Rechts realisme
Na WOII ontstaat er een welvaartsstaat.
Criminaliteit ontstaat wanneer men in een lagere economische positie zit (anomie,
statusfrustratie) dus, wanneer er een welvaartsstaat is, en het voor iedereen beter wordt,
zou evenredig de criminaliteit moeten dalen. We zien dat dit niet zo is.
Wanneer men deelneemt aan een welvaartsstaat begint criminaliteit te storen en ontstaat er
fear of crime en concern for crime.
De welvaartsstaat begint ook te schorten: er ontstaat een economische crisis in 1980. Er
ontstaat jeugdwerkloosheid (waardoor jongeren lang blijven verder studeren)
Men vindt dat de welvaartsstaat en financiering ervan weinig heeft gedaan dus gaat men
terug naar het klassiek liberalisme (kapitalisme), waar de overheid zich dus niet moet
bemoeien (= privatisering). De overheid moet zich enkel nog bezighouden met bepaalde
kerntaken. Dit onder leiding van figuren zoals Reagan (VS) en Thatcher (VK).
De wereldeconomie begint zich terug aan te trekken & de crisis verdwijnt. De YUPPIES
(young urban professionals) komen op de markt na lang te hebben gestudeerd.
Liberale partijen krijgen meer & meer stemmen, wie het goed heeft wilt dit behouden.
De rechterzijde wilt dus komaf maken met de welvaartsstaat en de criminaliteit.
Binnen het rechtsrealisme is er een evolutie van verschillende benaderingen:
Biosociaal - Rationele Keuze - Routine activiteiten - Bestuurlijke criminologie - Conservatieve criminologie
1. Biosociaal
Wilson (Thinking about crime) & Herrnstein (Crime and human nature)
Criminaliteit gepleegd door jonge grootstedelijke mannen (YUPpies) door hun biologische
status, ze zijn biologisch sterk dus kunnen makkelijk overgaan tot criminaliteit.
De omgeving zijn grote steden: in een grote stad kom je criminaliteit tegen en door deze
prikkels ga je het zelf ook makkelijker plegen.
+ Broken window benadering: Een gebroken ruit trekt andere criminaliteit aan, het gaat in
die wijken steeds meer achteruit gaan & het wordt een no-go zone
2. Rationele keuze
Cornish & Clarke (The reasoning criminal)
Een crimineel houdt rekening met 3 kosten:
1. Transactiekosten = Kosten die je maakt om finaal een economisch proces te realiseren
(als deze kosten te hoog zijn ga je het niet doen)
2. Pakkans = Hoe hoger de pakkans, hoe meer je die als kost gaat incalculeren. De
pakkans wordt beïnvloed door de complexiteit van het misdrijf
3. De strafmaat = de straf die men finaal zal hebben
⇒ Wanneer de kosten hoger zijn dan de baten (buit) ga je geen criminaliteit plegen
(C = B is groter dan K)