• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 8 pages
Resume

Samenvatting BVJ 4a (vwo) h2: Voortplanting

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 8 pages

Een duidelijke samenvatting met plaatjes van Biologie Voor Jou 4a (vwo) hoofdstuk 2: voortplanting.

Aperçu du contenu

H2: Voortplanting
2.1 Ongeslachtelijke voortplanting
Bij ongeslachtelijke voortplanting ontstaan door celdelingen nakomelingen, die genetisch identiek zijn aan
de ouder. Eencelligen, zoals bacteriën, planten zich voort door celdeling. De eencellige deelt zich, waarna
beide dochtercellen uitgroeien tot volledige organismen. Ook schimmels, planten en sommige dieren
kunnen zich ongeslachtelijke voortplanten.
Ongeslachtelijke voortplanting kan ook op kunstmatige wijze plaatsvinden. De bekendste methode is
stekken. Bij stekken snijd je een stuk van een stengel of blad af. Op het snijvlak ontwikkelen zich wortels,
waaruit een nieuwe plant ontwikkeld kan worden.

2.2 Geslachtelijke voortplanting
Bij geslachtelijke voortplanting wordt een nieuw organisme gevormd door interactie tussen twee
organismen. Een kenmerk van geslachtelijke voortplanting is de versmelting van twee cellen, de celfusie.
Door celfusie komt de inhoud van twee cellen samen. De nieuwe cel heeft daardoor informatie van beide
cellen en het dubbele aantal chromosomen. Het aantal chromosomen in de cellen van een organisme is
constant. Om het aantal chromosomen voor een nakomeling ook constant te houden, vindt bij
geslachtscellen een reductie van chromosomen plaats. Bij mensen en veel andere meercellige organismen
vindt die reductie plaats bij de productie van gameten of geslachtcellen.

Meiose
Tijdens de bevruchting fuseren twee gameten. Gameten zijn haploïde cellen, dat houdt in dat ze één
volledige set chromosomen bevatten. Een bevruchte eicel ofwel zygote bevat twee volledige sets
chromosomen, het is een diploïde cel. Elk chromosoom komt twee keer voor.
Organismen die zich geslachtelijk voortplanten, hebben speciale organen die voortplantingscellen maken.
Bij mannen zijn dat de testes (teelballen), bij vrouwen de ovaria (eierstokken). Daar ontstaan uit diploïde
moedercellen haploïde dochtercellen. Het proces waarbij het aantal chromosomen van een cel wordt
gereduceerd heet reductiedeling of meiose. De meiose bestaat uit twee opeenvolgende delingen: de
meiose I en de meiose II. Tijdens meiose I deelt een diploïde cel zich in twee haploïde cellen. Tijdens de
meiose II zullen die haploïde cellen zich delen en zo vier haploïde dochtercellen vormen die zich kunnen
ontwikkelen tot gameten.




Zaadcellen
Bij mensen ontstaan zaadcellen in de testes, de teelballen. De testes bevatten sterk gekronkelde
zaadbuisjes. In die buisjes liggen cellen, die zich zullen delen tot de uiteindelijke zaadcellen. De vorming
van zaadcellen heet spermatogenese. De zaadbuisjes lopen door tot in de bijballen, die op de testes liggen.
De zaadcellen zullen de bijballen terecht komen en daar tijdelijk opgeslagen worden. Tijdens een ejaculatie


9

, zullen de zaadcellen vanuit de bijballen via de zaadleider naar de urinebuis gaan. De zaadblaasjes en
prostaat voegen onderweg vocht toe, bestaande uit onder anderen eiwitten. Het vocht met de zaadcellen
heet sperma.




Eicellen
Eicellen ontstaan bij de mens in de ovaria, de eierstokken. Het ontstaan van eicellen uit een ei-moedercel
heet oögenese. Al bij de geboorte bevinden zich in de ovaria miljoenen cellen, waaruit zich alle eicellen
zullen ontwikkelen. Die primaire eicellen bevinden zich dan in een beginstadium van de meiose en zijn op
dat moment nog diploïde.
Elke eicel is omgeven door een blaasje. Het blaasje met de eicel heet een follikel. Vanaf de puberteit zullen
de follikels zich verder gaan ontwikkelen. De follikels nemen vocht op en zullen groeien. Ondertussen zal
de eicel verder gaan met de meiose. De diploïde cel zal zich delen in twee ongelijke haploïde cellen: een
kleine cel met vrijwel geen cytoplasma en een grote eicel. De kleine cel wordt een poollichaampje
genoemd en is verder onbruikbaar. Na deze deling is de follikel te groot en puilt uit het ovarium. Het blaasje
om de eicel zal breken en de eicel zal het ovarium verlaten. Het verlaten van het ovarium heet de eisprong
of ovulatie. De eicel komt nu terecht in de eileider.




10

Livre connecté
 image
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789034574282 Édition: 5

Infos sur le Document

Type
Année scolaire
4
Livre entier ?
Inconnu
Publié le
29 août 2022
Nombre de pages
8
Écrit en
2021/2022
Type
Resume
€3,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
12
Abonnés
5
Éléments
45
Dernière vente
5 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions