Hoofdstuk 10: De oudere volwassenheid
Beeldvorming
Deficit-model van de bejaarde leeftijd, omdat er enkel gefocust wordt op de tekorten.
= achteruitgang op alle vlakken van functioneren:
Verlies van lichaamskracht
Van psychische veerkracht
Van interesse
Verminderde geheugenwerking en activiteit
… (vgl. jonge mensen)
De ‘niet meer’ gedachte staat hier centraal
Opgelet!
Professionelen die met ouderen omgaan, kunnen ook dit negatief beeld overnemen.
Gevolg!
kwaliteit van de zorg/begeleiding komt in het gedrang!!!
negatief beeld heeft ook een negatief effect op het zelfbeeld van de ouderen zelf!!!
DUS: Dificitmodel < multifactorieel-interactief model
Psychologische (hoe beleef ik mezelf dat ik ouder wordt, kan ik dit een plaats geven?) , sociale,
biologische factoren spelen een actieve rol in de manier waarop ouderen evolueren. Ze kunnen ook
invloed op elkaar hebben.
De verschillende factoren (bio, psycho, sociaal) vormen een hefboomsysteem (1+1=3) en gaan
functioneren als protectieve en/of risicofactor.
, Extra: doordat elk van de factoren als een soort hefboom gebruikt kan worden, krijgt het iets
dynamisch. Zowel het individu als de begeleiders kunnen in bepaalde situaties uitzoeken welke
factoren ze het best als handvat gebruiken.
(medicijnen, make-up, ondersteunende gesprekken, fysieke/sociale activiteiten of inoefenen van
nieuwe gewoontes en vaardigheden)
Drie periodes
Vroege ouderdom (60 a 65 -70 a 75)
Midden ouderdom (70 a 75 – 80 a 85)
Hoge ouderdom (>80 a 85)
vrij arbitraire indeling:
- 60+ versus 80+ (derde en vierde leeftijd)
- Subjectieve verschillen erg groot (er zijn ook mensen van 65 die kampen met ernstige
ouderdomsproblemen en omgekeerd)
- Simplistisch & generaliserend (de fasen worden niet apart besproken)
Lichamelijke ontwikkeling en psychisch welbevinden
Lichamelijke ontwikkeling: levensverwachting
Knik in curve bij wereldoorlogen
Verschillen 1ste – 3de wereldlanden (afhankelijk van waar we wonen, hier goed bv in Afrika veel lager)
Gezonde levensjaren: levensverwachting zonder langdurige activiteitenbeperkingen.
Toenemend aantal senioren (verbetering voeding, algemene hygiëne, medische vooruitgang)
Lichamelijke veranderingen: individuele verschillen
Uiterlijk:
Huid droger en meer rimpels, dunner, pigmentvlekken,
Kleiner worden doordat wervelkolom minder stevig wordt.
Oren en neus groeien
Tandvlees wijkt terug, waardoor tanden zichtbaarder zijn en lijken uit elkaar te staan
Zintuigen:
Beeldvorming
Deficit-model van de bejaarde leeftijd, omdat er enkel gefocust wordt op de tekorten.
= achteruitgang op alle vlakken van functioneren:
Verlies van lichaamskracht
Van psychische veerkracht
Van interesse
Verminderde geheugenwerking en activiteit
… (vgl. jonge mensen)
De ‘niet meer’ gedachte staat hier centraal
Opgelet!
Professionelen die met ouderen omgaan, kunnen ook dit negatief beeld overnemen.
Gevolg!
kwaliteit van de zorg/begeleiding komt in het gedrang!!!
negatief beeld heeft ook een negatief effect op het zelfbeeld van de ouderen zelf!!!
DUS: Dificitmodel < multifactorieel-interactief model
Psychologische (hoe beleef ik mezelf dat ik ouder wordt, kan ik dit een plaats geven?) , sociale,
biologische factoren spelen een actieve rol in de manier waarop ouderen evolueren. Ze kunnen ook
invloed op elkaar hebben.
De verschillende factoren (bio, psycho, sociaal) vormen een hefboomsysteem (1+1=3) en gaan
functioneren als protectieve en/of risicofactor.
, Extra: doordat elk van de factoren als een soort hefboom gebruikt kan worden, krijgt het iets
dynamisch. Zowel het individu als de begeleiders kunnen in bepaalde situaties uitzoeken welke
factoren ze het best als handvat gebruiken.
(medicijnen, make-up, ondersteunende gesprekken, fysieke/sociale activiteiten of inoefenen van
nieuwe gewoontes en vaardigheden)
Drie periodes
Vroege ouderdom (60 a 65 -70 a 75)
Midden ouderdom (70 a 75 – 80 a 85)
Hoge ouderdom (>80 a 85)
vrij arbitraire indeling:
- 60+ versus 80+ (derde en vierde leeftijd)
- Subjectieve verschillen erg groot (er zijn ook mensen van 65 die kampen met ernstige
ouderdomsproblemen en omgekeerd)
- Simplistisch & generaliserend (de fasen worden niet apart besproken)
Lichamelijke ontwikkeling en psychisch welbevinden
Lichamelijke ontwikkeling: levensverwachting
Knik in curve bij wereldoorlogen
Verschillen 1ste – 3de wereldlanden (afhankelijk van waar we wonen, hier goed bv in Afrika veel lager)
Gezonde levensjaren: levensverwachting zonder langdurige activiteitenbeperkingen.
Toenemend aantal senioren (verbetering voeding, algemene hygiëne, medische vooruitgang)
Lichamelijke veranderingen: individuele verschillen
Uiterlijk:
Huid droger en meer rimpels, dunner, pigmentvlekken,
Kleiner worden doordat wervelkolom minder stevig wordt.
Oren en neus groeien
Tandvlees wijkt terug, waardoor tanden zichtbaarder zijn en lijken uit elkaar te staan
Zintuigen: