hun inhoud uitstorten door een opening in het
membraan. Rond vacuoles fijne kanaaltjes, vacuoles alternerend/ wisselen elkaar af. Systole toestand: vacuole
gecontracteerd, diastole toestand: vacuole uitgezet (vol) N- afval door membraan.
1.1.6 Voortplanting:
Geslachtelijk = conjugatie (door meiose, DNA uitwisseling, plasmiden gaan van de ene naar de ander cel) 4
Ongeslachtelijk = splitsing (dwarse splitsing van macrokern), af en toe onderbroken door een geslachtelijke.
1.1.7 Inkapseling/ encystering:
ongunstige omstandigheden: afwerpen trilharen, vormt harde, ronde schaal rond de cel, vertraagt leven.
1.1.8 zenuwstelsel
Rond luchtbellen, tegen elkaar stoten  veranderen van richting, vermijden chemische producten en hoge T,
kunnen prikkels opvangen en er doelmatig op reageren met trilharen, basissen van trilharen aan pellicula verbonden
met plasmadraden  reden om aan te nemen dat hierdoor coordinatie plaatsvindt.
1.1.9 Andere trilhaardiertjes
Klokdiertjes: onder vochtige stenen of planten  vormen grijsachtige viltlaag, kan als kurkentrekker bewegen bij
storing
Trompettertje: commensaal in pens van herkauwers + blinde darm hoefdieren, cellulase komt vrij als organisme
sterft.

,1.2 Stam: amoeben/ wortelpotigen – Amoebe (veel verschillende kenmerken)

1.2.1 Algemeen:
Celopp. Vormveranderlijk, vorming gelobde/ draadvormige uitstulpingen (voor voedselopname en voortbeweging)
5 ordes: naakte amoeben, geschaalde amoeben, zonnediertjes, poraminiferen en radiolarien. In vijvers, mos, bodems.
1.2.2 Bouw en voortbeweging:
Voortbeweging gebeurt door vorming van vingervormige uitstulpingen = schijnvoetjes/ pseudopodien  amoeboide
voortbeweging, uitwendig = plasmalemma: omhult ectoplasma (helder) en endoplasma (korrelig)  kristallen in.
1.2.3 Voeding en vertering
Prooi door pseudopodien omsloten, fagocytose/ celvraat, in voedselvacuole: verteringsenzymen aangemaakt,
plasmamembraan barst open om onverteerbare resten te verwijderen.
1.2.4 Ademhaling en uitscheiding:
O2 diffundeert vanuit water doorheen plasmalemma, verdwijnt op dezelfde
manier uit de cel. Voedselvacuole
1.2.5 Vermeerdering en inkapseling:
Voorplanting door binaire deling/ splitsing, ongunstige omstandigheden:
inkapseling (vormt kapsel of cyste).
1.2.6 Andere wortelpotigen:
Meestal vrij levend of parasitair in darmkanaal, sommigen hebben schaal +
openingen, veel soorten

1.3 Stam: zweephaardieren – Trypanosoma

1.3.1 Algemeen:
Beweegt door 1 of 2 lange draden (flagel/ zweepstaart), heterotroof.
1.3.2 Bouw:
Spoelvormig, meestal gekronkeld, zweepstaart achteraan vast aan de hele zijde van cel verbonden  golvend
membraan gevormd, zeer lang flagel is ingeplant op een blefaroblast, hierachter is er een kinetonucleus (blaaskorrel),
verantwoordelijk voor energie voor de flagel beweging.
1.3.3 Parasitair
Parasitair in bloed van de mens, meestal via insecten overgebracht  slaapziekte, in de tropen
Injectieverschijnselen: koorts, zwelling, lymfeknopen,…  aantasting zenuwstelsel: in slaap vallen  na 4jdood.
1.3.4 Andere zweephaardieren:
Leishmania overgebracht door insecten  chronische ziektes bij mens  onbehandeld is 2j dood.

1.4 Stam: metamonado – Trichomonas gallinae

1.4.1 Algemeen:
Geen mitochondrien meer (hydrogenosomen en mitosomen bewijzen dit), gegroepeerde flagellen per 4, 5 klasses
1.4.2 Klasse Giardia duodenalis:
In dunne darm, gootste eencellige ziekteverwekkers voor mens  diarree, gasvorming, misselijkheid, buikkrampen,…
door opname van cysten via feces, Giardiasis = zoonose: ziekteverwekker voor veel zoogdieren  vrij bewegend,
trofozoiet, verankeren darmepitheel met zuignap ventrale zijde ( 2 kernen, 4 paar symmetrische flagellen, peervorm)
infectieuze cyste: geinitialiseerd door galzout (ovale vorm, 4 kernen), transformatie F  C= encystering 
excystering: ontluikt zonder hechtschijf, 4 schrijffragmenten worden C-vormige centrale hechtschijf omgevormd 
cytokinese: uit 1 cyste 2 trofozoieten, semi-open mitose: kernenveloppe weg.

, 1.4.3 Trichomonas galinae:
Aandoening bij vogels: gele kaasachtige substantie in keel, door direct contact en binaire deling direct overgedragen,
geen cyste, geen overlevingskans in omgeving, cytoskelet = axoskelet (AX): pelta (PL) en costa (C),
4 voorwaartsgerichte flagellen uit pelta  1 verbonden met golvend membraan(UM)
(terugkerend flagellum), golvend membraan ondersteund aan costa.

1.5 Stam: sporediertjes – Eimera – toxoplasma gondii – plasmodium spp.

1.5.1 Algemeen:
Parasitaire levenswijze, complexe levenscyclus, sporenvorming, in darmen,
gastheer specifiek. E. stiedea: levercoccidiose bij hazen en konijnen: infecteert
epitheelcellen  witte vlekken
1.5.2. Eimera
Eimera veroorzaken ziekte (coccidiose) bij kippen: slechte voedselopname,
bloedverlies, vatbaarder secundaire infecties, 7d na opname van oocyst, bevat
sporozoieten, beschermd door kapsel, wordt verteerd, sporozoieten komen vrijin
darmepitheel  mitose schizozoiet  schizogonie  merozoiet
1.5.2.1 Ongeslachtelijke voortplanting/ schizogonie:
Schizozoiet vormen dochtercelln = merozoieten: beweegelijk, na openbarsten
darmcel opnieuw in andere cel binnendringen en schizozoiet vormen, na 2-4 keer schizogonie  gametogonie
1.5.2.2 Geslachtelijke voortplanting/ gamteogonie:
Uit epitheelcellen barsten gameten i.p.v. merozoieten, gameten: macro dringt epitheelcelkern binnen en deelt,
microgameten: kern deelt  kommavormig en bewegelijk (met flagel) dringen macrogameten binnen en bevruchten,
zygote dikke wand vormen oocyst  pas infecteus als oocyst organisme verlaat en sporongonie fase doorloopt
(sporongonie enkel lage T hoge O2%) cytoplasma krimpt  kern deelt 2x  sporocysten  deelt in 2 sporozoieten (8).
1.5.3 Toxoplasma gondii:
In dunne darm van katachtigen (alle warmbloedige als tussengastheer, in weefsel)  toxoplasmose (sommige antistof)
 veroorzaakt oogafwijkingen, waterhoofd, mentale achterstand of dood (afhankelijk wanneer en waar)
1.5.3.1 Voortplanting:
Sexuele voortplanting darm oocyst  uitwerpselen kat  delen  (sporozoieten) sporongonie (in oocyst)= infectieus
 acute fase: in darmen tussengastheer delen  tachyzoieten en toxoplasmose
 (eventueel) latente fase: tachyzoieten  bradyzoieten vormen weefselcysten in spieren en CZS  geen symptomen.
In kat: weefselcysten vormen schizoieten  schizogonie (ongeslachtelijk)  gametogonie  oocyst
1.5.4 Plasmodium spp./ malaria verwerker:
4 soorten sporediertjes, veroorzaken malaria, subklasse Hematozoa, 16-24- 35 graden
Mug  mens: sporozoieten bereiken via bloed de lever  schizogonie  merozoieten, dringt bloedcellen binnen
Gametogonie: gameten, bloedcellen springen open, dringen andere bloedcellen binnen  koortsaanvallen  mug
neemt gameten op  infecteuze sporozoieten  micro + macrogameten  zygote deelt en vormt sporen (sporogonie)
Organellen met alle functies, samenwerking van verschillende cellen tot 1 individu, 1 ste kolonies (nog geen verschillen)
 differentiatie: diverse weefsels en organen ontstaan  volvocales (tussen 1- 2 celligen) = fytoflagaten,
vormen kolonie met slijmkapsel rond, elke cel 2 zweepharen, beweegt als 1 individu




2. Stam: Sponzen

École, étude et sujet

Infos sur le Document

Publié le
28 septembre 2022
Nombre de pages
39
Écrit en
2021/2022
Type
RESUME
€6,99
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF


Document également disponible en groupe

Thumbnail
Package deal
Alle samenvattingen voedingstechnologie semester 1 (behalve voeding en maatschappij)
-
6 2022
€ 20,99 Plus d'infos

Reviews from verified buyers

Affichage de tous les avis
3 année de cela

4,0

1 revues

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Avis fiables sur Stuvia

Tous les avis sont réalisés par de vrais utilisateurs de Stuvia après des achats vérifiés.

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
liesbetdh Hogeschool Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
15
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
10
Documents
12
Dernière vente
1 année de cela

2,5

2 revues

5
0
4
1
3
0
2
0
1
1

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions